WRR: Naar een lerende economie

06-11-2013

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) vindt dat Nederland serieus naar de inhoud en de kwaliteit van het onderwijs moet kijken. Dat staat in het rapport 'Naar een lerende economie' dat de raad op 4 november heeft aangeboden aan de minister-president. Het onderwijs vormt een belangrijke schakel om snel en adequaat in te spelen op nieuwe omstandigheden. Daarmee moeten we voorkomen dat de Nederlandse economie wereldwijd achterop raakt.

De WRR bepleit het stimuleren van kenniscirculatie. Dat gaat verder dan het bevorderen van een kenniseconomie. Het stimuleren van kennisciculatie draait niet alleen om het ontwikkelen van nieuwe kennis, maar ook om het beter mobiliseren en toepassen van bestaande kennis. Dat vereist een vermogen om ideeën en technieken van andere sectoren of landen te signaleren, op te nemen en vaardig te gebruiken. Kennisciculatie ondersteunt een lerende economie, maar stelt eisen aan onderzoek en onderwijs.

De WRR vindt onder andere dat er voor het onderwijs meer landelijke richtlijnen moet zijn over wat scholen moet bijbrengen aan de leerlingen. De raad heeft het over een maatschappelijk debat over wat het onderwijs moet overdragen en hoeveel aandacht er nodig is voor 21ste eeuwse vaardigheden, zoals leren leren, initiatief nemen, doorzettingsvermogen, samenwerken, enzovoort.

De WRR vindt ook dat er een forse kwaliteitsslag in het onderwijs nodig is: 'Terwijl Nederland door zijn heterogene economische structuur nog afhankelijker is van zijn onderwijs dan andere landen, hebben de huidige onderwijsaanpassingen hier niet de zwaarte van een serieuze heroriëntatie, en die is wel geboden.' De raad vindt dat leraren van zowel het basis- als het middelbaar onderwijs universitair geschoold zouden moeten zijn. 'Voor alles behoeft het onderwijs een systematische ontwikkelings- en innovatiesysteem. Nu worden er slechts hap snap nieuwe inzichten ontwikkeld, die nauwelijks worden getoetst op hun geschiktheid en overdraagbaarheid. Ook is het onhelder wat de prikkels voor leerkrachten en instellingen zijn om innovaties over te nemen. Hier is een forse inhaalslag geboden', aldus het rapport.

Een aantal punten uit het advies van de WRR sluiten aan bij de toekomstvisie van de PO-Raad op het primair onderwijs. Die visie en de daarin gekozen beleidshoofdpunten worden in de vorm van de Strategische Beleidsagenda op de Algemene Ledenvergadering van de PO-Raad van 27 november aanstaande gepresenteerd.

Laatst gewijzigd: 
woensdag 6 november 2013

Nieuwscategorieën