Praktijkvoorbeeld

Een digitaal portfolio dat bijdraagt aan je kernwaarden - Quadraten kan aan de slag

De twaalf basisscholen van stichting Quadraten in Westerkwartier en Noordenveld willen meer kindgericht werken, met meer eigenaarschap van leerlingen. Hoe zou een digitaal leerlingportfolio daaraan kunnen bijdragen? Daarmee heb je immers één plek waar je de ontwikkelingen en resultaten van een leerling kunt volgen, en waar je reflectie en feedback kunt integreren. Maar welke inhoudelijke en organisatorische uitdagingen kom je tegen als je met een portfolio gaat werken en hoe zorg je ervoor dat je kernwaarden het uitgangspunt blijven?

Om dit te onderzoeken diende Quadraten in 2020 een innovatievraag in bij de PO-Raad. Alle scholen van de stichting deden mee en daarbij was er veel aandacht voor het gezamenlijke (leer)proces – een beetje té veel, vonden sommigen – en voor de gezamenlijke kernwaarden. Na afloop van dit traject kon iedere school haar eigen route uitstippelen. Eigen keuzes maken, maar wel vanuit die gedeelde waarden.

Resultaat

De scholen van Quadraten hebben een goede basis gelegd: ze weten welke stappen ze moeten zetten om te komen tot een portfolio dat past bij hun eigen ambities. 

De concrete opbrengsten van de innovatievraag op een rij

  • De schoolleiders hebben onderbouwd waarom ze met een portfolio willen werken en welke aspecten ze willen veranderen of ontwikkelen door het werken met een portfolio. 
  • De teams zijn zich bewust van de gevolgen van het werken met een portfolio en wat dat vraagt van leraren. 
  • Elke school weet welke (cyclische) stappen genomen moeten worden om te komen tot een werkend portfolio.  
  • De scholen hebben ervaring opgedaan met netwerkleren en evidence-informed werken. 
  • Andere besturen en schoolleiders kunnen zich laten inspireren door de interactieve pdf met geleerde lessen en routekaart.

Tips

Zelf aan de slag met een innovatievraag op het gebied van portfolio’s? Dit zijn de tips van Quadraten: 

  • Concentreer je niet op het eindproduct maar op wat je ermee wil bereiken. 
  • Creëer ruimte voor netwerkleren en maak gebruik van kennis van je directe collega’s of andere scholen binnen of buiten de stichting. 
  • Laat onderwijsinnovatie op een evidence-informed manier plaatsvinden: ga op zoek naar kennis die er al is en vertaal deze naar je eigen situatie. 

Wil je sparren over dit onderwerp?

Neem dan contact op met Jan van der Veen, BICT Onderwijs en Innovatie bij Quadraten.

Achtergrond

Het onderwijs van nu richt zich veel meer op de specifieke leerbehoefte van iedere leerling dan het onderwijs van tien of twintig jaar geleden. Dat vraagt om een andere manier van werken, zagen ze ook bij de scholen van Quadraten, en dat vraagt om een nieuw leerlingenportfolio.

Jan van der Veen, projectleider bij Quadraten: “De veranderingen in het onderwijs vragen veel van de kennis en vaardigheden van de leraar. De lossere omgang met methoden vraagt om goed inzicht in het werken met leerlijnen en biedt ruimte voor andere (digitale) werkvormen. Hoe verwerk je bijvoorbeeld leerresultaten in adaptieve software goed in een portfolio?”

Voordat Quadraten een nieuw portfolio zou kiezen of ontwikkelen, wilde de stichting weten hoe kinderen het beste leren en hoe je de motivatie en het eigenaarschap van kinderen daarbij benut. Quadraten wilde namelijk dat het nieuwe portfolio zou bijdragen aan kernwaarden als talentontwikkeling van kinderen, het bieden van leerlinggericht onderwijs en het bevorderen van de samenwerking tussen de scholen.

Proces

De twaalf deelnemende scholen startten het traject met een verkenning. Een externe adviespartij, Cedin, begeleidde hen. In drie centrale bijeenkomsten en met behulp van diverse tools keken ze naar de onderwijsontwikkeling en de visie op en de doelen van het portfolio.

