Verslag politiek debat congres 2012

13-06-2012

Politiek bereid tot afspraken over rolvastheid

Door de val van het kabinet vindt het congres van de PO-Raad plaats in verkiezingstijd. Een mooie gelegenheid om politici uit te nodigen in gesprek te gaan met de leden van de PO-Raad en andere vertegenwoordigers van het onderwijsveld. Dit is hét moment om de landelijke politiek te beïnvloeden, nu de verkiezingsprogramma's geschreven worden. Van vier partijen zijn politici aanwezig: PvdA, CDA, ChristenUnie en D66. Centraal bij het gesprek staan de onderwerpen die de PO-Raad eerder al aan de programmacommissies van de politieke partijen heeft voorgelegd. In deze brief doet de PO-Raad de politiek een aantal concrete voorstellen, om in de partijprogramma's op te nemen. Deze voorstellen zijn omgezet in stellingen, aan de hand waarvan het gesprek gevoerd wordt. De zaal is gevuld met zo'n 200 leden van de PO-Raad en prominente vertegenwoordigers van OCW, vakbonden en collega-organisaties als de VO-raad en enkele profielorganisaties.

Krimp

De stelling is: behoud van middelen die vrijvallen door leerlingenkrimp, is noodzakelijk voor de transitiefase waarin scholen meer met elkaar kunnen gaan samenwerken.
Schoolbesturen in krimpgebieden hebben vaak het gevoel dat ze ingeperkt worden door te strikte regelgeving. Vanuit de zaal opent Anko van Hoepen, bestuurder van Alpha Scholengroep in Zuid-Beveland de discussie: 'Geef ons de beleidsruimte. Op dit moment kosten verstandige beslissingen ons geld. Wij hebben behoefte aan meer ruimte, zodat we onze mensen kunnen verleiden om creatief te zijn. En stel alstublieft ook niet meteen Kamervragen als er ergens een school dichtgaat.' Hij krijgt bijval van Rob Beaumont uit Zuid-Limburg: 'Als je in een krimpregio concurrentie om de leerling wilt voorkomen, moet je samenwerken of fuseren. Maar de huidige regelgeving houdt dat tegen.' De fusietoets leidt inderdaad vaker tot problemen, stelt bestuurder van de PO-Raad Simone Walvisch, die het debat leidt. Ze memoreert de inbreng van een lid van de PO-Raad een dag eerder, tijdens de ALV. Hij vertelde dat zijn bestuur wil fuseren met een noodlijdende eenpitter, om de onderwijskwaliteit op pijl te houden. 'Maar het bestuur heeft meer dan tien scholen, en dan mag het niet volgens de fusietoets.'
PvdA-kamerlid Jeroen Dijsselbloem voelt zich aangesproken: 'De fusietoets was een idee van de PvdA. Maar de aanleiding was niet het primair onderwijs; dat was het debat over de schaalgrootte in met name de andere onderwijssectoren.
Joris Backer, senator voor D66 en lid van de programmacommissie van zijn partij: 'De fusietoets moet een toets zijn, geen belemmering.'
Gevraagd om een reactie, toonde directeur-generaal André de Jong van OCW begrip voor de frustratie van schoolbestuurders. 'Ik hoor hier verstandige opmerkingen. Er komt een interdepartementaal beleidsonderzoek over de krimp. Daar worden alle aspecten van de krimp en het scholenaanbod bekeken. De fusietoets komt daar zeker ook aan de orde.' Simone Walvisch maant tot haast. 'Het is nu of nooit. We kunnen niet wachten tot het hiernavolgende kabinet.' Kete Kervezee, voorzitter van de PO-Raad, vult aan: 'Wij willen graag aandacht voor hoe je hier verstandig mee kunt omgaan in het po. Als Nederland kiest voor de huidige kwaliteit en nabijheid van het primair onderwijs, hoe los je dat dan op, anders dan met een fusie?'
Daar kon Dijsselbloem in meegaan: 'Het po heeft veel eenpitters. Er is een goed gesprek nodig over waar jullie tegenaan lopen.' Simone Walvisch: 'Wij vragen om als po behandeld te worden en niet over één kam geschoren te worden met de andere onderwijssectoren.'

