Werkplaatsen onderwijsonderzoek gaan nieuwe fase in

Bijna twee jaar na de start van de pilot zijn de werkplaatsen onderwijsonderzoek PO voor de derde keer samengekomen. Dit om opgeleverde resultaten met elkaar te delen, een kijkje in elkaars keuken te bieden maar vooral om samen naar de toekomst te kijken. Want waar het eerste jaar de focus lag op de samenwerking goed in de steigers te zetten en het tweede jaar om het onderzoek verder in te richten, staat het komende jaar vooral in het teken van borging en verduurzaming. En dit is belangrijk want de scholen binnen de werkplaats en iedere andere school in Nederland moet straks kunnen profiteren van de resultaten uit de werkplaatsen.

Anko van Hoepen, vicevoorzitter PO-Raad benadrukte de toegevoegde waarde van de werkplaatsen: ,,Ik beschouw de werkplaatsen als een kansrijke werkwijze voor praktijkonderzoek die ook nog eens bijdraagt aan de aantrekkelijkheid van het beroep leraar.” Een belangrijk punt, zeker met het oog op het lerarentekort. Van Hoepen ging dan ook in gesprek met drie ambitieuze studenten. En naast welbekende zaken als relatief hoge uitvalpercentages, ging het gesprek vooral over drijfveren, ambities en de mooie kanten van het beroep leraar. En op de vraag van Van Hoepen over hoe het vak aantrekkelijker gemaakt kan worden antwoordde een van de studenten resoluut: ,,Door zelf op onderzoek uit te gaan en een onderzoekende houding aan te nemen.” 

Anko van Hoepen
 

Enthousiasme en onderzoekende vaardigheden in overvloed

Binnen de werkplaatsen is er een overvloed aan onderzoekende houding en vaardigheden. Negen schoolbesturen uit het primair onderwijs werken samen met hogescholen, universiteiten en kennisinstituten aan onderzoeksvraagstukken die op de dagelijkse werkvloer ontstaan. Vanuit een gelijkwaardige positie werken leraren en onderzoekers aan onderzoek op de thema’s hoogbegaafdheid (Tilburg), diversiteit (Amsterdam) en het inrichten van leergemeenschappen op diverse thema’s (Utrecht). En dit doen zij vol passie, zoals Derk Lettink, die als leraar deelneemt aan de werkplaats POINT (Tilburg) stelt :,,Voor mij is POINT een point of no return. Ik gun alle kinderen en leraren POINT, maar ik zou het ontzettend jammer vinden als ik er zelf geen deel meer van uit zou maken.” Benieuwd naar het onderzoek van Derk in de klas? Bekijk dan zijn vlogs.

Ook Mark Mittelmeijer, voorzitter College van Bestuur bij PCOU Willibrord, vond het ,,een verademing dat er een structuur van samenwerking tussen onderwijs en onderzoek binnen de scholen was” bij zijn indiensttreding in september 2017. Ook hij bevestigde de toegevoegde waarde voor de aantrekkelijkheid van het beroep leraar: ,,Zo kunnen we zelf vormgeven aan het eigen onderwijs in plaats van uit te voeren wat anderen bedacht hebben.” Mittelmeijer wil ,,onderzoek en innovatie als genen neerzetten binnen de schoolcultuur. Dit legt niet alleen het fundament om het onderwijs te verbeteren, maar maakt het ook nog eens leuker en interessanter.” 

Vanuit de werkplaats Amsterdam deelden Dieneke Blikslager (adjunct-directeur) en Inti Soeterik (onderzoekscoördinator) hun ervaringen. ,,Onze leerlingen participeren altijd in de onderzoeken die we uitvoeren binnen de scholen” aldus Blikslager. Soeterik benadrukte de toegevoegde waarde vanuit haar eigen rol: ,,Als onderzoeker haal ik hier betekenis uit. Het is een verdieping van mijn eigen werk, explicieter gerelateerd aan wat er leeft op scholen.” Ook wil de werkplaats een leerteam oprichten binnen de opleidingen. ,,Hoe kunnen we de vergaarde kennis binnen de werkplaatsen terug laten komen in de opleiding, om zo het onderwijs te blijven ontwikkelen.”

Kennis ontwikkelen, delen en verspreiden

Anko van Hoepen complimenteerde de aanwezigen met hun enthousiasme, goede samenwerking en opgeleverde resultaten. Wel benadrukte hij het belang van kennisdeling: ,,We moeten oppassen dat we niet naar binnen maar juist naar buiten keren. Dat wat hier ontwikkeld wordt, moet ook elders in het land te benutten zijn. En daar ligt het komende jaar een belangrijke opdracht, om die kennis ook daadwerkelijk te verspreiden”. Ook verwees Van Hoepen naar de R&D agenda die op dit moment in samenwerking met de VO-raad en het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) in ontwikkeling is. Deze agenda omvat de meest urgente onderzoeks- en ontwikkelvraagstukken uit het funderend onderwijs.

Jelle Kaldewaij, directeur NRO sloot de bijeenkomst af: ,,De werkplaatsen zijn een niet te stuiten ontwikkeling. Het draagt bij aan schoolontwikkeling en professionalisering. En door een kennisrijke omgeving te creëren en leraren eigenaarschap te geven draagt het bij aan de aantrekkelijkheid van de sector.” Ook blikt Kaldewaij vooruit op het komende jaar ,,er is een sterke behoefte aan verdere bloei van een kennisinfrastructuur, en zoals reeds genoemd vandaag ligt er een belangrijke uitdaging om de resultaten uit de werkplaatsen zichtbaarder te maken”.      

Meer weten over de werkplaatsen onderwijsonderzoek?
Lees de speciale publicatie ‘Samen Onderzoeken werkt!’ hier wordt teruggekeken op de eerste twee succesvolle jaren werkplaats onderwijsonderzoek primair onderwijs. 

U kunt ook terecht op de website van de werkplaatsen www.werkplaatsenonderwijsonderzoek.nl 

De werkplaatsen onderwijsonderzoek zijn een initiatief van de PO-Raad, het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) en het Ministerie van OCW.

Laatst gewijzigd: 
woensdag 4 juli 2018

Bestanden bij dit nieuwsitem: 

Trefwoorden

Nieuwscategorieën