Werkgevers en werknemers in primair onderwijs hoeven minder pensioenpremie te betalen

18-09-2013

In 2014 veranderen belangrijke elementen van de ABP-pensioenregeling. Werknemers bij overheids- en onderwijsinstellingen gaan minder pensioenpremie betalen. Dat is het gevolg van afspraken die de sociale partners hebben gemaakt in een pensioenonderhandelaarsakkoord. Andere onderdelen van die afspraken zijn dat de pensioenleeftijd naar 67 gaat en dat de jaarlijkse pensioenopbouw iets omlaag gaat (van 2.05% naar 1.95%).

De afspraak is gemaakt omdat de fiscale ruimte voor pensioensparen is verminderd  en deelnemers aan de ABP regeling steeds langer leven. Werknemers hebben daardoor langer de tijd om hun pensioen op te bouwen. Het bedrag dat ze daarvoor jaarlijks hoeven af te dragen, kan daarmee omlaag. De afspraken hebben een positief effect op de koopkracht van de werknemers van ongeveer 2%. Voor schoolbesturen betekent het een premiedaling van 0.7%  in 2014. In  2012 en 2013 was juist sprake van stijgende pensioenlasten.

Het onderhandelaarsakkoord wordt komende weken aan de werkgevers- en werknemersachterbannen voorgelegd. De PO-Raad zal de arbeidsvoorwaardencommissie om haar mening vragen.

Laatst gewijzigd: 
donderdag 19 september 2013

Bestanden bij dit nieuwsitem: 

Nieuwscategorieën