Versterkte positie onderwijs levert belangrijke bijdrage aan verbetering huisvesting

01-06-2012

Bij het debat in de Tweede Kamer op donderdag 31 mei waren alle partijen het er roerend over eens dat de kwaliteit van de huisvesting in het PO en VO aanzienlijk beter moet. De onderuitputting van het gemeentefonds werd door de leden als niet acceptabel omschreven.

Er werd met name voor gepleit om op zeer korte termijn de problemen met het binnenmilieu op te lossen. Volgens de minister draagt de overheveling van de verantwoordelijkheid van het buitenonderhoud aan schoolbesturen hier stevig aan bij, omdat op dat moment scholen ook zelf mogen investeren in de kwaliteit van de eigen gebouwen. Zij gaf aan haast te hebben met het wetgevingstraject. De verwachting is dat rond de jaarwisseling een wetsvoorstel bij de kamer kan worden ingediend.

De PO-Raad is blij met de voortvarendheid waarmee dit traject inmiddels is opgepakt en de voortgang van het overleg tussen OCW en de PO-Raad. Daarbij maken we wel de kanttekening dat overheveling van het onderhoud zeker zal leiden tot een kwaliteitsverbetering, echter de inmiddels opgelopen achterstand (de gemiddelde leeftijd van de gebouwen in het basisonderwijs ligt op ruim 35 en die in het SO op ruim 50 jaar) is te groot om dit zonder verdergaande maatregelen op te kunnen lossen.

Motie om positie schoolbesturen te vesterken

Aanneming van de door de PVV ingediende motie om schoolbesturen een sterkere positie te geven bij volledige doordecentralisatie zou daar een stevige bijdrage aan kunnen leveren. In de motie wordt de regering verzocht een bepaling in de wet op te nemen dat scholen die aan vastgestelde criteria voldoen een versterkt recht krijgen op volledige doorcentralisatie.

Een dergelijk verzoek kan slechts worden afgewezen indien het betreffende bestuur niet aan een aantal vastgestelde criteria voldoet. Een dergelijke bepaling zou schoolbesturen met name meer mogelijkheden geven zelf invloed uit te oefenen op de wijze waarop de huisvesting wordt georganiseerd. Jammer is dat de minister vast blijft houden aan het – volgens de minister - in strijd zijn met de bestuursafspraken die het kabinet heeft met de VNG. Het zou al veel waard zijn indien de minister de bereidheid zou tonen met deze motie in de hand het gesprek met VNG aan te willen gaan. Over de motie wordt dinsdag 5 juni besloten.

Naar de mening van de PO-Raad is er overigens geen sprake van strijd met deze afspraken omdat:

  • deze budgetten in het gemeentefonds blijven.
  • de gemeente uiteindelijk een besluit neemt over het verzoek.
  • er afspraken kunnen worden gemaakt over een periodiek toetsen van de vraag of nog voldaan wordt aan de vastgestelde criteria.
  • er alle ruimte is om tussen gemeenten en schoolbesturen de randvoorwaarden gezamenlijk in te vullen en afspraken te maken over de monitoring van de afspraken etc.

Minder procedurele problemen, meer oog voor kwaliteit gebouwen

Per saldo blijven de bestuurlijke verhoudingen voor het grootste deel daarmee in tact. Doordecentralisatie wordt helaas vaak uitgelegd als zou de gemeente daarmee de invloed op de huisvesting volledig kwijt raken. Ook dit is een misverstand. Juist bij doordecentralisatie kunnen gemeenten en besturen aan de voorkant meerjarige prestatie-afspraken maken. Binnen die afspraken maken besturen dan hun eigen afwegingen. Daarmee wordt ook voorkomen dat veel energie verloren gaat aan procedurele problemen, wat wel en niet onder een normbedrag moet worden gerekend etc. Het gaat dan weer over zaken die er toe doen, te weten de kwaliteit van de gebouwen en functie die zij verder in het maatschappelijk verkeer hebben. Conflicten tussen besturen en gemeenten zullen daarmee dan ook drastisch worden beperkt. Mede daarom is de eventuele acceptatie en uitvoering van deze motie een belangrijke randvoorwaarde voor kwaliteitsverbetering.

Aanpassing normbedragen

Tot slot gaf de minister aan in gesprek te zijn met haar collega van Binnenlandse Zaken om de eisen uit het nieuwe bouwbesluit ook toe te passen op bestaande gebouwen. Hoewel op zich dit een logische stap zou zijn om de kwaliteit van de gebouwen te verbeteren, kan dit niet zonder forse extra investeringen. Niet zelden zijn forse – en daarmee kostbare - ingrepen nodig om gebouwen aan moderne eisen te laten voldoen. Bij de laatste aanpassing van het bouwbesluit waarbij de eisen ten aanzien van het binnenklimaat fors zijn verhoogd is door de toenmalig minister in de kamer aangegeven dat daarmee geen extra kosten zijn gemoeid. Indien echter bij een gemiddelde school het binnenklimaat op klasse B zou moeten worden gebracht gaat het – bij nieuwbouw - om een extra investering van ruim € 100 per m2. Voor klasse A gaat het zelfs om ruim € 160 per m2 boven de bestaande VNG norm. De VNG hebben wij al enige tijd geleden gevraagd de normbedragen aan te passen.

Laatst gewijzigd: 
dinsdag 5 juni 2012

Nieuwscategorieën