Financiën

Jongetje dat druk bezig is met vraagstukken en omhoog kijkt naar het bord of de leraar

Voldoende bekostiging en het op orde hebben van de financiën is een voorwaarde voor goed onderwijs voor leerlingen. Hoeveel personeel in dienst kan worden genomen, welke lesmethodes worden gebruikt en wanneer deze kunnen worden vervangen, wordt voor een groot gedeelte bepaald door het geld dat het schoolbestuur krijgt van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Het schoolbestuur moet daarvoor goed financieel management voeren. Dit houdt ook in dat besturen verplicht zijn te verantwoorden hoe zij de (publieke) middelen hebben besteed.

Wat doet de PO-Raad?

Schoolbesturen zijn ervoor verantwoordelijk dat de kwaliteit van hun onderwijs blijft verbeteren, onder meer door hun bekostiging doelmatig in te zetten. Ze kunnen worden aangesproken op de bereikte resultaten en moeten zich hierover verantwoorden. Om die verantwoordelijkheid te kunnen dragen, moeten ze de ruimte hebben om eigen keuzes te maken.

De PO-Raad wil schoolbesturen in staat stellen die verantwoordelijkheid ook te kunnen nemen. Ze behartigt daarom hun belangen in gesprek met de politiek. Een van de daarbij veel besproken onderwerpen is dat de lasten per leerling in het primair onderwijs al enige jaren harder stijgen dan de baten. De PO-Raad brengt deze afnemende financiële ruimte in politiek Den Haag continu onder de aandacht en pleit daarnaast voor een parlementair onderzoek naar de ontoereikendheid van de bekostiging. 

Schoolbesturen in het primair onderwijs hebben de afgelopen jaren behoorlijke stappen gezet in het professionaliseren van het financieel management. De PO-Raad wil verdere professionalisering stimuleren en ondersteunt schoolbesturen daarbij. Dat doet ze door het organiseren van diverse professionaliseringsactiviteiten, waaronder het organiseren van de Kennisgroep financien.

De PO-Raad onderhoudt verder een toolbox Financiën met daarin instrumenten die schoolbesturen daarbij helpen. Er zijn onder meer tools voor het opstellen van een meerjarenbegroting en voor het inventariseren en evalueren van risico’s. Ook biedt ze goede voorbeelden en publicaties die schoolbesturen bij hun financieel management ondersteunen.

Ambities

De belangrijkste ambitie van de PO-Raad is dat schoolbesturen met goed financieel management optimaal kunnen bijdragen aan het verbeteren van de kwaliteit van het onderwijs.  Zij moeten daarvoor in de juiste positie worden gebracht waarbij ze zoveel mogelijk ruimte hebben om zelf keuzes te maken.

Om dat te kunnen bereiken streeft de PO-Raad naar een eenvoudiger bekostigingssysteem dat transparanter, stabieler en zo min mogelijk sturend is. Voor zo veel mogelijk keuzevrijheid is het belangrijk dat de bekostiging van scholen zoveel mogelijk via de lumpsum naar schoolbesturen gaat. Onnodige controle- en verantwoordingslasten wil de PO-Raad verminderen.

Meer weten?

Voor concrete vragen over de financiën in het primair onderwijs kunnen leden van de PO-Raad terecht bij de Helpdesk. Schoolbesturen kunnen ook contact opnemen met beleidsadviseur Reinier Goedhart.

Laatste nieuws

Standpunten

  • Vrijwillige ouderbijdrage

    Geen enkel kind mag worden uitgesloten van activiteiten die de school organiseert, ook al betalen zijn ouders de vrijwillige ouderbijdrage niet. Dat is het uitgangspunt van de richtlijn die de PO...

  • Lumpsum

    De lumpsum, de manier waarop het primair onderwijs is Nederland wordt bekostigd, is een groot goed

  • Verantwoording over publieke middelen

    Schoolbesturen zijn verplicht zich te verantwoorden over hoe zij (publieke) middelen hebben besteed.

Toolbox Financiën

Deze toolbox bevat rekenmodellen die helpen bij financiële bedrijfsvoering.

Achtergrond afbeelding toolbox bestaande uit radarwielen

Centen van de sector

Alles wat u altijd al wilde weten over de financien in het primair onderwijs

Kennisgroep Financiën

Netwerk Financiën en huisvesting

Publicaties over Financiën

Hier vindt u brochures en handreikingen over Financiën.

Goede voorbeelden


Goede voorbeelden van het versterken van de koppeling tussen doelen en de inzet van financiele middelen.

Veelgestelde vragen

  • Hoe schaal je een werknemer OOP in die bevoegdheid gaat halen?

    Een van de logopedisten werkzaam in de Ambulante Begeleiding in het speciaal onderwijs gaat een 2e graads onderwijsbevoegdheid halen via de deeltijdstudie omgangskunde. In het 2e studiejaar is stage op een vso-school vast onderdeel.  Een aantal andere logopedisten gaat de pabo zij-instroom doen en wordt vanaf de start van de opleiding ingeschaald in een lerarenschaal. Geldt deze lerarenschaal nu ook voor de logopedist die met de studie omgangskunde zijn/haar 2e graads bevoegdheid gaat behalen? 

