Wat is wat en wat is hoe in het onderwijs? Verslag van Onderwijspoort

Tijdens de Onderwijspoort Vijf jaar na Dijsselbloem discussiëren politiek en onderwijsveld stevig over de rol van de overheid en van ‘het veld’ zelf. De overheid bepaalt het Wat in het onderwijs en het veld gaat over het Hoe. Maar zijn de referentieniveaus nu Wat of Hoe?

Tijdens de Onderwijspoort gaan politici en onderwijsmensen onder leiding van Boris van der Ham met elkaar in discussie over actuele onderwijsthema’s. Vandaag staat het rapport van de Onderwijsraad Onderwijs politiek na de commissie-Dijsselbloem centraal, een onderzoek naar wat er is gebeurd met de aanbevelingen uit Tijd voor Onderwijs, het eindrapport van de ‘commissie- Dijsselbloem’. Debatleider Van der Ham schreef zelf destijds mee aan dit rapport, dat stevige kritiek bevat op de rol van de overheid. Er is niet wezenlijk iets veranderd, concludeert de Onderwijsraad vijf jaar later. De politiek bemoeit zich te veel op detailniveau met het onderwijs. De overheid zou krachtiger moeten sturen op hoofdlijnen en tegelijkertijd niet terugdeinzen voor een stelselwijziging als dat nuttig is.  

Simone Walvisch, vice-voorzitter van de PO-Raad: ,,We hebben op dit moment juist wel behoefte aan een stelselwijziging.''

Wat en Hoe

Als aftrap bespreekt wetenschappelijk directeur Guuske Ledoux van Instituut SCO Kohnstamm – de feitelijke uitvoerder van het onderzoek van de Onderwijsraad – de hoofdlijnen van het rapport. De kernboodschap van de commissie-Dijsselbloem in 2008 was: de overheid gaat over het Wat , de scholen over het Hoe. Grootschalige onderwijsvernieuwingen willen we niet meer, de overheid moet beter luisteren naar het veld en terughoudend zijn in het opleggen van allerlei maatschappelijke taken. Daarvan is niet veel terechtgekomen. Ledoux: ,,Er is op veel terreinen beleid gemaakt, maar er is geen overkoepelende visie op onderwijs. Politici willen bovendien eigenlijk niet afblijven van het Hoe. Het onderscheid tussen Wat en Hoe is ook niet altijd helder. Zijn referentieniveaus Wat of Hoe?”

Consistentie

De bestuurders en schoolleiders in het voortgezet onderwijs herkennen zich in de conclusies van de Onderwijsraad. Petra van Haren, voorzitter van de Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS): ,,De overheid schrijft nog steeds teveel voor op detailniveau.’’ ,,Het beleid zwalkt. Neem de maatschappelijke stage. Dat was een maatschappelijke opdracht, we hebben geïnvesteerd in de invoering en nu wordt het afgeschaft“, zegt Hein van Asseldonk, vice-voorzitter van de VO-Raad. Simone Walvisch, vice-voorzitter van de PO-Raad, gaat in op het geconstateerde gebrek aan lange termijn visie. ,,We hebben op dit moment juist wel behoefte aan een stelselwijziging. Wie kindcentra wil inrichten, stuit op schotten die de overheid in het stelsel heeft neergelegd. Ook wil ik de politiek oproepen consistenter  te zijn. Nu klaagt de politiek over de afrekencultuur in het onderwijs, vijf jaar geleden ging het debat er vooral over dat de taal- en rekenresultaten zichtbaar gemaakt moesten worden. De politiek zou ook beter moeten formuleren waar zij over gaat, namelijk hoe borgen we de kwaliteit – en zich daar ook aan houden.”

 

 

 

 

 

 

Kamerleden aan het woord.                      AB-lid Wim Schut praat mee 
                                                               over het Wat en het Hoe

 

