Vier opvallende uitspraken uit het debat over leraren

De Tweede Kamer debatteerde gisteren over leraren. Dat leverde – zo vlak voor de verkiezingen – veel uitspraken, ideeën en voorstellen op. De PO-Raad selecteerde er een aantal en voorzag deze van een reactie.

Het beroep ‘leraar basisonderwijs’ moet worden opgenomen in de kansberoepenlijst van UWV (Eppo Bruins, Kamerlid ChristenUnie).

De PO-Raad waarschuwt al langere tijd voor het nijpende lerarentekort dat het primair onderwijs staat te wachten en in grote steden nu al voor problemen zorgt. Door het beroep ‘leraar primair onderwijs’ op te nemen in de lijst van beroepen waar tekorten in zijn, kunnen werkzoekenden van het UWV een voucher krijgen die tegemoetkomt in de kosten van de opleiding voor dit beroep. Dit kan hen mogelijk over de drempel helpen om te kiezen voor een baan in het primair onderwijs. De sectororganisatie voor het primair onderwijs juicht dit voorstel daarom toe.

Door meer fulltime banen aan te bieden in het primair onderwijs, kan het lerarentekort ook worden verminderd. Daarnaast wordt het dan aantrekkelijker voor mannen om in het onderwijs te gaan werken (Eppo Bruins, Kamerlid ChristenUnie).

Iedereen met een bevoegdheid mag werken in het primair onderwijs. Zowel man als vrouw. Zowel fulltime als parttime. Natuurlijk zullen er – zeker in tijden van het lerarentekort – fulltime banen aangeboden worden en wordt er gevraagd aan parttimers om meer te werken. Maar niet iedere leraar is geïnteresseerd in een fulltime dienstverband.

Wat volgens de PO-Raad meer zoden aan de dijk zet bij het oplossen van het lerarentekort in het primair onderwijs, is het verhogen van lonen en creëren van betere carrièreperspectieven. De sectororganisatie voor het primair onderwijs kijkt dan ook reikhalzend uit naar de resultaten van het vergelijkend onderzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) naar loongebouwen in het onderwijs en de daaropvolgende acties.

De universitaire lerarenopleiding is een interessante optie voor vwo’ers die nu alleen op de academische pabo (ALPO) zijn aangewezen. Het besluit over of deze opleiding er komt, wordt genomen op basis van het advies dat de Commissie Doelmatigheid Hoger Onderwijs gaat uitbrengen (Jet Bussemaker, minister van Onderwijs, PvdA).

De PO-Raad stond samen met de Vereniging van Nederlandse Universiteiten (VSNU) aan de wieg van het plan voor een universitaire opleiding voor basisschoolleraren. Enerzijds omdat het goed is voor de diversiteit van lerarenteams als er academisch opgeleide leerkrachten zijn (het liefst minimaal twee per basisschool, wat de PO-Raad betreft). En anderzijds omdat het meer vwo’ers naar het basisonderwijs zal trekken. Zij zijn hard nodig om het lerarentekort tegen te gaan.

De besluitvorming van het CDHO over de universitaire bachelor laat lang op zich wachten, maar de PO-Raad heeft er alle vertrouwen in dat de opleiding - een wens van scholen - er komt. Diversiteit in teams betekent ook diversiteit in lerarenopleidingen.

Leraren zouden meer tijd en ruimte moeten krijgen om zich te verbeteren, verbreden en verdiepen. Daarom zou een maximaal aantal lesuren van acht dagdelen voor een (fulltime) docent in het primair onderwijs moeten worden vastgesteld (Paul van Meenen, Kamerlid D66; hij diende hier eerder een motie over in die werd aangenomen door de Kamer).

De PO-Raad is een voorstander van meer ruimte en ontwikkeltijd voor leraren en draagt graag bij aan het onderzoek en het voorstel. Wel waarschuwt de sectororganisatie voor het primair onderwijs ervoor dat het aan de sector in gezamenlijkheid is – en niet aan de politiek – om arbeidsvoorwaarden overeen te komen en invulling te geven aan de organisatie van het werk. Ruimte voor maatwerk is hierbij het uitgangspunt. 

Laatst gewijzigd: 
maandag 10 april 2017

Nieuwscategorieën