Wet Referentieniveaus per 1 augustus van kracht

Per 1 augustus is de Wet Referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen van kracht. In de wet is vastgelegd dat scholen per 1 augustus 2010 de referentieniveaus in het onderwijsaanbod als uitgangspunt moeten nemen. De referentieniveaus beschrijven wat leerlingen moeten kennen en kunnen op het gebied van taal en rekenen. Voor taal gaat het om de domeinen mondelinge taalvaardigheid (gespreks-, luister- en spreekvaardigheid), leesvaardigheid (zakelijke teksten, fictie, narratieve en literaire teksten), schrijfvaardigheid, hanteren van begrippen en taalverzorging. Voor rekenen gaat het om de domeinen: getallen, verhoudingen, meten en meetkunde en verbanden.

De referentieniveaus gelden voor het primair onderwijs, het voorgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs. Voor het primair onderwijs worden twee beheersingsniveaus onderscheiden: het fundamentele niveau 1F en het hogere streefniveau 1S. De niveaus zijn integraal van toepassing op het speciaal basisonderwijs en alle vormen van speciaal onderwijs, met uitzondering van zeer moeilijk lerenden en meervoudig gehandicapte leerlingen (ZML en MG). Voor het voortgezet speciaal onderwijs zullen de referentieniveaus nog worden vastgesteld in het kader van de wetgeving kwaliteit (v)so. Deze wetgeving zal naar verwachting per 1 augustus 2013 in werking treden en heeft tot doel de opbrengsten van het (v)so te verbeteren. De referentieniveaus kunnen daar uiteraard een bijdrage aan leveren.

Waarom referentieniveaus?
Eén van de belangrijke doelstellingen van de Kwaliteitsagenda PO is de fundamentele, duurzame verbetering van de taal- en rekenprestaties. Op basis van wetenschappelijke inzichten blijkt dat een meer opbrengstgerichte manier van werken op het niveau van de klas, de school en het bestuur een belangrijke bijdrage levert aan het bereiken van deze ambitie. De referentieniveaus vormen een instrument om het opbrengstgericht werken in de praktijk te realiseren. Met de referentieniveaus kunnen doelen worden vastgesteld en leerprestaties van individuele leerlingen worden gemeten, gevolgd en waar nodig bijgesteld. Bovendien bevorderen de referentieniveaus een soepelere aansluiting tussen de verschillende onderwijssectoren doordat in elke fase van de opleiding van een leerling zijn of haar niveau op eenduidige wijze kan worden vastgelegd.

Invoering van de referentieniveaus
De wettelijke verankering van de referentieniveaus per 1 augustus is een start. Voor de praktische invoering van de referentieniveaus op de scholen is een aantal jaren uitgetrokken. Immers een dergelijke invoering kost tijd. Leerlijnen, methodes en toetsen zullen de komende jaren worden aangepast aan de referentieniveaus. De referentieniveaus spelen dan ook voorlopig nog geen rol bij uw verantwoording over de leeropbrengsten aan de onderwijsinspectie. Op termijn zullen de resultaten van uw leerlingen ten opzichte van de referentieniveaus wel worden meegewogen in het kwaliteitsoordeel van uw school. Wanneer dit precies zal zijn, is nu nog niet bekend. Uiteraard wordt u daar tijdig over geïnformeerd.

Voor het primair onderwijs is er overigens geen sprake van ingrijpende veranderingen met de komst van de referentieniveaus. Taal en rekenen vormen immers al de kern van het curriculum van de basisschool. Er komt dus geen leerinhoud bij. Bovendien heeft een analyse van de lesmethoden taal en rekenen door SLO laten zien dat de methodes in algemene zin de leerstof zoals beschreven in de referentieniveaus dekken.

Naast de wettelijke verplichting om de referentieniveaus in het onderwijsaanbod als uitgangspunt te nemen, moet op termijn uit uw informatie blijken waar de individuele leerling voor taal en rekenen staat ten opzichte van de referentieniveaus. Deze informatie is nodig voor de overdracht van leerlingen naar het voortgezet (speciaal) onderwijs). Voor elke vo-school is daarmee direct duidelijk wat uw leerlingen al wel en wat ze nog niet beheersen. Deze verplichting heeft overigens geen consequenties voor de doorstroom toelatingsvoorwaarden voornaar het voortgezet (speciaal) onderwijs; het beheersen van referentieniveau 1F of 1S is geen wettelijke voorwaarde voor toelating tot één van de brugklastypes voortgezet onderwijs.

Omdat er op dit moment nog geen toetsen zijn die de beheersing van de referentieniveaus in beeld brengen, kunt u deze gegevens uiteraard nu nog niet verzamelen. Deze verplichting wordt daarom op zijn vroegst vanaf het schooljaar 2012-2013 van kracht.

Meer informatie over de referentieniveaus vindt u op www.taalenrekenen.nl

Laatst gewijzigd: 
donderdag 20 oktober 2011

Nieuwscategorieën