Nieuws

Onderwijspoort het Regeerakkoord: 'Ambitieuze plannen, maar er is ook werk aan de winkel'

Deze Onderwijspoort stond in het teken van het coalitieakkoord. Wat zijn de plannen van het nieuwe kabinet? En hoe moet daar uitvoering aan worden gegeven? En welke belangrijke punten staan op het wensenlijstje van schoolorganisaties en moeten door de nieuwe minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs zeker niet vergeten worden? 

Freddy Weima, voorzitter van de PO-Raad: “Het primair onderwijs legt in acht jaar tijd een ongelooflijk belangrijke basis voor de ontwikkeling van kinderen.  Een sector om trots op te zijn, maar er is ook werk aan de winkel. En daar gaan we graag met elkaar over in gesprek tijdens Onderwijspoort."

Masterplan onderwijskwaliteit

Omar Ramadan, bestuurder bij Sophia Scholen en lid van het Algemeen Bestuur van de PO-Raad, trapt Onderwijspoort af. “In acht jaar tijd stomen we onzekere kleuters klaar tot wereldwijze pubers. Tegelijkertijd moeten we ook erkennen dat de onderwijskwaliteit echt omhoog moet en daarbij ook de hand in eigen boezem steken. Wat mij betreft wordt het masterplan onderwijskwaliteit, één van de punten in de onderwijsparagraaf van het Regeerakkoord, dan ook een coproductie van politiek en een onderwijs.”

René Peeters (CDA) is blij met de erkenning dat er meer aandacht moet komen voor basisvaardigheden. “Lezen, schrijven en rekenen zijn wat mij betreft het allerbelangrijkste. Vanuit Den Haag bepalen we niet hoe scholen dat moeten aanpakken, maar ik vind wel dat kennis over hoe we die basisvaardigheden het beste leren aan kinderen nog niet in de haarvaten van alle scholen is doorgedrongen.”

Weima: “Terecht dat de basisvaardigheden worden aangestipt. Taal en rekenen zijn ook belangrijk, maar laten we niet vergeten dat ook de sociaal-emotionele ontwikkeling door de coronacrisis onder druk is komen te staan. Onderwijskwaliteit bestaat uit meer dan alleen de basisvaardigheden.”

“Als we het masterplan onderwijskwaliteit een succes willen laten worden, moeten we besturen ook de rol geven die ze verdienen en waar ze het beste in zijn”, vult Habtamu de Hoop (PvdA) aan. “Ik merk in de Tweede Kamer dat besturen vaak als boeman worden gezien. Terwijl ik zie dat schoolbesturen voor scholen die het het hardste nodig hebben écht het verschil maken.”

Paul van Meenen (D66) vindt dat de positie van scholen juist versterkt moet worden: “Dáár wordt het verschil gemaakt, ook als het gaat om onderwijskwaliteit.” Wel moeten besturen beter met elkaar samenwerken, bijvoorbeeld als het gaat om de personeelstekorten in de sector. Daarin ziet hij ook een belangrijke rol voor de PO-Raad: “Accepteer als PO-Raad niet meer als besturen niet regionaal samenwerken. Spreek elkaar aan als je ziet dat het niet goed gaat.”

Personeelstekorten

Een mooi bruggetje naar de flinke personeelstekorten die de sector kent, het volgende onderwerp op de agenda. Hilbert Bredemeijer, Haagse onderwijswethouder, leidt dit thema in: “Den Haag is een stad met grote verschillen in wijken. Er zijn arme en rijke wijken en daarmee ook kinderen die kansarm en kansrijk zijn. De personeelstekorten in de stad zijn flink, maar de problemen zijn groter in sommige wijken. Daar staat ook de onderwijskwaliteit enorm onder druk. In de grote steden zien we dat differentiatie nodig is, zeker als je ziet dat de tekorten en uitdagingen in sommige wijken groter zijn.” “De tekorten nemen overal in Nederland toe, maar in bepaalde regio’s zijn de personeelstekorten toch wel erg nijpend. Het is goed om dan na te denken over differentiatie. Verder denk ik ook dat schoolbesturen moeten nadenken over wat ze zelf kunnen doen: regionale samenwerking is erg belangrijk, maar je moet ook zorgen voor goed werkgeverschap zodat het aantrekkelijk is om in de sector te werken.” 

Zowel de wethouder, als de andere aanwezige politici en de PO-Raad zijn het met elkaar eens: meer onorthodoxe maatregelen en interventies moeten bespreekbaar zijn, zoals bijvoorbeeld de vierdaagse schoolweek. Vereiste is wel dat dat dergelijke keuzes gemaakt worden om de juiste redenen, niet alleen om personeelstekorten het hoofd te bieden, maar omdat anders organiseren bij kan dragen aan de verhoging van onderwijskwaliteit, aldus Van Meenen in zijn reactie.

Schoolgebouwen

Chantal Broekhuis, wethouder van de gemeente Utrechtse Heuvelrug, luidt de schoolbel omdat vernieuwing van schoolgebouwen hard nodig is. “Het gemiddelde schoolgebouw wordt pas na 69 jaar vervangen. Dat betekent dat we jaarlijks zo’n 125 schoolgebouwen vernieuwen, terwijl dat er veel meer zouden moeten zijn”, vertelt Broekhuis. En die slechte schoolgebouwen hebben ook impact op de onderwijskwaliteit. “Met de komst van passend onderwijs is er letterlijk meer ruimte nodig in de scholen: voor jeugdzorg bijvoorbeeld, maar ook om leerlingen extra ondersteuning te bieden. De standaard schoolgebouwen met lange gangen en klaslokalen werken dan niet.” Er is een dringende verandering van het stelsel nodig, zoals ook uit het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) onderwijshuisvesting IBO blijkt. “Help ons om die 1000 slechtste scholen versneld aan te pakken”, besluit ze haar betoog.

Aanwezigen zijn het eens dat het vaak ontzettend lang duurt voordat een schoolgebouw vernieuwd wordt. “Eens, we moeten het stelsel tegen het licht houden en dat gaan we de komende maanden ook uitgebreid doen in de Tweede Kamer. Waar ik geen voorstander van ben is het zomaar overmaken van 730 miljoen”, dit bedrag is volgens de onderzoekers van het IBO nodig om de knelpunten rondom onderwijshuisvesting aan te pakken, “En dan hopen dat het wel goed komt met schoolgebouwen.”, aldus Van Meenen. Weima vindt het goed dat de Kamer de komende tijd regelmatig over schoolgebouwen spreekt. “Wat mij betreft kijken we niet alleen naar het stelsel en wie waar verantwoordelijk voor is, maar ook naar hoe we op de korte termijn toch aan de slag kunnen met het verbeteren van schoolgebouwen. We moeten daarbij waken dat we de problemen in samenhang aanpakken.”

Wensenlijstje

Andere thema’s die  op het wensenlijstje van de deelnemers staan en ter sprake komen zijn onder meer één wet funderend onderwijs en kinderopvang en het wegnemen van belemmerende wet- en regelgeving voor integrale kindcentra. ,,Ook op die dossiers is er nog genoeg te doen”, erkent Weima. 

Het hele debat terugkijken? Dat kan hier!

We hopen van harte de volgende Onderwijspoort weer in fysieke (hybride) vorm in te kunnen vullen, om het gesprek tussen de Kamerleden en de sector (beter) te faciliteren.