Wet werk en zekerheid zorgt voor grotere klassen in het primair onderwijs

10-02-2014

De nieuwe Wet werk en zekerheid leidt tot grotere klassen in het primair onderwijs wanneer het wetsvoorstel niet wordt aangepast. De wet, die onder meer paal en perk moet stellen aan het aantal tijdelijke contracten dat een werknemer mag krijgen, maakt het schoolbesturen namelijk lastig vervanging te regelen voor zieke leerkrachten. Met grotere klassen als gevolg. De PO-Raad pleit er daarom voor het wetsvoorstel aan te passen.

Het wetsvoorstel bepaalt dat er maximaal drie tijdelijke contracten kunnen worden afgesloten, voordat een werknemer recht heeft op een vast contract. Hier mag in sommige gevallen in de cao van worden afgeweken, maar ook dan kunnen maximaal zes tijdelijke contracten worden afgesloten. Op hoofdlijnen kan de PO-Raad zich vinden in de nieuwe regels. Ze is van mening dat een goed werkgever moet zorgen voor zo veel mogelijk zekerheid voor zijn medewerkers.

Diezelfde regels brengen schoolbesturen echter in problemen. Uniek voor het primair onderwijs is namelijk dat een zieke leerkracht in principe altijd wordt vervangen. Een groep leerlingen kan immers niet zonder een leerkracht. Tot op zekere hoogte kan ziektevervanging worden opgevangen door extra vaste medewerkers in dienst te hebben. Deze mogelijkheid is echter beperkt omdat ziekte niet altijd mooi verspreid over een jaar plaatsvindt. Integendeel, tijdens een griepgolf moeten meerdere leerkrachten tegelijk worden vervangen. Een schoolbestuur ontkomt er niet aan om in die gevallen een tijdelijke invalkracht aan te stellen.

Onderwijskwaliteit

Wordt de wet ingevoerd, dan moet  iedere invalkracht die een aantal keer bij een schoolbestuur invalt (het gaat dan vaak maar om enkele dagen) een vast contract krijgen. Voor een schoolbestuur is dit financieel onhoudbaar.

Schoolbesturen kunnen ervoor kiezen een nog groter deel van hun leerkrachten in te zetten als invalkrachten. Zo moet dan uiteindelijk alle ziektevervanging worden opgevangen. Omdat deze medewerkers altijd beschikbaar moeten zijn voor ziektevervanging, kunnen zij (op bepaalde dagen) niet meer voor een eigen klas staan. Aangezien veel schoolbesturen geen financiële ruimte hebben om nog meer mensen in dienst te nemen, leidt dit tot grotere klassen. De kwaliteit van het onderwijs komt daarmee onder druk te staan.

Schoolbesturen kunnen er ook voor kiezen leraren bij ziekte niet meer te vervangen. Leerlingen worden dan opgedeeld in andere klassen of anderszins wat opgevangen. Ook dit leidt regelmatig tot grotere klassen en minder tijd en aandacht voor elk kind.

Aanpassen wetsvoorstel

Het primair onderwijs is een sector die altijd zorgt voor vervangers bij uitval wegens ziekte. De PO-Raad vindt dat dat zo moet blijven omdat dat in het belang is van de leerling. Ze pleit er daarom voor een deel van het voorstel (de zogenoemde ketenregeling) aan te passen. De regel die het maximum aantal tijdelijke contracten bepaalt, zou niet van toepassing moeten zijn op invalkrachten die bij ziekte in het primair onderwijs worden ingezet. Voor overige medewerkers in het primair onderwijs is de voorgestelde regeling wél houdbaar.

Laatst gewijzigd: 
maandag 10 februari 2014

Trefwoorden

Nieuwscategorieën