Werkbezoek Judith Tielen aan Werkplaats Onderwijsonderzoek Amsterdam

,,Ik ben erg onder de indruk en wat jammer dat er slechts op drie plekken in Nederland werkplaatsen primair onderwijs zijn”. Met deze woorden sloot VVD-Kamerlid Judith Tielen, haar werkbezoek aan de Werkplaats Onderwijsonderzoek Amsterdam af. Zij maakte tijdens dit werkbezoek kennis met de werkwijze, ervaringen en opbrengsten van de werkplaats. 

Binnen de werkplaats Amsterdam werken leraren, leraar-onderzoekers, studenten en onderzoekers samen aan onderzoeksvraagstukken uit de dagelijkse lespraktijk. Diversiteit is het overkoepelende thema waaraan de leerteams en onderzoeksteams werken. Via kennisclips, posters en presentaties deelt de werkplaats de ontwikkelde kennis, zodat ook andere scholen hiervan kunnen profiteren.  

Erna van Hest, coördinator van de werkplaats, benadrukte bij de start van het werkbezoek het belang van de werkplaatsen: ,,Ik beschouw het onderwijs als een topsector. Daar investeer je in de basis van de samenleving. Dankzij de werkplaatsen hebben kennisinstituten veel beter zicht op de vragen uit de onderwijspraktijk en kunnen zij hun onderzoek daarop afstemmen. De werkplaatsen vormen een netwerk waarbinnen onderzoekers en leraren samen werken aan verbetering van de onderwijskwaliteit. Het ‘evidence informed’ werken (op basis van onderzoek weten wat werkt, red.) moet een plek krijgen in het onderwijs, en in de HRM-cyclus.”

Tijdens het werkbezoek gaven Inti Soeterik (onderzoekscoördinator UvA), Bart Joosse (leraar en leerteamcoördinator), Nienke Meester (leraar) en Laura Metsch (student Universitaire Pabo van Amsterdam) een presentatie over hun onderzoeksopzet en de bijbehorende bevindingen. Op de Admiraal de Ruyterschool is er sprake van veel diversiteit. Dit vraagt om constante verandering van de school en leraren. Hoe ga je om met zoveel verschillende niveaus in de klas, met zoveel verschillende soorten ouders met verschillende sociale en etnische achtergronden? 

Om antwoord te geven op deze vragen, lag de focus van het onderzoek in eerste instantie op cognitieve diversiteit, hoe kun je leerlingen op hun eigen niveau blijven uitdagen? Later is deze focus verbreed en is er onder andere ook onderzoek gedaan naar de relatie tussen cognitieve diversiteit en het welbevinden van leerlingen. Hoe voelt een leerling zich in de klas, vindt hij of zij zichzelf goed in bepaalde onderdelen zoals rekenen en taal, heeft hij of zij veel vriendjes? En is er een verband tussen leerprestaties en sociale acceptatie? De conclusie: Leerlingen die zichzelf niet goed vinden in bepaalde onderdelen, voelden zich ook minder geliefd. 

Voor het onderzoeksteam betekende dit inzicht dat zij hun collega leraren binnen de school meer bewust zijn gaan maken van de verschillen in sociale acceptatie en hen ook handvatten gaan bieden om de sociale acceptatie bij leerlingen te bevorderen. Volgens het team draait het om talentontwikkeling van iedere leerling. Ieder kind is ergens goed in, en dat mag gezien worden.  

Op de vraag van Judith Tielen wat leraren binnen de school meekrijgen van het onderzoek antwoordt Saskia van Caem, directeur Admiraal de Ruyterschool: ,,Binnen deze school zijn we heel bewust met professionalisering bezig. We proberen het onderwijs zo te organiseren dat iedereen ervan leert en iedereen een stukje meepikt van het onderzoek wat wij verrichten. Ons doel is ook niet om van alle leraren onderzoekers te maken. Wij geloven juist in diversiteit want daar ligt de sleutel naar kwaliteit.” 
 

Verschuiving van onderzoeksobject naar onderzoekspartner

Van Hest ziet een positieve ontwikkeling op het gebied van bewustwording bij universiteiten en kennisinstituten: ,,Ik zie in een steeds eerder stadium dat onderzoekers zeggen ‘Stop, we moeten het primair onderwijs bij ons onderzoek betrekken”. En dit is een goed signaal, aangezien een belangrijk doel van de werkplaatsen is om de werelden van onderwijs en onderzoek nauwer met elkaar te verbinden.  

Anko van Hoepen, vicevoorzitter van de PO-Raad, complimenteerde de werkplaats met hun werkwijze, enthousiasme en tot nu toe bereikte resultaten. Wel stipte hij het belang van kennisdeling aan. ,,De goede dingen die hier gebeuren, moeten groeien, naar buiten. Zodat ook andere scholen hiervan kunnen profiteren. Wat hier in Amsterdam ontwikkeld wordt, moet ook elders in Nederland toepasbaar zijn. Ook blikte hij vooruit op de R&D agenda die de PO-Raad op dit moment, in samenwerking met de VO-raad en het NRO, wordt ontwikkeld. Deze agenda bevat de meest urgente kennis- en ontwikkelvraagstukken voor de komende tien jaar. 

Op 27 juni vindt de zomerbijeenkomst plaats waarbij de drie verschillende werkplaatsen elkaar informeren over de voortgang, opgeleverde resultaten en geleerde lessen. Uiteraard doet de PO-Raad verslag van deze bijeenkomst via de website en de website van de werkplaatsen www.werkplaatsenonderwijsonderzoek.nl 

Subsidie met een jaar verlengd!
Wij zijn verheugd dat het Ministerie van OCW de subsidie voor de drie werkplaatsen onderwijsonderzoek met een jaar heeft verlengd. Zo kan de werkplaats Amsterdam verder met het thema diversiteit, de werkplaats in Tilburg met hoogbegaafdheid en de werkplaats Utrecht met het inrichten van leergemeenschappen op diverse onderzoeksthema’s. De PO-Raad en het Nationaal Regieorgaan onderwijs (NRO) zijn initiatiefnemer van de werkplaatsen onderwijsonderzoek en willen bouwen aan een structurele, duurzame verbinding tussen onderwijs, onderwijsontwikkeling en -onderzoek. 

 

Laatst gewijzigd: 
maandag 18 juni 2018

Nieuwscategorieën