Wetsvoorstel toetsing naar Tweede Kamer

31-01-2012

Op 31 januari stuurde de minister van OCW het wetsvoorstel 'Toetsing in het primair onderwijs' naar de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel is mede door de lobby van de PO-Raad op een aantal belangrijke onderdelen gewijzigd ten opzichte van het in maart vorig jaar gepresenteerde ontwerpwetsvoorstel. Toch heeft de PO-Raad nog een aantal kanttekeningen bij het wetsvoorstel.

In reactie op het wetsvoorstel zal de PO-Raad de volgende punten onder de aandacht van de minister en de Tweede Kamerleden brengen:

  • Tempo invoering eindtoets
  • Toegevoegde waarde
  • Meten van tussentijdse vorderingen referentieniveaus
  • Koppeling resultaten eindtoets aan leerlinggegevens

De PO-Raad vindt het beoogde tempo van invoering van de centrale eindtoets in het reguliere basisonderwijs te snel (schooljaar 2012/2013). Scholen voor primair en voortgezet onderwijs hebben onvoldoende tijd om te anticiperen op de nieuwe situatie. Daarmee wordt geen recht gedaan aan de eisen van kwaliteit en zorgvuldigheid die horen bij een toets die voor leerlingen, ouders en scholen van groot belang is.

De PO-Raad heeft daarnaast grote moeite met de wijze waarop in de toelichting op de wet vooruitgelopen wordt op het gebruik van een mogelijke maat voor het in kaart brengen van toegevoegde waarde/leerwinst. Waar enerzijds expliciet wordt aangegeven dat de te ontwikkelen werkwijze primair ondersteunend moet zijn bij het opbrengstgericht werken door scholen en hun besturen, wordt tegelijkertijd al een koppeling gelegd met het zichtbaar maken van goed presterende scholen en nog een stap verder prestatiebeloning. De PO-Raad heeft grote bedenkingen bij deze laatste twee gebruiksmogelijkheden.

Een derde punt van zorg is het vooralsnog ontbreken van de mogelijkheid om tussentijdse de vorderingen van de leerlingen te meten in relatie tot de referentieniveaus. Scholen kunnen niet voldoende bijsturen als ze in groep 8 pas zicht krijgen op de prestaties van de leerlingen in relatie tot de referentieniveaus. In het wetsvoorstel wordt dit punt volgens de PO-Raad onvoldoende opgepakt, terwijl er al wel sprake is van het betrekken van de referentieniveaus bij de beoordeling van de leerresultaten door de inspectie. Bovendien vindt de PO-Raad het wenselijk dat de overheid ervoor zorg draagt dat er ook voor moeilijk meetbare domeinen (bijv. mondelinge taalvaardigheid) instrumenten beschikbaar komen om de vaardigheid van hun leerlingen in relatie tot de referentieniveaus in kaart kunnen brengen.

De laatste kanttekening van de PO-Raad heeft te maken met de administratieve last voor scholen met betrekking tot de levering van gegevens over de eindtoets aan BRON. Er is op dit moment geen automatische koppeling mogelijk tussen leerlinggegevens en de resultaten van de betreffende leerling op de eindtoets. Dit betekent dat scholen de gegevens van de eindtoets handmatig in hun leerlingadministratiesysteem moeten invoeren. Het gebruik van het persoonsgebonden nummer kan voorzien in een automatische koppeling. De PO-Raad wil dan ook dat het gebruik daarvan in dit wetsvoorstel wordt geregeld.

Belangrijke aanpassingen t.o.v. ontwerpwetsvoorstel

In april 2010 heeft de PO-Raad gereageerd op het ontwerpwetsvoorstel. Het nu gepresenteerde wetsvoorstel is onder andere naar aanleiding daarvan op enkele belangrijke punten aangepast. Ten eerste krijgen scholen in het speciaal onderwijs en het speciaal basisonderwijs meer tijd voor de invoering van een verplicht leerlingvolgsysteem en een verplichte eindtoets. Na overleg met de PO-Raad heeft de minister besloten het verplicht werken met een leerlingvolgsysteem twee jaar te verschuiven naar 1 augustus 2014. Voor de invoering van de verplichte eindtoets koerst de minister nu op het schooljaar 2015/2016. Zie een eerder bericht hierover.

Een andere belangrijke wijziging ten opzichte van het ontwerpwetsvoorstel betreft de verplichting om te werken met een leerling- en onderwijsvolgsysteem (lovs). In het wetsvoorstel schrijft de minister niet langer voor welke toetsen er op welk moment gedurende de schoolperiode moeten worden afgenomen. Wel wordt gesteld dat de vorderingen van leerlingen in taal en rekenen regelmatig moeten worden gevolgd op basis van valide, betrouwbare en methode-onafhankelijk genormeerde toetsen. De PO-Raad juicht deze wijziging toe aangezien de PO-Raad van mening was dat de uitwerking zoals gepresenteerd in het ontwerpwetsvoorstel te veel trad in de inrichtingsvrijheid van scholen (zie de reactie van de PO-Raad op het ontwerpwetsvoorstel van 4 april 2011).

Laatst gewijzigd: 
woensdag 24 oktober 2012

Nieuwscategorieën