    De zij-instromer wordt aangesteld op grond van artikel 3.2 CAO PO en artikel 32 lid 10 WPO en mag op grond van de geschiktheidsverklaring als onbevoegde leraar voor de klas. De zij-instromer heeft dezelfde verantwoordelijkheden als een leerkracht. Hierdoor hebben zij-instromers de salarisschaal van een leerkracht.  

    De onderwijsondersteuner die een bevoegdheid gaat halen via de deeltijdstudie omgangskunde heeft geen geschiktheidsverklaring en kan zodoende ook nog niet als leraar voor de klas staan. Gedurende de studie zal deze werknemer in dienst blijven als OOP’er en blijft in de OOP-schaal. Als de werknemer de opleiding heeft afgerond, dan kan de werknemer solliciteren op een lerarenvacature. Zodra de werknemer als bevoegd leerkracht aangesteld wordt, zal de lerarenschaal van toepassing zijn. 

  • Onze school is overgegaan op een continurooster. Voor de pauzes worden pedagogisch medewerkers ingezet. Mag de school hiervoor een vrijwillige ouderbijdrage vragen?

    Medewerkers hebben op grond van artikel 5:4 Arbeidstijdenwet recht op een half uur pauze. Daarom zetten scholen met een continurooster soms pedagogisch medewerkers in voor de pauzes tussendemiddag. Hier zijn kosten aan verbonden. Mag de school hiervoor een vrijwillige ouderbijdrage vragen ondanks dat het onderwijstijd is?

    Op scholen met een continurooster moeten alle leerlingen tijdens de middagpauze op school overblijven. De pauze tussen de middag maakt deel uit van de schooltijd. De school is ook op dat moment verantwoordelijk voor het toezicht op de leerlingen. Er is dan dus geen sprake van tussenschoolse opvang. Ouders hoeven dan ook geen overblijfbijdrage te betalen. De school blijft de gehele dag verantwoordelijk voor de leerlingen en de ‘overblijf’ wordt geregeld door het onderwijspersoneel of er wordt extern personeel voor ingezet. In de lumpsumfinanciering beslissen schoolbesturen zelf waaraan ze hun budget uitgeven (mits dit een onderwijsbestemming heeft). Dit geldt ook voor de inhuur van extra personeel ten behoeve van een continurooster. Een school die kiest voor een continurooster, is verantwoordelijk voor het organiseren van toezicht tijdens de middagpauze. De school kan een bijdrage in de kosten vragen aan ouders, mits dit op vrijwillige basis gebeurt en de oudergeleding van de MR heeft ingestemd met de hoogte en de bestemming van de vrijwillige ouderbijdrage (artikel 13 lid 1c WMS). Scholen zijn wettelijk verplicht om de ouderbijdrage en het vrijwillige karakter ervan te vermelden in de schoolgids. De oudergeleding heeft instemmingsrecht bij het vaststellen van de schoolgids (art. 13 lid 1 onder e WPO, art. 22 lid 1 onder d WEC).  De Inspectie van het Onderwijs houdt toezicht op de manier waarop het bevoegd gezag communiceert over de ouderbijdrage in de schoolgids, het schoolplan en op de website.

  • Hoe hoog is de overhead in het primair onderwijs?

    Dat hangt af van wat je onder overhead verstaat. Veel mensen denken bij overhead aan bestuurders, managers en stafmedewerkers in bovenschoolse bestuurskantoren. Maar verschillende definities en onderzoeken kijken bijvoorbeeld ook naar het aantal schoolleiders/schooldirecteuren. Omdat het primair onderwijs kleinschalig georganiseerd is en bijna iedere school een schoolleider heeft, kan dat de hoogte van de overhead in sommige definities stevig beïnvloeden. Goed om hierbij te beseffen, is dat de schoolleider in het primair onderwijs veel directer bij het primair proces betrokken is, dan het management in andere onderwijssectoren. Veel schoolleiders staan zelf voor de klas. Ook zetten ze het vuilnis buiten of vegen het schoolplein.

    Twee voorbeelden: Adviesorganisatie Berenschot hanteerde in een onderzoek in 2016 als definitie voor de overhead, het aantal uren dat alle medewerkers binnen een schoolbestuur hebben ingezet aan managementtaken. Ze kwam daarmee uit op 7,8 procent overhead voor het primair onderwijs. Hierbij vormden de schoolleiders verreweg de grootste groep managers in het primair onderwijs. Onderzoeksinstituut ITS concludeerde in 2011 dat gemiddeld 3,7 procent van de totale begroting van een schoolbestuur naar het bestuursbureau gaat.

    De PO-Raad werkt aan een sectorale benchmark waarin ook informatie te vinden is over overhead in het primair onderwijs.