Wat betekent ‘normalisering’ voor het ontslagbeleid in het openbaar onderwijs?

Door de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren veranderen de regels voor het openbaar onderwijs. Dat heeft bijvoorbeeld gevolgen voor openbare schoolbesturen die hebben gekozen voor zogenoemd ontslagbeleid.

Op 1 januari 2020 treedt de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) in werking. Deze wet heeft belangrijke gevolgen voor het openbaar onderwijs. Vanaf dat moment is het arbeidsrecht van toepassing op werknemers in het openbaar onderwijs (en niet meer het ambtenarenrecht). Uitgangspunt is dat voor werknemers in het openbaar onderwijs dezelfde arbeidsvoorwaarden en cao-bepalingen gelden als voor werknemers in het bijzonder onderwijs. Dit brengt een aantal veranderingen met zich mee. Dit artikel gaat over de aandachtspunten voor schoolbesturen met ontslagbeleid.

De cao voor primair onderwijs biedt schoolbesturen een keuze hoe zij omgaan met de gevolgen voor het personeel van gedwongen ontslagen wegens bedrijfseconomische omstandigheden. Zij kunnen kiezen uit werkgelegenheidsbeleid en ontslagbeleid.

Bij werkgelegenheidsbeleid wordt met de vakbonden een sociaal plan overeengekomen. Bij ontslagbeleid geldt (kort gezegd) dat de verwachte afvloeiing twee jaar van te voren wordt gemeld aan de vakbonden. De werkgever moet daarbij rekening houden met de UWV Uitvoeringsregels. Een jaar later, een jaar voor het verwachte ontslag, worden de betreffende medewerkers in het risico dragend deel van de formatie (rddf) geplaatst. De werkgever moet voor het werkelijke ontslag tijdig toestemming vragen bij het UWV op grond van bedrijfseconomische omstandigheden (de a-grond). Lees hierover ook dit artikel.

Rddf-plaatsing

Het openbaar onderwijs gaat voor de rddf-plaatsing nu nog uit van de datum voor aanvang van de zomervakantie een jaar voor het verwachte ontslag. Na invoering van de Wnra moeten de schoolbesturen uitgaan van de datum 1 februari. Vóór 1 februari een jaar voor het verwachte ontslag, moeten de betreffende medewerkers in de rddf worden geplaats. En vóór 1 februari twee jaar voor het verwachte ontslag, moeten werkgevers de verwachting melden bij de vakbonden.

De eerstvolgende rddf-plaatsingen in het openbaar onderwijs vinden nog wel voor de zomervakantie van dit jaar plaats. Aangezien het verwachte ontslag van deze mensen na de inwerkingtreding van de Wnra (in 2020) plaatsvindt, moet het schoolbestuur hiervoor volgend jaar toestemming vragen aan het UWV. Op dat moment gelden de uitvoeringsregels van het UWV. Dit betekent ook dat voor de komende rddf-plaatsingen al het afspiegelingsbeginsel moet worden toegepast. De afvloeiingslijsten verdwijnen.

Door de verschuiving van het moment van vóór de zomervakantie naar vóór 1 februari, ontstaat er een onduidelijke overgangssituatie. Wanneer worden de mensen in 2020 ontslagen, die deze zomer in de rddf worden geplaatst? Op welk moment moeten de verwachte ontslagen voor 2021 aan de vakbonden zijn gemeld? De PO-Raad zet in op een overgangsrecht voor schoolbesturen in een nieuwe cao, zodat er duidelijkheid komt op deze punten.

Toestemming UWV

Bij afspiegelen spelen diensttijd, leeftijd, uitwisselbare functies en de peildatum (datum rddf-plaatsing) een rol. Belangrijke vraag bij afspiegelen is: moet worden afgespiegeld op schoolniveau (als bedrijfsvestiging) of op bestuursniveau. Uiteindelijk bepaalt UWV dit, bij de beoordeling van de toestemming voor ontslag. Schoolbesturen kunnen bij het regiokantoor van UWV vooroverleg voeren over deze vraag.

Het UWV beslist uiteindelijk op aanvragen voor ontslag wegens bedrijfseconomische omstandigheden. De PO-Raad kan daarover enkel richtlijnen geven, maar geen uitsluitsel.  

Heb je naar aanleiding hiervan vragen, dan kun je contact opnemen met onze juristen bij de Helpdesk.

Lees hier ook de andere artikelen uit de reeks over de veranderingen voor het openbaar onderwijs als gevolg van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren. 

Laatst gewijzigd: 
woensdag 22 mei 2019

Nieuwscategorieën