Wat maakt dit Integraal Kindcentrum zo gewild?

Personeelstekort? Op Casa Tweetalige Montessorischool, een IKC in Pijnacker is er niets van te merken. Met een wachtlijst van meer dan driehonderd kinderen heeft dit kindcentrum bovendien geen zorgen over de aanwas. Wat maakt deze locatie zo gewild, bij zowel ouders als personeel? Ruim dertig deelnemers komen af op deze IKC-dag op locatie om het antwoord te horen op onder andere deze vraag.

Montessorischool Casa is vijftig weken per jaar open. Het is nadrukkelijk géén expat-locatie, maar een ‘gewoon’ kindcentrum met zowel Nederlands als volledig Engelssprekend personeel. De leerkrachten heten overigens begeleiders, en zijn volgens de montessoritraditie in dienst van de ontwikkeling van het kind. Niet van het kind zelf dus, een belangrijk verschil.   

Er zijn verschillende clusters: een groep peuters (1-3 jaar), een groep 3-6 jarigen, een groep 6-9 jarigen en een groep 9-12 jarigen. Op iedere groep (van ongeveer 45 kinderen) werken twee begeleiders en in de onderbouw een onderwijsassistent. Ieder kind heeft zijn eigen mentor, waarmee het kind zijn eigen onderwijsbehoeften formuleert.

De sfeer in het kindcentrum is vrij en ongedwongen, maar wel strak georganiseerd. Kinderen werken zelfstandig in ‘het lab’, waar jongens cherrytomaten aan het kweken zijn, die ze later zelf mogen opeten. Even verderop is een groep meiden nepsigaretten aan het maken voor een toneelstuk over stoppen met roken. Leerlingen vertellen enthousiast over hun leeromgeving.

Is het op Casa alleen rozengeur en maneschijn? Nee, net als in ieder ander IKC hebben onderwijs en kinderopvang ook hier last van verschillende toezichtkaders. Op het programma van de bijeenkomst staat dan ook een presentatie door GGD-GHOR, de toezichthouder op de kinderopvang, en Inspectie van het Onderwijs. Bij Casa vormt met name het niet mogen mengen van 3- met 4/5/6-jarige leerlingen een knelpunt. De 3-jarigen maken deel uit van dezelfde groep, maar Casa heeft schuifdeuren moeten plaatsen om aan te tonen dat de 3-jarigen ook apart genomen kunnen worden. ‘Dit strookt niet met de behoeften van de kinderen’, vertelt directeur Tessa Wessels. ‘De Onderwijsinspectie vindt het geen probleem als de deur open staat, de GGD wél’, vervolgt ze.

‘Is het mogelijk dat de beide inspecties hun bezoek bundelen en op die manier naar elkaar toegroeien?’, probeert een deelnemer. Het antwoord laat zich raden: dat gaat niet, door de verschillende kaders die ze moeten handhaven. En die kaders bedenkt een inspecteur natuurlijk niet zelf.

Wetgeving loopt altijd achter op de werkelijkheid, beaamt de toezichthouder van de GGD-GHOR. In deze kabinetsperiode zal die kloof niet meer kleiner worden, realiseren de deelnemers zich. De hoop is dat het kabinet goede voorbeelden van samenwerking tussen kinderopvang en onderwijs gebruikt om de regels te verbuigen.

Laatst gewijzigd: 
vrijdag 5 april 2019

Nieuwscategorieën