Waarom kreeg een leraar in 2018 extra salarisverhoging?

De leraren kregen in 2018 een extra salarisverhoging tot aan 8%. Sommige directeuren en onderwijsondersteuners kregen vorig jaar een extra salarisverhoging, maar die was lager. De oorzaak daarvan was dat de leraren destijds binnen het primair onderwijs een grotere achterstand hadden in hun salaris. Lees hier de uitleg en zie een vergelijking van de verschillende salarisschalen. 

Hier en daar bestaat het beeld dat een schooldirecteur maar weinig meer verdient dan een leraar. In theorie kan dat het geval zijn, maar gemiddeld klopt dat beeld niet. 86% van de directeuren zit in een salarisschaal waarvan het max-bedrag 5.500 euro of meer is (gegevens van steekproef onder PO-Raad-leden). Ongeveer 95% van de leraren zit in een schaal waarvan het max-bedrag 4.434 euro of minder is. In verreweg de meeste gevallen is er dus een verschil van minimaal 1100 euro per maand tussen de directeur en de leraar. 

Het genoemde kleine verschil kan ontstaan bij de benoeming van een leraar tot directeur. Als de inschaling in de directieschaal dan op het naasthogere bedrag plaatsvindt, is het verschil gering. De leraar gaat dan in zijn nieuwe rol als directeur niet direct veel meer verdienen, maar hij heeft wel uitzicht op een hoger salaris. Een andere oorzaak van een klein verschil tussen een leraar en een directeur kan zijn dat de functies op basis van de omschrijving van taken en verantwoordelijkheden als even zwaar worden beoordeeld in het systeem van functiewaardering PO.  En – eerlijk is eerlijk – dan hoort er ook geen verschil in beloning te zijn.  

Salarisgebouw

Voorheen had het primair onderwijs vier losse salarisgebouwen. De L-schalen voor leraren, de D-schalen voor directeuren, A-schalen voor adjunct-directeuren en numerieke schalen voor onderwijsondersteunend personeel. Deze schalen waren op niet met elkaar verbonden en daardoor moeilijk vergelijkbaar. Het gevolg was ook dat de salarissen ten opzichte van elkaar niet meer eerlijk waren: in de ene functie kreeg je meer salaris voor gelijkwaardig werk dan in de andere functie. In de CAO PO 2019-2020 is er meer lijn in de salarisschalen gekomen. 

In onderstaande tabel staan de huidige salarisschalen en de actuele bedragen (de max-bedragen in de schalen) bij de verschillende functies. 

 

Puntenaantal van de functie leidt tot schaal: 

  

10 

11 

12 

13 

14 

 Leraar

 € 4.113  

 € 4.434  

 € 5.070  

  

  

  

Ca 60% van alle leraren in het PO 

 

Ca 36% van alle leraren 

 Ca 4% van alle leraren 

  

  

OOP

 € 4.171  

 € 4.861  

 € 5.527  

 € 5.990  

  

 

 De verdeling van OOP-ers over de schalen is onbekend 

 

Adjunct

 € 4.113  

 € 4.434  

 € 5.070  

 € 5.513  

  

  

3% van alle adjuncten 

52% van alle adjuncten 

 

44% van alle adjuncten 

0% 

  

Directeur

  

 € 4.861  

 € 5.527  

 € 5.990  

 € 6.217  

  

  

14% van alle directeuren 

62% van alle directeuren 

23% van alle directeuren 

1% van alle directeuren 

In de CAO PO 2019-2020 zijn de salarisschalen voor leraren en adjunct-directeuren gelijkgetrokken en ook de schalen voor directeuren en onderwijsondersteunend personeel zijn vergelijkbaar gemaakt. Een leraar met een functie gewaardeerd in schaal 11 (op basis van het puntenaantal van de taken en verantwoordelijkheden bij de functie) verdient evenveel als een adjunct-directeur met eenzelfde functiezwaarte. Een verschil in beloning tussen beide medewerkers wordt dan uitsluitend verklaard door het verschil in functiezwaarte. Iemand met meer taken en verantwoordelijkheden heeft een hoger puntenaantal, komt in een hogere salarisschaal en verdient dan meer. 

Gelijke functiezwaarte

Een directeur of een OOP-er met een functie gewaardeerd in schaal 11 verdient nu nog 430 euro per maand meer dan een leraar met dezelfde functiezwaarte. Uiteindelijk is het de bedoeling dat ook dit verschil verdwijnt. Het uitgangspunt voor de PO-Raad is dat gelijke zwaarte van de functie leidt tot dezelfde salarisschaal en tot een gelijkwaardig salaris. Het salaris wordt dan bepaald door de zwaarte van de functie. 

De leraren hebben in 2018 een flinke extra salarisverhoging gekregen. Dat kon doordat er extra geld van het kabinet kwam. Dat geld moest volgens het regeerakkoord direct naar de salarissen van leraren. Dat was ook nodig, want op dat moment liepen de salarissen van de leraren nog verder achter bij de andere functies in het primair onderwijs, dus het verschil met andere functies in de sector met gelijke functiezwaarte was nog groter dan het nu nog is. Dat is ook de reden dat directeuren en OOP-ers niet eenzelfde extra salarisverhoging hebben gekregen (Lees ook: Driekwart directeuren is hoger ingeschaald na actualiseren functie). Het salaris van de leraren liep flink achter en loopt nog altijd achter in vergelijking tot de directeuren en OOP-ers met een even zware functie. 

Loonkloof

Alle medewerkers in het primair onderwijs lopen nog steeds achter op de collega’s in het voortgezet onderwijs. Voor directeuren in het voortgezet onderwijs liggen de maxima van de salarisschalen 3,1% hoger dan voor directeuren in het primair onderwijs bij hetzelfde functieniveau. De salarissen van de leraren in het voortgezet onderwijs liggen minimaal 4% hoger dan de salarissen van gelijkwaardige leraren in het primair onderwijs. De PO-Raad heeft onlangs berekend dat het kabinet structureel 900 miljoen moet investeren om deze ongelijkheid weg te nemen. Met deze investering kunnen de salarisschalen gelijkwaardig worden aan die in het vo. Ook worden dan de eindejaarsuitkering en de toeslagen gelijk. Dat geldt dan voor OOP, leraren en leidinggevenden in het basisonderwijs, speciaal (basis) onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs. 

Laatst gewijzigd: 
woensdag 2 juni 2021

Nieuwscategorieën