Zorgen over onderwijsachterstanden nemen toe

De bezorgdheid over het onderwijsachterstandenbeleid van de overheid, groeit. Ook de druk op staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs) om het beleid aan te passen, neemt toe. Diverse partijen, waaronder de PO-Raad, vinden dat er snel actie nodig is om te voorkomen dat veel kinderen achterstanden oplopen die zij nooit meer inhalen.

De Tweede Kamer spreekt donderdag over het onderwijsachterstandenbeleid. Kinderen van wie de ouders ‘lager opgeleid’ zijn, dat wil zeggen dat zij minder dan twee jaar middelbare school hebben gevolgd, worden gezien als achterstandsleerlingen. Hun aantal bepaalt hoeveel geld scholen krijgen om achterstanden te bestrijden. Omdat het opleidingsniveau van ouders stijgt, daalt het budget dat hiervoor beschikbaar is. In totaal is er in 2018 100 miljoen euro minder voorhanden dan in 2015.

Achterstanden dalen niet

Het probleem is dat de werkelijke achterstanden níet dalen. Die achterstanden worden namelijk evengoed bepaald door andere factoren zoals maatschappelijke problemen in gezinnen, laag inkomen van ouders en vechtscheidingen. Door de komst van veel vluchtelingenkinderen naar Nederland, groeit zelfs het aantal kinderen dat extra ondersteuning nodig heeft. Slechts de helft van deze kinderen is volgens de huidige definitie een achterstandsleerling terwijl zij allemaal extra taallessen moeten krijgen. Scholen en gemeenten hebben hierdoor geld tekort om achterstanden aan te pakken. In een brief aan de Tweede Kamer dringen de PO-Raad, Brancheorganisatie Kinderopvang, welzijnskoepel MOgroep en Vereniging van Nederlandse Gemeenten er daarom op aan het budget voor onderwijsachterstanden te bevriezen op het niveau van 2016.

‘Op deze manier kunnen de scholen, peuterspeelzalen en de kinderopvang de kinderen die risico op achterstanden lopen een rijke leer- en speelomgeving blijven bieden, zodat ook deze leerlingen hun talenten kunnen ontwikkelen waardoor ze een succesvolle (school)loopbaan kunnen starten en voortzetten’, aldus de organisaties in hun brief. Kinderen die al op jonge leeftijd een achterstand oplopen, lopen die amper nog in.

Nieuwe criteria?

De PO-Raad pleit daarnaast al langer voor het opstellen van nieuwe, objectieve criteria die werkelijke achterstanden voorspellen. In een advies die de PO-Raad onlangs naar staatssecretaris Dekker stuurde, pleit de PO-Raad ervoor het opleidingscriterium op zijn minst op te hogen. Of een ouder enkele jaren middelbare school heeft gevolgd, is namelijk geen goede voorspeller van eventuele achterstanden van zijn kinderen. Beter kan worden gekeken of een of beide ouders een zogenoemde startkwalificatie heeft, ofwel een diploma waarmee zij geschoold werk kunnen doen. Dit criterium kan worden aangevuld met andere criteria mits die objectief en betrouwbaar zijn, vindt de PO-Raad.

Ook de vier grote steden (G4) dringen er opnieuw bij de Tweede Kamer op aan niet op onderwijsachterstanden te bezuinigen. Niet alleen is er de komende jaren minder geld voor achterstanden beschikbaar, staatssecretaris Dekker wil het geld ook anders verdelen. Tien miljoen euro, dat eerst naar de steden ging, gaat naar kleinere gemeenten. In dagblad Trouw laten de G4 en wethouders van de 33 andere grote steden weten het terecht te vinden dat er ook geld naar kleinere gemeenten gaat. ‘Maar dit mag niet ten koste gaan van de bestrijding van achterstanden in stadswijken, waar ze groter en hardnekkiger zijn’, aldus de bestuurders.

Laatst gewijzigd: 
donderdag 23 februari 2017