Nieuws

PO staat ook zonder recentralisatie al voor belangrijke klus

Het primair onderwijs staat dag in dag uit voor een belangrijke klus: zorgen dat alle leerlingen het best mogelijke onderwijs krijgen in een tijd waarin we kampen met enorme personeelstekorten. In de sector werken allerlei organisaties samen voor dat ene doel. De PO-Raad staat voor de scholen en hun organisaties en dus voor het algemene onderwijsbelang. Vanuit die rol werken we samen met tal van belangenorganisaties, waaronder de vakbonden.

De cao-onderhandelingen zijn een belangrijk onderdeel van ons werk, waarin de bonden en de PO-Raad elkaar de afgelopen jaren onder druk zetten, maar uitstekend begrepen. Met elkaar kraakten we een paar belangrijke noten in Den Haag: door eensgezind richting de politiek te opereren werd eerst de jarenlange nullijn op de salarissen losgelaten door het toenmalige kabinet, daarna kwam er geld vrij voor de strijd tegen de hoge werkdruk en ten slotte dichtten we aan die tafel de loonkloof. Afgelopen voorjaar werd met de bonden en het ministerie van OCW een onderwijsakkoord gesloten, waarin via een werkagenda is vastgelegd hoe de vervolgstappen er de komende jaren uit zien.

De PO-Raad wil dat het onderwijs doorgaat met de verdere uitwerking van die agenda en alle andere grote uitdagingen die voor ons liggen. We moeten een antwoord vinden op de vraag hoe we het voor elkaar krijgen dat alle leerlingen die aan onze zorg zijn toevertrouwd goed onderwijs krijgen, met mensen die graag in de sector werken in een gebouw waarin het prettig leren en werken is. Gelet op de uitdagingen – gierende personeelstekorten, hoge uitstroom, afgeschreven gebouwen – hebben we daar als sector al meer dan een dagtaak aan.

In dat licht kijken we op van het bericht dat de bonden juist nu schermen met een stelselwijziging voor het funderend onderwijs. Door de decentralisatie van de arbeidsvoorwaardenonderhandeling te willen terugdraaien en de salarissen bij de rijksoverheid in plaats van de scholen te willen beleggen, lijken zij een enorme administratieve operatie te bepleiten die de sector veel tijd zou kosten. De vraag is welk probleem je daarmee oplost. Juist op het punt van de primaire arbeidsvoorwaarden is de samenwerking heel behoorlijk geslaagd. Het al decennia bestaande verschil in waardering tussen leraren in het primair onderwijs en het voortgezet onderwijs is in de korte tijd van decentraal overleg tussen bonden en PO-Raad gedicht.

Het is zonder twijfel te beamen dat we de sector nog veel verder kunnen brengen. Op het gebied van zeggenschap en eigenaarschap in de organisaties is nog veel te winnen. We kijken ernaar uit om de andere uitdagingen in de sector samen op te pakken.

Goed onderwijs staat bij ons altijd voorop en de uitdagingen zijn groot. Oplossingen vind je in het versterken van de samenwerking. Die boodschap gaven we eerder mee aan de minister van OCW, die boodschap geven we nu aan de vakbonden.

De PO-Raad zoekt de komende tijd eerst overleg met zijn leden en komt daarna indien nodig met een aanvulling op deze eerste reactie.

PO-Raad