Vijf vragen en antwoorden over thuiszitters

Van 8 tot en met 12 mei vindt de Landelijke Actieweek Thuiszitters plaats. In het hele land worden dan activiteiten georganiseerd voor iedereen die hiermee te maken heeft, van thuiszitters tot schoolbestuurders en gemeenten. Voorafgaand aan deze week vijf vragen en antwoorden over dit thema, dat volgens de PO-Raad het hele jaar door aandacht zou moeten krijgen.

In Nederland gaan ieder jaar ongeveer vierduizend leerplichtige kinderen langer dan vier weken aaneengesloten niet naar school. Meer dan de helft daarvan zit zelfs langer dan drie maanden thuis. Daarnaast zitten zo’n vijfduizend leerlingen thuis vanwege een ontheffing van de leerplicht op grond van een medische verklaring. Dat aantal bleek in de laatste meting zelfs gestegen. De PO-Raad vindt dat iedere leerling die thuiszit, er één teveel is en hoopt dat de Landelijke Actieweek Thuiszitters het probleem bij iedereen (weer) op het netvlies brengt en nieuwe energie geeft om een steentje bij te dragen.

Wanneer spreek je van thuiszitten?

In de laatste brief van staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs) kondigde hij aan dat met ‘thuiszitters’ voortaan bedoeld wordt: alle kinderen die langer dan vier weken niet naar school gaan, maar wel ingeschreven staan bij een school én alle kinderen die überhaupt niet staan ingeschreven bij een school, maar wel leerplichtig zijn. In die laatste categorie vallen ook leerlingen die slechts een dag niet ingeschreven zijn geweest. Daarnaast zijn er dus leerlingen die zijn vrijgesteld van de leerplicht. Deze vrijstelling vindt plaats op basis van een specifieke situatie, zoals een ernstige, meervoudige handicap.

De landelijke leerplichtorganisatie Ingrado schrijft: ‘Thuiszitters zijn kinderen en jongeren die zonder onderwijs thuis zitten omdat hun problematiek (volledige) deelname in een reguliere dan wel speciale onderwijssetting onmogelijk maakt.’

Waardoor komen kinderen thuis te zitten?

Ingrado deed in 2010 een groot onderzoek naar thuiszitten. De meestgenoemde oorzaken bleken:

  • psychiatrische problemen: angsten, psychische of psychiatrische problematiek;
  • gedragsproblemen: problematisch gedrag naar anderen;
  • wachten op opvang: de opnemende instelling is niet in staat direct actie te ondernemen;
  • bureaucratie: regels en procedures, waarbij geen rekening gehouden wordt met de problematiek van de jongere;
  • problemen in de thuissituatie: ontbreken van structuur, onvoldoende houvast, onrust, gebroken gezin. Kinderen die thuiszitten hebben relatief vaak ouders met een psychiatrische stoornis.

Is thuiszitten niet vooral een probleem in het voortgezet onderwijs?

Het klopt dat in het voortgezet onderwijs meer leerlingen uitvallen dan in het basisonderwijs. Maar het probleem speelt zeker ook in het primair onderwijs. Ruim een derde van de leerlingen die ten onrechte niet ingeschreven staan of met een ontheffing van de leerplicht thuiszitten, valt in de doelgroep van het primair onderwijs. Juist daar zijn in een heel vroeg stadium de eerste signalen op te vangen. Van de leerlingen die wél ingeschreven zijn, maar langer dan vier weken thuiszitten, hoort zestien procent thuis in het primair onderwijs. Bovendien speelt de basisschool een belangrijke rol bij de voorbereiding op de kwetsbare overstap naar het vo. Rond die overgang vallen veel leerlingen uit. 

Wat werkt tegen thuiszitten?

Het is een cliché, maar wat werkt, is een sluitende aanpak, gericht op preventie, een goede aansluiting tussen onderwijs en zorg, zorgvuldige registratie en ruimte voor maatwerk. Duidelijke afspraken op iedere school en in ieder samenwerkingsverband over taken en verantwoordelijkheden zijn belangrijk. De beweging Lansbrekers wil het aantal thuiszitters terugdringen door middel van:

  • een expert begeleider thuiszitters in elk samenwerkingsverband; 
  • kennisdeling en verbindingen leggen;
  • het ondersteunen en stimuleren van lokale thuiszitterstafels, waaraan altijd iemand zit met doorzettingsmacht om knopen door te hakken.
  • het ontwikkelen van maatwerkoplossingen in de eigen regio.

Wat doet de PO-Raad?

Onze ambitie is dat in 2020 geen kind langer dan drie maanden thuiszit zonder passend aanbod. Daarom hebben we samen met onze partners van het ministerie van Veiligheid en Justitie, PO-Raad, VO-raad en de VNG, het Thuiszitterspact getekend. Samen gaan we gemeenten, scholen, samenwerkingsverbanden en jeugdhulpverleners stimuleren, ondersteunen en soms ook achter de broek aan zitten om in hun regio al deze kinderen opnieuw een kans te bieden. Marc Dullaert, voormalig Kinderombudsman, is aangesteld als aanjager van dit Thuiszitterspact: hij houdt de partijen scherp. Ook steunen wij de bewegingen Lansbrekers en Vanuit Autisme Bekeken.

Meer informatie over de Landelijke Actieweek Thuiszitters is hier te vinden.

Laatst gewijzigd: 
donderdag 11 juli 2019

Nieuwscategorieën