Hoe

Dan is het woord aan de praktijk. Arnoud de Kleijn, leerkracht van groep 8 van de Koos Meindertsschool in Den Haag: ,,We krijgen teveel voorgeschreven hoe we het moeten doen, zoals met het pestprotocol.” Jasmijn Kester is directeur van Onderwijs Stad & Esch in Meppel. Zij vindt dat de overheid en de scholen elkaar in de klem houden. ,,Wij hebben heus wel een pestbeleid, al noemen we het niet zo. Maar dan is er een incident en dan moeten we allemaal een pestprotocol.” Rianne Zweers, directeur Montessorischool De Keizer in Deventer, voegt toe: ,,Of neem gym. Het  lijkt net of scholen er geen aandacht aan besteden, maar er is tijd nodig om bewegingsonderwijs te organiseren.” Jeroen Gommers, bestuurder samenwerkende vrije scholen Zuid-Holland (po) vindt dat de overheid de verkeerde vragen stelt: “De overheid wil advies wil hebben van de sector hoe de sector beter werk kan leveren. Maar men moet vragen: wat kunnen wij als politiek doen om te zorgen voor beter muziekonderwijs en meer excellentie?” Van der  Ham vraagt of het taboe op stelselwijzigingen moet worden doorbroken. Na een korte stilte zegt Gommers: “De overheid moet een integrale visie hebben op het stelsel als geheel en op de opbrengsten van het onderwijs. Daarnaast moet er ruimte zijn bij scholen om zelf invulling te geven aan het curriculum.“ Zweers ziet een knelpunt:  ,,Bij het Montessori-onderwijs willen we een concentrisch curriculum. Maar de manier van toetsen vraagt om een lineair curriculum.”

Initiatiefwet

Het is de beurt aan de Tweede Kamerleden. Roelof Bisschop (SGP), Paul van Meenen (D66) en Michel Rog (CDA) dienden vorige week een initiatiefwet in waarin scholen meer ruimte krijgen voor een eigen invulling van het Hoe. Roelof Bisschop: ,,Scholen moeten de mogelijkheid hebben om hun ideeën uit de voeren zonder dat de inspectie ze meteen afrekent op de onderwijsuren.” Paul van Meenen: “Toenemende regelgeving heeft niet geleid tot minder incidenten. Wel tot georganiseerd wantrouwen. We stellen vast dat er verschil is tussen wat de overheid als kwaliteit ziet, en hoe de leraar ‘kwaliteit’ definieert. Nu heeft de Inspectie een dubbelrol: soms als beoordelaar en soms als ‘critical friend’. Met deze wet willen wij helder maken wanneer het gaat om wettelijke voorschriften en wanneer het gaat om reflectie.”

Toon

Simone Walvisch proeft ook wantrouwen in  de ‘toon’ in de Tweede Kamer. ,,Het credo is: ‘geef onderwijs terug aan het onderwijs’. Maar afgelopen week in het Kamerdebat over de onderwijsbegroting wordt gevraagd wat er is gebeurd met het geld voor extra leerkrachten dat nota bene eind 2013 is overgemaakt. Het is nu november 2014. De toon is suggestief, alsof de besturen daar wel andere dingen van zullen hebben gedaan. Geldt ’meer ruimte voor onderwijs’ soms alleen voor leerkrachten en niet voor besturen?” Michel Rog: ,,Het is onze taak als Kamerlid om bewindspersonen kritisch te bevragen. Als er 150 miljoen euro wordt uitgetrokken om 3000 extra leerkrachten aan te nemen, dan verwacht je dat de klassen kleiner worden. Waar het om gaat is dat dit geld is dat er nú is. Over twee jaar niet meer.” Een bestuurder in de zaal wil weten wie van de Kamerleden voor het duurzaamheidsbeleid heeft gestemd. ,,Wanneer nemen jullie nu eens afstand. Laat ons over de details gaan.” Van Meenen: ,,Dit is waar onderwijs over gaat. Dit is het Wat. Wij vinden duurzaamheid belangrijk.”

Integraal

In de afronding geeft Petra van Haren aan dat de druk van de ouders een belangrijk punt is. ,,De dag na een incident of na een beleidsvoornemen staan er ouders op de stoep bij de schooldirecteur. Iedere keer is er gedoe om zaken die niets met het onderwijsleerproces te maken hebben. De schoolleiders willen een verbinding zien tussen het beleid en de praktijk.” Hein van Asseldonk voegt toe: ,,Maak niet van ieder incident een symptoom. Ontwikkel een lange termijnvisie.”

Simone Walvisch krijgt als laatste het woord. ,,Michel Rog heeft gelijk als hij om verantwoording vraagt. Maar vraag om integrale verantwoording, niet om verantwoording op onderdelen.” 

Tekst: Susan de Boer
Fotografie: Jan de Groen 

Laatst gewijzigd: 
dinsdag 3 februari 2015

Nieuwscategorieën