Projectleider Jan van der Veen: “Met behulp van de Kennisnet-toolkit Verkenning Digitaal Portfolio hebben we vanuit het perspectief van de leraar, de leerling en de ouder naar portfolio-ontwikkeling gekeken. Het maakte duidelijk wat het betekent voor elke doelgroep en welke vragen je jezelf moet stellen.”

“Daarna hebben we met behulp van het curriculaire spinnenweb gekeken naar verschillende pedagogisch-didactische uitgangspunten in de onderwijssituatie en naar wat scholen daarin willen veranderen. Het veranderen van één draad van het spinnenweb heeft invloed op de andere draden. Als je bijvoorbeeld wil dat leerlingen meer eigenaarschap krijgen, betekent dat iets voor de manier van lesgeven. Scholen werden zich hierdoor bewuster van de onderlinge samenhang tussen de keuzes die ze maken.” 

Netwerkleren

De volgende fase van het traject stond in het teken van netwerkleren: het leren met en van elkaar. Er werken veel talentvolle leraren op de scholen, en Quadraten zou graag zien dat zij hun kennis en kunde meer zouden delen.

Jan van der Veen: “Omdat we niet fysiek bij elkaar konden komen, werkten we volgens het principe van flipping the classroom. De procesbegeleider vulde voor iedere bijeenkomst de digitale omgeving met wetenschappelijk onderzoek en artikelen uit vakbladen en tijdens de bijeenkomsten gingen we hier inhoudelijk op in. We keken hoe we deze kennis kunnen vertalen naar ons eigen onderwijs en welke vaardigheden nodig zijn om met portfolio’s te werken. Ook hebben we met elkaar gekeken naar wat goed werkt, en waaróm dat goed werkt. Evidence-informed werken noemen we dat.”

Ruis door digitaal werken

Dit traject vond plaats middenin de coronatijd. Doordat alles digitaal moest, ontstond er ruis. Een aantal schoolleiders vond het niet snel genoeg gaan. Jan van der Veen: “Als regiegroep hebben wij toen in een online bijeenkomst met alle schoolleiders de kaarten op tafel gelegd. We hebben uitgelegd waarom die brede oriëntatie nodig was en waarom we het proces zo belangrijk vinden. We hebben ook niet voor niets voor netwerkleren gekozen. Dit veronderstelt dat je een duidelijke eigen inbreng hebt, je je eigen keuzes maakt en je zélf verantwoordelijk bent voor een deel van de invulling. We hebben geluisterd naar wat de schoolleiders moeilijk vonden en met de procesbegeleider gekeken wat we daaraan konden doen. Maar we hebben ook duidelijk gemaakt dat wanneer ze zelf op een andere manier met onderwijs om willen gaan, het ook aan henzélf is om in actie te komen. Het is nu eenmaal niet zo dat een externe partij een usb-stick met een blauwdruk voor het werken met een portfolio achter je oor kan doen. Na deze bijeenkomst was de lucht geklaard. De sfeer veranderde en was er meer wederzijds respect.”

toolkitsessie
Op de eigen school aan de slag

Na het traject konden de twaalf scholen de brede kennis die ze hebben opgedaan vertalen naar concrete stappen. Elke school heeft een route uitgestippeld en gaat zelf verder met de uitwerking daarvan en eventueel de implementatie van een fysiek of digitaal portfolio. De schoolleiders zijn verantwoordelijk voor het vervolg binnen hun eigen school.

Tip van lezer Ben Hagenberg

Wat zou het mooi zijn als er een digitaal portfolio ontstaat in de digitale ruimte van iedere leerling, beginnende bij de Opvang. Hier worden reeds de eerste stappen gezet in de leerontwikkeling. Met een doorgaande lijn naar Onderwijs. Ik denk dat iedereen, die afgestudeerd is en achterom kijkt, het prachtig zou vinden als zijn/haar ‘ononderbroken’ ontwikkeling te zien is in het portfolio. Waarbij wel gezegd moet worden, dat in het kader van de privacy, je zelf degene bent die uitmaakt wat er is te zien. Het is een persoonlijk document.

 

kindgericht

Meer weten?

Logo
Organisatie

Stichting Quadraten

Verhalen bij dit praktijkvoorbeeld

Downloads

Handleiding Toolkit digitaal portfolio - Kennisnet
PDF, 2.6 MB