Sectorrapportage 2025: verjonging, verbeterde basisvaardigheden en financiële druk
Wist je dat de helft van het personeelsbestand in het primair onderwijs tegenwoordig jonger is dan 45 jaar? En dat 87% van de mensen in onze sector een vast contract heeft? Of dat ze aantoonbaar goed werk doen, er is bijvoorbeeld in de afgelopen 12 maanden een zichtbare sprong voorwaarts gemaakt met het leesonderwijs. Wil je die cijfers graag op een rijtje? Wij hebben ze.
Jaarlijks presenteren de PO-Raad en VO-raad met de Sectorrapportage zowel de feiten en cijfers, als het verhaal erachter. In de rapportage van 2025 gaan we dieper in op de ontwikkelingen rondom de basisvaardigheden, personeelsontwikkelingen en financiële ontwikkelingen. Natuurlijk laat de Sectorrapportage ook zien waar we trots op zijn, waar we kansen zien het onderwijs te verbeteren en waar extra acties nodig zijn.
De Sectorrapportage Primair Onderwijs 2025 laat zien:
- Structurele verbetering in het speciaal basisonderwijs op leesvaardigheid en taalverzorging.
- Personeelsbestand in het basisonderwijs verjongt.
- Aantal vaste contracten in het PO gestegen.
- Voor schoolgebouwen is een structurele investering van €1,3 miljard per jaar extra nodig.
- Eigen vermogen van schoolorganisatie neemt af.
Structurele verbetering in het speciaal basisonderwijs op leesvaardigheid en taalverzorging.
In het speciaal basisonderwijs is een gestage vooruitgang zichtbaar op leesvaardigheid en taalverzorging. Het aantal leerlingen dat voor leesvaardigheid onder niveau 1F scoort, is gedaald van 21% naar 16%. De helft van de leerlingen haalt het niveau 1F voor taalverzorging.
Deze positieve ontwikkeling laat zien dat de investering in beter leesonderwijs zijn vruchten begint af te werpen. De inspanningen worden voortgezet, waarbij initiatieven als de Kennistafel Effectief Leesonderwijs een belangrijke bijdrage leveren.
Personeelsbestand in het basisonderwijs verjongt.
Meer dan de helft van het onderwijspersoneel in het basisonderwijs is jonger dan 45 jaar, een stijging van twee procentpunt in vier jaar. Mede door zijinstromers en deeltijdstudenten groeide vooral de groep 35- tot 45-jarigen. Door een snellere doorstroom van afstudeerders en het traject ‘Versneld voor de klas’ groeide de leeftijdsgroep 15- tot 25-jarigen in vijf jaar met 1.5 procentpunt.
Aantal vaste contracten in het basisonderwijs stijgt.
Het aandeel vaste contracten in het primair onderwijs is de afgelopen twee jaar opnieuw gestegen. In 2024 had 87% van het personeel een vaste aanstelling, tegen 85% een jaar eerder. Daarmee wijkt het onderwijs positief af van andere sectoren, waar juist minder vaste contracten worden afgesloten.
De groei hangt deels samen met het aflopen van tijdelijke NPO-contracten, waarvan een deel is omgezet naar vaste banen.
Voor schoolgebouwen is een structurele investering van €1,3 miljard per jaar extra nodig.
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit en lange termijnfinanciering van schoolgebouwen. Voor veel gemeenten is de structurele financiële ruimte echter niet voldoende om te voldoen aan de ambities van het onderwijs en de overheid op het gebied van duurzaamheid, gezondheid en functionaliteit.
De renovatie en vernieuwing van schoolgebouwen vraagt daarom om structurele investeringen.
Na indexering (BDB Bouwkostendata) van het door IBO onderwijshuisvesting (2018) berekende jaarlijkse tekort, komt dit neer op een jaarlijks tekort van €1,3 miljard. Om te zorgen dat schoolgebouwen in 20250 (onderwijs)adaptief, gezond en duurzaam zijn moet er jaarlijks €1,3 miljard bij. Daarbij is er geen rekening gehouden met extra kosten voor beheer en exploitatie of extra ruimtebehoefte in het kader van inclusie.
Eigen vermogen van schoolorganisaties neemt af.
In 2024 gaven schoolorganisaties ongeveer €390 miljoen meer uit dan er binnenkwam. Hierdoor nam het eigen vermogen in de sector af. Deze daling heeft verschillende oorzaken. Scholen zetten bewust meer middelen in voor onderwijsverbetering en bouwden daarmee hun bovenmatige vermogens af. Daarnaast ontvingen scholen vanaf 2021 extra middelen vanuit het Nationaal Programma Onderwijs en de subsidie Basisvaardigheden.
Dat geld kon niet in één keer worden besteed, onder andere door de krappe arbeidsmarkt en de vele onvervulde vacatures. Om het geld toch goed te benutten, kozen veel scholen ervoor om het te spreiden over meerdere jaren via bestemmingsreserves. Hierdoor namen de reserves in 2021, 2022 en 2023 toe. Nu de NPO-gelden zijn gestopt, lopen deze tijdelijke bestemmingsreserves zoals verwacht geleidelijk leeg.
