Agenda

Net aangekondigd

Meer agenda-items

Veelgestelde vragen

  • Onze accountant vraagt opeens €2500 in plaats van €1500, zoals het in voorgaande jaren was. De reden is onder andere dat het ministerie verscherpte controles vraagt. Wat kan ik doen?

    Het is aan u om een accountant te selecteren en afspraken te maken. U mag bij een tariefaanpassing altijd kiezen voor een andere accountant. De bedragen die het ministerie hanteert zijn verwerkt in de lumpsumbekostiging; het is aan het schoolbestuur om hierin keuzes te maken.

     

  • Welke rol hebben de middelen voor passend onderwijs bij het berekenen van de ontslagruimte van schoolbesturen in het reguliere basisonderwijs?

    De ontslagruimte werd in het verleden bepaald door het verschil in Rijksbekostiging gedurende twee jaren. Over het algemeen geldt dat hoe meer de bekostiging stijgt, hoe kleiner de ontslagruimte wordt. De middelen voor passend onderwijs, die via de samenwerkingsbestanden bij schoolbesturen terechtkomen, hebben hier niet per definitie invloed op, zo blijkt uit een reactie van het Participatiefonds.

    Een werkgever mag een dienstverband van een werknemer beëindigen wanneer er in zijn ogen zogenoemde ‘kwalitatieve fricties’ ontstaan en de werkgever anders geen goed onderwijs meer kan verzorgen. Dergelijke fricties kunnen ook ontstaan ondanks het geld voor passend onderwijs dat via het samenwerkingsverband naar de schoolbesturen toekomt. Dat geld is namelijk bedoeld voor begeleiding van leerlingen in het kader van passend onderwijs en kan niet zomaar worden uitgegeven aan het behoud van een willekeurige werknemer.

    Een schoolbestuur die in zo’n situatie komt en een werknemer gaat ontslaan, kan een vergoedingsverzoek bij het Participatiefonds indienen. Er moet dan wel altijd overleg met de vakbonden worden gevoerd (volgens het vigerende overlegprotocol).

  • Heeft de PO-Raad een document waarin in 'gewoon Nederlands' is uitgelegd hoe het zit met de btw-vrijstelling in het onderwijs?

    Dit is afhankelijk van de specifieke omstandigheden. In het algemeen geldt het volgende:

    1. Detachering van leerkrachten door een schoolbestuur naar andere schoolbesturen is doorgaans vrijgesteld van btw; de leerkracht moet wel bevoegd zijn, de taken van leerkracht uitvoeren en de detachering moet noodzakelijk zijn voor het onderwijs bij het inlenende bestuur. Ik merk hierbij op dat detacheringen met een winstoogmerk altijd met btw belast zijn. Directeuren en IB-ers met een onderwijsbevoegdheid kunnen vrijgesteld van btw worden gedetacheerd wanneer zij bevoegd zijn om voor de klas te staan en wanneer hun taken noodzakelijk zijn voor het onderwijs van de inlener. Detachering van personen in ondersteunende functies, zoals die van onderwijsassistent, opleider, coach, schoonmaken, administrateur, manager, bestuurder, toezichthouder, secretaresse en dergelijke zijn doorgaans met btw belast.

    2. Kosten in rekening brengen bij een ander schoolbestuur is in beginsel altijd met btw belast. Verhuur van vastgoed is vrijwel altijd vrijgesteld van btw, diensten samenhangend met verhuur (schoonmaak, inrichting) zijn met btw belast wanneer deze apart in rekening worden gebracht.

    3. Verhuur van vastgoed/ruimtes is vrijgesteld van btw.

    Verder is van belang dat alle vrijstellingen, dus ook de onderwijsvrijstelling, de vrijstelling passend onderwijs en de vrijstelling voor verhuur van vastgoed, aan voorwaarden zijn gebonden. Als gebruik wordt gemaakt van een vrijstelling dan moet overtuigend bewezen kunnen worden dat men aan de eisen van de vrijstelling voldoet. Het is raadzaam om vooraf contact op te nemen met de belastinginspecteur om te bespreken op welk detailniveau zaken vastgelegd moeten worden. Opgemerkt hierbij is dat wat voor een schoolbestuur volstrekt voor de hand ligt, niet altijd door de belastinginspecteur wordt geaccepteerd. Voorbeeld: er is 10 jaar geprocedeerd over de vraag of een schoolleider noodzakelijk is voor het onderwijs. Uiteindelijk heeft het Europees Hof deze vraag met ja beantwoord en zijn schoolleiders ook vrijgesteld, maar dit heeft dus heel veel discussie met de belastingdienst gekost.

    Btw regelgeving is complex; er zijn veel voorwaarden en vrijstellingen. Om het nog lastiger te maken mag de plaatselijke belastinginspecteur zelf bepaalde keuzes maken in de interpretatie van de wetgeving; wat in Groningen is vrijgesteld kan, in Maastricht dus maar zo worden belast. Een volledig overzicht op een half A4tje is dus niet te geven. De helpdesk van de PO-Raad kijkt bij concrete vragen wel graag mee.