‘Zonder goed bestuur is je onderwijskwaliteit niet veilig’

02-11-2017

De bestuurlijke collegiale visitatie wordt door schoolbesturen als steeds belangrijker gezien. Twee schoolbestuurders vertellen waarom hun organisatie aan de visitaties meedoen. ,,Het gaf nuttige inzichten die ons helpen om onze blinde vlekken te vinden en te beslissen waar we de komende periode op willen focussen.’’

Als je besturen een vak vindt, en vakmanschap belangrijk, dan is het goed dat je je af en toe laat visiteren door vakgenoten, vindt Joan van Zomeren, bestuurder van INNOVO in Zuid-Limburg. ‘‘Het is een ontwikkelingsgerichte visitatie. Je collega’s kijken met een positief-kritische bril naar hoe jij het doet. Daar heb je echt wat aan.’’

Gerard van Drielen, bestuurder van SCOH in Den Haag, is net als zij lid van de klankbordgroep bestuurlijke collegiale visitatie van de PO-Raad die meedenkt over de ontwikkeling van de visitaties. Bestuurlijke visitatie is heel belangrijk voor de kwaliteit van de onderwijsorganisatie als geheel, zegt hij. ,,Als achter het onderwijs geen professionele organisatie schuilgaat, moet je je zorgen maken over de borging van de onderwijskwaliteit. Als de bestuurskant niet goed op orde is, heeft dat uiteindelijk invloed op de kwaliteit van de onderwijsorganisaties en het onderwijs.’’

Nuttige inzichten

Innovo deed najaar 2016 tegelijkertijd mee aan de visitatiepilot en een pilot van de inspectie rond het nieuwe toezichtkader. Van Zomeren: ‘‘Dat heeft veel van ons gevraagd, maar het heeft ook veel nuttige inzichten opgeleverd. De inspectie zoemt in op je kwaliteitssysteem en de belangrijke vraag: wanneer ben je als bestuur tevreden over de kwaliteit. De bestuurlijke visitatie kijkt onder meer naar hoe congruent je besturingsfilosofie is: waar zie en merk je dat aan?’’

Van Zomeren: ,,Ik vond de visitatie van de PO-Raad nog wel een beetje spannender dan het inspectiebezoek, op een prettige manier. Omdat het vakbroeders en -zusters zijn die komen kijken hoe je het doet. Het was fijn om erkenning en herkenning te krijgen. Plus een kritische noot. De collega’s zeiden: jullie zetten in op de Rijnlandse besturingsfilosofie, waarbij je uitgaat van vertrouwen in je medewerkers. Wees dan ook kritisch op jezelf en ga na of je daarvoor voldoende ruimte biedt. Dit soort nuttige inzichten helpen ons om onze blinde vlekken te vinden en te beslissen waar we de komende periode op willen focussen.’’

SCOH gaat zeker meedoen aan een bestuurlijke collegiale visitatieronde. Van Drielen. ,,Ik wilde echter eerst een aantal dingen verbeteren in de bestuursorganisatie en in het beleid voor de scholen.’’ Bovendien was ook SCOH betrokken bij een pilot van de inspectie, over bestuursgericht onderzoek. ,,Daarbij wordt heel specifiek gekeken naar de kwaliteit van de bestuurlijke organisatie. Dat wilde ik graag eerst afronden.’’

Gerard van Drielen, bestuurder van SCOH in Den Haag en lid van de klankbordgroep bestuurlijke collegiale visitatie van de PO-RaadGerard van Drielen, bestuurder van SCOH in Den Haag en lid van de klankbordgroep bestuurlijke collegiale visitatie van de PO-Raad

 

Liever verleiden dan verplichten

Van Zomeren is zo enthousiast geworden over de bestuurlijke visitatie, dat ze vanuit INNOVO een provinciale bijeenkomst heeft geïnitieerd over governance, samen met de PO-Raad. ,,Ik zal daar samen met iemand anders uit de klankbordgroep een workshop geven over hoe de visitatie in elkaar steekt en wat het je brengt.’’

De klankbordgroep heeft onder andere besproken of het wenselijk is om leden van de PO-Raad te verplichten tot deelname aan een visitatieronde. Daar is weinig animo voor. Van Zomeren: ,,Bij INNOVO werken we graag vanuit vertrouwen, verbinding en vakmanschap. Je gaat er vanuit dat mensen een intrinsieke motivatie hebben om dingen te doen. Ik geloof dat we mensen beter kunnen verleiden om mee te doen. We willen een volwassen sector zijn. Dan moeten we ook graag verantwoording willen afleggen over de middelen die we krijgen. Bovendien: als jij op een gegeven moment ziet dat de helft van de besturen zo’n visitatie gaat doen, wordt het een beetje raar als jij niet meedoet.’’

Van Drielen: ,,Verplicht meedoen is wat mij betreft nu nog een stap te ver. Ruim 40 procent van de schoolbesturen bestaat uit eenpitters. Die hebben, vergeleken met een groot schoolbestuur, veel minder capaciteit in huis om zich goed voor te bereiden. Ik denk dat we goed moeten nadenken over hoe je de visitatie bij eenpitters moet inrichten.’’ (de PO-Raad voert hiervoor momenteel een pilot uit, red.)

Bovendien, zegt hij, is er al een verplichtend stelsel van de inspectie. ,,We moeten vermijden dat de PO-Raad een soort parallelle inspectie wordt. Bij de visitaties gaat het niet om beoordelen, maar om leren. Als je een visitatie gaat verplichten, raakt dat lerend effect verder uit het zicht. Dat zou ik zonde vinden.’’

Eén kwaliteitskader

Er zijn ook besturen die zelf visitaties organiseren. Daarover verschillen de beide bestuurders van mening. Van Drielen: ,,Wij doen zelf aan interne audits en scholen worden gevisiteerd door teams van collega’s uit andere scholen. Ook daar staat het leren centraal. Ik ben erg voor die vreemde ogen op je organisatie en ik heb er geen moeite mee als besturen daar een eigen vorm voor zoeken.’’

Van Zomeren echter: ,,Ik vind het waardevol dat we als beroepsgroep een kwaliteitskader hebben ontwikkeld. Er zijn in het veld allerlei partijen, rijp en groen, die geld zien in visitaties. Het is belangrijk dat we met z’n allen dezelfde lat gebruiken.’’

Laatst gewijzigd: 
donderdag 2 november 2017

Nieuwscategorieën