Schoolbestuurder Freek ten Klooster: “Schoolbesturen moeten het meer over elkaars handelen hebben.”
Hij pleit voor elkaar aanspreken, stoppen met concurrentie en actief deelnemen in de vereniging. Wat levert dit de PO-Raad én individuele schoolorganisaties op? In dit interview neemt Freek ten Klooster, bestuurder bij stichting VCO Harderwijk-Hierden, ons mee in zijn kijk op de vereniging.
“Als vereniging dragen we gezamenlijk verantwoordelijkheid. Er is ons veel aan gelegen om de kwaliteit waar we voor staan ook te laten zien”, zo trapt Ten Klooster af. “Gedragen we ons niet als groep? Dan gaat het alle kanten op, ook met de beeldvorming. En dan moet je het vermogen hebben om elkaar aan te spreken.”
“Toen ik nog voor de klas stond, sprak ik met ouders ook altijd over de groep. Pedagogiek gaat niet over het individuele kind maar over in gezamenlijkheid opgroeien. Je bent onderdeel van een groter geheel. Wil je op onderdelen kunnen versterken dan moet de focus óók op dat grotere geheel liggen. Dit geldt in de klas, in een team en voor onze vereniging.”
Normaal maken
Ten Klooster betreurt de negatieve lading rond aanspreken. “De gedachte is al snel dat je elkaar aanspreekt als het niet goed gaat of het niet eens bent. We praten vaak over de inhoud maar niet over elkaars handelen. Laten we dit normaal maken, zowel in kritische als in positieve zin. We willen toch ook horen als iets goed gaat? Een passende wedervraag is dan: wat doe ik dan precies goed en waarom valt jou dat op?”
“Gelukkig worden we hier steeds beter in. Met name binnen de Verenigingscommissies. Het wij-gevoel versterkt wanneer je elkaar maandelijks ontmoet. Die gesprekken gaan naast inhoud ook over het interpersoonlijke. Natuurlijk kunnen we niet van alle leden verwachten dat zij zich aansluiten bij een commissie. Maar op de netwerken waar ze elkaar ontmoeten, zou het interpersoonlijke gesprek structureel geagendeerd moeten worden.”
Tot een club behoren
Die omslag ziet Ten Klooster ook in zijn eigen regio. “Voorheen stonden er politieke of actuele thema’s op de agenda. Nu gaat dit gesprek veel dieper. Wie ben jij in onze regio? Wat doe je en waar loop je tegenaan? Het gaat echt om samen leren, ook over hoe we elkaar kunnen ondersteunen en versterken.”
“Wanneer je tot dezelfde club behoort zorg je dat je elkaar kent en ontmoet. Dat geldt in onze regio, maar ook binnen de vereniging. Er ligt een wereld aan kennis en hulp voorhanden. Laatst sprak ik met een groep schoolbestuurders over of een negatief inspectieoordeel voorkomen kan worden wanneer er tijdig om hulp gevraagd wordt. Wij denken van wel, bijvoorbeeld door tijdelijk een kwaliteitsmedewerker of pedagoog beschikbaar te stellen. Die bereidheid zal op veel plekken in het land niet anders zijn, maar dan moet je je collega-besturen wel kennen.”
Eenduidig geluid
“Als vereniging moeten we een eenduidig geluid laten horen en meer de samenwerking opzoeken. Hoe ingewikkelder, complexer of ambitieuzer de doelstellingen, hoe meer je elkaar nodig hebt om ze te realiseren. Verschillen mogen er onderling zijn, zolang we naar buiten toe één geluid laten horen.” Ten Klooster hoopt vurig dat het aantal schoolorganisaties afneemt. “Met hoe meer we zijn, hoe groter de diversiteit en de verwarring. Dit helpt niet bij een consequent en eenduidig geluid.”
Strategische Agenda
“De Strategische Agenda van de PO-Raad is wat mij betreft goud. Het geeft focus en biedt tegelijkertijd voldoende ruimte aan schoolorganisaties. Ik vind het onbegrijpelijk dat er besturen zijn die geen idee hebben van de inhoud. De koers van je schoolorganisatie zou hier juist een afgeleide van moeten zijn.”
“Bij de Kwaliteitsagenda ligt dit iets anders. Hier kun je vanuit overtuigingen verschillend naar kijken. Ik vind het wel een fantastisch middel om meer met elkaar in gesprek te gaan over bestuurlijke kwaliteit en professionaliteit. Er staat ons hier iets te doen. Zo voorkomen we dat anderen het voor ons gaan bepalen. Met deze agenda nemen we initiatief en verantwoordelijkheid. Nu moeten we hem benutten voor een beter en open gesprek met elkaar. Op een gegeven moment moet de Kwaliteitsagenda in de Strategische Agenda gaan passen.”
Anders gaan kijken naar accreditatie
Toch is Ten Klooster niet altijd positief geweest over de Kwaliteitsagenda. “Zeker in de beginfase was ik kritisch op accreditatie. Alsof we hiermee laten zien dat we echt wel goede schoolbestuurders zijn. Inmiddels ben ik groot voorstander, ook omdat het ons gelukt is om weg te blijven van elkaar beoordelen. De rijkdom zit hem in het voeren van het gesprek met twaalf essentiële stakeholders. Wat heb ik nodig en wat staat me te doen? Zo kom je tot een diepere analyse van je eigen handelen en je impact. Het maakt ons als individu en als sector sterker.”
“Hetzelfde geldt voor de bestuurlijke visitatie. Daar gaat het niet specifiek over mij, maar over de hele bestuurlijke organisatie. Niet veroordelen maar scherp observeren, waarderen en teruggeven. Het gaf onze organisatie veel inzicht in waar we nog in kunnen ontwikkelen. Bestuurlijke visitatie en accreditatie zijn bij uitstek twee instrumenten om te laten zien hoe bloedserieus we ons vak en de bijbehorende verantwoordelijkheid nemen.”
Concurrentie overstijgen
Ten Klooster sluit het gesprek af met een hartenkreet. “Concurrentie is niet meer van nu. We zijn er niet om elkaars school of leerlingen over te nemen. We zijn ervoor om gezamenlijk onze leerlingen het beste onderwijs te geven. Dan hoef je het ook niet te hebben over concurrentie over de lijnen van denominatie heen. Té vaak gaat de discussie over het schrappen of herschrijven van artikel 23. Stop daar nou eens mee. De pluriformiteit is de schoonheid van onze samenleving.”
“In Harderwijk en omgeving voelen wij ons gezamenlijk verantwoordelijk voor alle kinderen. Concurrentie valt echt te overstijgen met behoud van je eigen kleur, smaak en identiteit. Integendeel, het kan het zelfs enorm versterken. VCO wil graag VCO blijven. Maar wat let ons om dat in de best mogelijke samenwerkingsvorm met de andere besturen te doen? Schoolgebouwen te delen als dat nodig is, personeel tijdelijk in te zetten als het via je eigen aannamebeleid niet lukt. Dán kun je elkaar echt ondersteunen op momenten dat het nodig is.”