Brede kindcentra

De stelling: de politiek moet de schotten tussen de stelsels van onderwijs en opvang opheffen, zorgen voor betere aansluiting tussen voorschool en vroegschool en uitbreiden van experiment met 'groep nul' (onderwijs voor 3-jarigen) en verbinding leggen met sport, cultuur en naschoolse opvang (NSO).

Ook op het terrein van de samenwerking tussen basisonderwijs en kinderopvang hebben schoolbesturen behoefte aan meer beleidsruimte. Bestuurder Gert Nijmeijer van PCBO Apeldoorn: 'Wij hebben een experiment met een groep nul. De schooldirectie heeft de regie over de samenwerking tussen de peutergroepen en het onderwijs. Het project loopt goed en smaakt naar meer. Wij stimuleren al onze directeuren om de kinderopvang te laten meedoen met het programma van de instroomgroepen. Dat is goed te regelen en het zou goed zijn voor de kinderen, maar de regelgeving laat dat niet toe.' De samenwerking wordt verder bemoeilijkt doordat opvang en onderwijs elk hun eigen regelgeving en subsidiestromen hebben. Dat merkt ook Dijsselbloem, die zowel jeugdzorg als Passend onderwijs in z'n portefeuille heeft : 'Ik probeer dwarsverbanden te leggen. Maar dat lukt in de praktijk nog onvoldoende, al ligt het nog zó voor de hand.'
Zo moet het dus niet, vindt Marianne Luijer, CDA-fractievoorzitter in de Provinciale Staten van Flevoland. 'Wij willen kijken naar beklemmende regelgeving en de schotten weghalen tussen onderwijs, kinderopvang en jeugdzorg. Alleen dan kan je innovatief zijn in de regio.' Zij raadt het onderwijsveld aan om goede voorbeelden te verzamelen zodat de politiek overtuigd kan worden van de noodzaak om hinderlijke regels te schrappen.Arie Slob pleit ervoor dat geld voor experimenten met groep nul ook buiten de grote steden kan worden ingezet, bijvoorbeeld in krimpgebieden. 'Verder ben ik beducht om brede kindcentra heel erg van bovenaf aan te sturen. Die moet je van onderaf regelen.'
Dijsselbloem vindt het pleidooi voor meer beleidsruimte in dit verband prematuur. 'Laten we eerst eens bedenken waar we heen willen met die brede kindcentra. Zijn die goed voor de ontwikkeling van kinderen? Zelf denk ik van wel, maar laten we eerst doelen formuleren.'
Bestuurder Ger Redert van H3O in Dordrecht: 'Het wegnemen van schotten alleen is onvoldoende. Opvang moet een basisvoorziening worden en weg worden gehaald uit de commerciële sector. Wij zijn één organisatie met onderwijs én opvang. Dat móet mijns inziens als je de opvoeding van kinderen serieus neemt.' Dijsselbloem: 'Wat mij betreft mag de overgang van opvang naar onderwijs vloeiender, maar volledige integratie is weer wat anders.' Marianne Luijer merkt op dat de verandering van de wetgeving een taai proces is. 'Dus laten we dit onderwerp nu alvast op de agenda plaatsen. Laat het onderwijs vooral met goede voorbeelden komen.'
De PO-Raad pleit niet voor één bepaald model, benadrukt Simone Walvisch. 'Als iets aanwijsbaar in het belang is van de kinderen, willen wij ruimte. De overheid legt de verantwoordelijkheid bij het schoolbestuur, maar blijft centraal sturen. Wij zeggen: dat werkt niet. De vraag is dus: geef je ons meteen ruimte, via wetgeving, of eerst via pilots? En daarmee slaat zij de brug naar de volgende stelling.

