Vragen en antwoorden over aanpassing normering toetsen Cito

30-01-2014

Cito heeft de normering van enkele toetsen onlangs aangepast. De helpdesk van de PO-Raad krijgt veel vragen van haar leden hierover. Ook bij leerkrachten en ouders spelen vragen over deze aanpassingen. We hebben een aantal vragen onder elkaar gezet, met de antwoorden van onze helpdesk.

- Gaat het om de Cito-Eindtoets die in groep 8 wordt afgenomen?
Nee, het gaat niet over de Cito-Eindtoets. Het gaat over een aantal toetsen uit het leerlingvolgsysteem (begrijpend lezen, rekenen–wiskunde en spelling).

- Wat is er precies veranderd?
De relatieve score, dus hoe de toetsresultaten zich verhouden tot de resultaten van andere leerlingen in Nederland, is aangepast.

- Waarom vond Cito deze aanpassing nodig?
Leerlingen van nu maken de toetsen over het algemeen beter dan enkele jaren geleden, toen de toetsnormering werd vastgesteld. Om tot de 20 procent hoogst scorende leerlingen te behoren, heeft een leerling nu een hogere (absolute) score nodig dan destijds. Dit kan betekenen dat een score op de toets van bijvoorbeeld ‘30 vragen goed’ nu tot niveau II wordt gerekend, terwijl dat voorheen niveau I was.  

- Heeft deze aanpassing invloed op het schooladvies?
Bij het opstellen van het schooladvies maken basisscholen vaak gebruik van (onder meer) de informatie uit de toetsen van het leerlingvolgsysteem. Hoewel van een aantal toetsen uit het leerlingvolgsysteem de normen zijn aangepast, verandert de onderliggende vaardigheidsscore niet: Wat een leerling wel/niet beheerst voor bijvoorbeeld rekenen-wiskunde is dus niet veranderd. En juist die informatie is van belang voor de advisering richting het voortgezet onderwijs. Wat een leerling moet kennen en kunnen bij instroom in het voortgezet onderwijs is immers ook niet aangepast.

- Heeft deze aanpassing invloed op de toelating tot het voortgezet onderwijs?
Dat is afhankelijk van de manier waarop de toelating tot het voortgezet onderwijs in een regio is geregeld. Als bij de beslissing tot toelating het niveau op één of meer toetsen van het leerlingvolgsysteem een rol speelt, dan heeft de aanpassing van de normering mogelijk invloed op de procedure. Dit is mede afhankelijk van de keuze die het primair en het voortgezet onderwijs maken over of zij al dan niet gebruikmaken van de nieuwe normen. Het is aan de PO en VO-scholen in de regio om hier samen goede afspraken over te maken. Zie ook de informatie over de plaatsingswijzers VO op de website van Cito.

- Wat kan ik als schoolbestuur primair onderwijs doen, als de aangepaste normering negatieve gevolgen heeft voor mijn leerlingen?
Zoals Cito al op haar website aangeeft, zegt de aangepaste normering niets over het kennisniveau van de leerling, maar over deze score ten opzichte van andere leerlingen. Problemen kunnen ontstaan in regio’s waar PO en VO niet gelijk optrekken voor wat betreft het toepassen van oude en nieuwe normen. Om dit te voorkomen, is onderlinge afstemming cruciaal. De PO-Raad adviseert in gesprek aan te gaan met de VO-scholen in de regio, om deze problemen te verhelpen. Overigens is de PO-Raad van mening dat toetsgegevens nooit het enige en absolute criterium mogen zijn voor advisering en plaatsing.

- Hoe moet ik als school ouders informeren over de aangepaste normering?
De aanpassing van de normen is voor veel ouders ingewikkeld. Cito heeft een speciale brief voor ouders gemaakt die scholen kunnen gebruiken om de aanpassing van de normen aan ouders uit te leggen. U vindt deze hier.     

- Leidt de aanpassing van de normering nu ook tot een andere beoordeling van de tussenresultaten van onze school door de Inspectie?
De door Cito aangepaste normen liggen meer in lijn met de normen die de Inspectie al hanteerde. Navraag bij de Inspectie leert dat de Inspectie op korte termijn niet opnieuw de normen in haar toezichtskader zal aanpassen.  

- Wanneer zijn de nieuwe normen in alle leerling-administratiesystemen verwerkt?
Niet alle leveranciers van leerling-administratiesystemen hebben de aangepaste normen al doorgevoerd. Dit heeft te maken met de technische implicaties die groter zijn dan in eerste instantie gedacht. In februari 2014 gaan Cito en de leveranciers van deze systemen hierover in gesprek. De PO-Raad schuift hierbij aan om er voor te zorgen dat alle scholen op korte termijn kunnen beschikken over de juiste informatie. Verder geldt dat de systemen die de normen wel hebben aangepast, dit vaak met terugwerkende kracht doen. In het leerling-rapport van een leerling uit groep 7 die bijvoorbeeld in groep 4 niveau II scoorde, staat nu bijvoorbeeld een III bij de score op dat toetsmoment. Zoals Cito ook zelf op haar website zegt, is het niet de bedoeling om in het verleden behaalde resultaten te herwaarderen. Dat dit in de overzichten vaak wel gebeurt, werkt verwarrend voor leraren, leerlingen en ouders. De PO-Raad zal dit punt inbrengen in het overleg met Cito en de leveranciers van leerlingadministratiesystemen. Het is belangrijk dat scholen goed bedenken hoe ze hierover met bijv. ouders communiceren.

- Waarom leidt de aanpassing van Cito tot zoveel verwarring en vragen?
Hierop kan de PO-Raad geen antwoord geven. Ouders, scholen, wetenschappers en media hebben allemaal een mening over toetsen, toetsgegevens en de waarde die hieraan wel of niet gehecht moet worden. Hierdoor worden berichten hierover niet altijd in de juiste context geplaatst. Dat kan tot verwarring leiden.

- Wat vindt de PO-Raad van de aanpassing van de normen? Mag Cito dit nu zo maar doen?
Cito is een onafhankelijke organisatie die beoordeeld wordt op de kwaliteit van haar toetsen. Zij hebben geconstateerd dat de normen van de toetsen geen goed beeld meer geven van de score van de leerling, in vergelijking met leeftijdgenoten. Het is hun verantwoordelijkheid om dan een aanpassing door te voeren. Daar gaat de PO-Raad niet over en daar nemen wij ook geen standpunt over in.   

Laatst gewijzigd: 
dinsdag 4 februari 2014

Nieuwscategorieën