Wetsvoorstel 'Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen' aangenomen in Tweede Kamer

De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel ‘Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen' aangenomen. Met de nieuwe wet wordt het mogelijk om een school te stichten op basis van belangstelling van ouders en leerlingen. De PO-Raad is blij dat het richtingenbegrip als eis voor schoolstichting wordt geschrapt, omdat er zo meer ruimte ontstaat voor vernieuwing in het onderwijs.

Een nieuwe school beginnen op basis van een pedagogisch-didactisch of onderwijskundig concept is nu alleen nog mogelijk in combinatie met een erkende geloofs- of levensovertuiging, een zogenaamde richting. Terwijl er wel behoefte is aan vernieuwing en uitbreiding van het onderwijsaanbod. Met de nieuwe wet ontstaat meer ruimte om op basis van een onderwijsconcept een school te beginnen. PO-Raad vindt het mooi dat ouders echt iets te kiezen hebben door de grote verscheidenheid aan scholen en onderwijssoorten en zo een school kunnen kiezen die het beste bij hun kind past.

Een kwaliteitstoets, uitgevoerd door de Onderwijsinspectie, wordt onderdeel van de startprocedure. De PO-Raad is voorstander van het nieuwe, wat zwaardere, beoordelingsproces bij de start van een nieuwe school. Na de kwaliteitstoets beslist de minister van Onderwijs over de bekostiging van de nieuwe school. Indien aan alle kwaliteitscriteria wordt voldaan, staat de minister de stichting van een school toe. Als een nieuwe school na twee jaar wordt beoordeeld als kwalitatief slecht, kan deze gesloten worden.

Amendementen

Bij het wetsvoorstel zijn verschillende amendementen aangenomen:

  • Marktonderzoek mag alleen in bepaalde gevallen worden ingezet om te meten of er voldoende belangstelling is. Welke gevallen dat zijn, moet nog worden uitgewerkt. De initiatiefnemer kan altijd via ouderverklaringen aantonen dat er bestaansrecht is voor de nieuwe school.
  • De initiatiefnemer voor een nieuwe school moet in de aanvraag ook beschrijven hoe de school kan bijdragen aan het tegengaan van segregatie, hoe de school omgaat met de vrijwillige ouderbijdrage, hoe de school verwacht te gaan samenwerken met kinderopvang en hoe de school uitvoering geeft aan de Wet medezeggenschap op scholen.
  • De gemeente kan haar zienswijze kenbaar maken over de komst van een nieuwe school.

Samenwerken

De PO-Raad vindt samenwerken in de regio van groot belang, hier heeft de minister in het wetsvoorstel ook aandacht voor. In krimpgebieden is het goed om stil te staan bij de daling van het aantal leerlingen bij bestaande scholen. In deze regio’s zijn er vaak gezamenlijke plannen bedacht door schoolbesturen en gemeenten om een duurzaam scholenaanbod voor de toekomst te creëren. De komst van een nieuwe school kan in een aantal gevallen betekenen dat scholen moeten worden gesloten. In de huidige wet is vastgelegd dat de laatste school van de richting in de regio in stand kan worden gehouden, ook als deze school met het aantal leerlingen onder de opheffingsnorm komt. Scholen die onder de nieuwe wet worden gesticht en over tien jaar met het aantal leerlingen onder de opheffingsnorm komen, mogen in stand blijven als ze de laatste school van richting zijn in de omgeving.

De wet houdt geen rekening met veranderingen in de bekostiging en de normen voor het starten en behouden van scholen. Omdat deze normen niet veranderen, blijft de ruimte om nieuwe scholen te stichten in de praktijk beperkt.

Het wetsvoorstel ‘Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen' gaat nu naar de Eerste Kamer.

Laatst gewijzigd: 
donderdag 10 oktober 2019

Nieuwscategorieën