Bestuurlijk kracht

De stelling is: de overheid legt verantwoordelijkheid bij schoolbesturen, maar lijkt steeds meer centraal te willen sturen. Dat werkt niet.
Eigenlijk is dit de rode draad bij alle onderwerpen: hoe kan er een goed evenwicht gevonden worden tussen de wens van onderwijsorganisaties om meer ruimte te krijgen om eigen keuzes te kunnen maken, en aan de andere kant de overheid die zich ervan wil verzekeren dat scholen kwaliteit leveren en het gemeenschapsgeld goed besteden.
Het hierboven geschetste spanningsveld leidt soms tot wrijvingen tussen onderwijsveld en politiek. Arie Slob, fractievoorzitter van de ChristenUnie: 'Politici willen soms teveel meesturen. Het gaat om gemeenschapsgeld, dus natuurlijk moet er verantwoording worden afgelegd. Maar de zelfstandigheid van het onderwijs is ook belangrijk. We zijn nu doorgeslagen. Daar spreekt wantrouwen uit in de professional. Ik denk dat we de komende jaren terug gaan naar een stukje evenwicht.'

Nationaal onderwijsakkoord. Scholen moeten de ruimte krijgen om te experimenteren, vindt Marianne Luijer. 'Wij vinden het belangrijk dat de besturing zo laag mogelijk wordt gelegd in de samenleving.' Om dit goed te regelen, wil het CDA komen tot een nationaal onderwijsakkoord tussen overheid, schoolbesturen, vakbonden en organisaties van ouders en leerlingen. Luijer: 'We willen het ''wat'' goed regelen, zodat de opdracht voor u duidelijk is. We moeten elkaar op grote lijnen vinden.'
Dijsselbloem legt liever afspraken vast in een regeerakkoord, 'maar alleen op hoofdlijnen. Het 'hoe' hoort niet in een regeerakkoord thuis, dat moeten we aan het onderwijs overlaten. Een voorbeeld van hoe het níet moet, is de prestatiebeloning die in het regeerakkoord werd vastgelegd. Als we op de belangrijke punten de kwaliteit goed borgen, kunnen we meer vrijheid geven.'
Joris Backer, D'66, is minder enthousiast: ' Een nationaal akkoord gaat over wat ú als onderwijsveld moet doen. De overheid wil te graag sturen. Ik ben daarom niet zo voor een nationaal onderwijsakkoord' . Arie Slob wil wel een onderwijsakkoord: 'Wij zijn er niet op tegen. Je moet alleen niet alles dichtregelen.' Simone Walvisch denkt dat een nationaal onderwijsakkoord meer duidelijkheid en wederzijds vertrouwen kan brengen. Haar voorstel: 'Laten we, zoals we hier in de zaal bij elkaar zitten, kijken of we kunnen komen tot voorstellen voor de inhoud. Dat leggen we dan aan de politiek voor.'

De tijd is eerder op dan de gespreksonderwerpen. Kete Kervezee sluit daarom het debat af: 'Het gaat erom dat we onze leerlingen toekomstbestendig maken. Als de visie en doelen helder zijn, is het gemakkelijker voor alle partijen om zich aan de eigen rol te houden en zullen we eerder met waardering naar elkaar kijken. We moeten de kracht versterken die er al is. Dat maakt energie vrij.' En refererend aan het eerder op de dag uitgebreid besproken McKinseyrapport, dat beschrijft hoe scholen van 'good' naar 'great' kunnen gaan: 'De komende maanden willen wij kijken hoe we op een rolvaste manier van good naar great kunnen. De vraag is: hoe richten we die route in? We willen dat het Nederlandse onderwijs een stap verder komt. Dat is in het belang van Nederland en van ieder kind.'

Laatst gewijzigd: 
donderdag 1 januari 2015

Trefwoorden

Nieuwscategorieën