Bekostiging

In het primair onderwijs ontvangen schoolbesturen één budget voor het geven van goed onderwijs: de lumpsum. Deze lumpsumbekostiging kent twee onderbouwingen: de personele lumpsum (op schooljaarbasis) en de materiele lumpsum (op kalenderjaarbasis). Basisscholen ontvangen daarnaast extra budget via de prestatiebox.

Personele lumpsum

Het soort leerling en het aantal leerlingen dat de school telde op 1 oktober van het voorgaande jaar (T-1 bekostiging), bepaalt voor het overgrote deel hoeveel personele lumpsum een schoolbestuur ontvangt. De personele lumpsum is gebaseerd op schooljaarbasis. De lumpsum houdt er rekening mee dat ouder personeel meestal meer verdient dan jonger personeel. Daarom speelt ook de zogenoemde gewogen gemiddelde leeftijd (GGL) mee. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap indexeert de personele bekostiging jaarlijks op basis van de referentiesystematiek. Voor het berekenen van de bekostiging van uw schoolorganisatie kunt u terecht in de toolbox van de PO-Raad.

Materiele lumpsum

De materiële lumpsum is er voor bekostiging van zowel het gebouw (onderhoud, schoonmaak, energiekosten) en bekostiging voor materiële kosten voor het geven van onderwijs (ICT voorzieningen, lesmateriaal, meubilair). Hoe hoog deze is, wordt bepaald aan de hand van programma's van eisen (pve's). Voor het berekenen van de materiële bekostiging van uw schoolbestuur kunt u terecht in de toolbox van de PO-Raad.

Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap past de materiële bekostiging elk jaar aan aan de prijsontwikkelingen. Eens in de vijf jaar bekijkt een extern bureau de vergoedingen en beoordeelt deze of de vergoeding voldoende is voor een gemiddelde school. Dit is wettelijk voorgeschreven.

In het basisonderwijs moeten schoolbesturen zelf het binnen- en buitenonderhoud van een schoolgebouw betalen. Nieuwbouw en uitbreiding van een schoolgebouw komt voor rekening van de gemeente. Zie hiervoor ook het thema Huisvesting.

Prestatiebox

Naast de lumpsum ontvangen basisscholen ook geld via de prestatiebox. De middelen die via de prestatiebox worden verstrekt, kunnen worden gezien als lumpsum, maar dan wel met een nadere verantwoordingsverplichting. 

Wat doet de PO-Raad?

De PO-Raad behartigt de belangen van scholen en hun besturen in Den Haag. Ze pleit er daarbij voor zoveel mogelijk bekostiging via de lumpsum naar schoolbesturen te laten gaan.

Meer weten?

In de Toolbox Financiën staan (begrotings)modellen, aan de hand waarvan de bekostiging voor een schoolbestuur kan worden vastgesteld. Via de website van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO), kunnen de beschikkingen per school worden bekeken.

Alle inhoud binnen dit onderwerp

Laatste nieuws

Standpunten

  • Lumpsum

    De lumpsum, de manier waarop het primair onderwijs is Nederland wordt bekostigd, is een groot goed

  • Parlementair onderzoek bekostiging primair onderwijs

    De PO-Raad pleit voor een parlementair onderzoek naar de ontoereikendheid van de bekostiging in het primair onderwijs.

Toolbox ontwikkelingen in bekostiging

Toolbox materiële bekostiging

Toolbox meerjarenbegroting

Toolbox groeiregeling

Veelgestelde vragen

  • Wat kan er beter aan de verantwoording?

    Hoewel schoolbesturen in het primair onderwijs verantwoording afleggen over publiek geld door middel van het jaarverslag, kan de sector zich nog verder ontwikkelen op het gebied van verantwoording.

    Conform de Code Goed Bestuur worden schoolbesturen geacht het jaarverslag op hun website te publiceren. Dit kan beter, want niet alle besturen doen dit. Tegelijkertijd wil de sector zelf werk maken van zogenoemde horizontale verantwoording, waarbij een bestuur met schoolteams, ouders, lokale partijen om de school en collega besturen het gesprek voert over beleidskeuzes. Mede als gevolg van wet- en regelgeving verantwoorden besturen zich nu vooral aan de Inspectie van het Onderwijs en de eigen Raad van Toezicht. Dat heet ‘verticale verantwoording’

    In de Strategische Agenda van de PO-Raad is afgesproken dat besturen zelf het goede voorbeeld geven, zich proactief verantwoorden en andere besturen aanspreken wanneer dit nodig is. De sector moet de samenleving meer laten zien wat ze doet met publiek geld. Ieder bestuur verantwoordt zich actief over zijn eigen kwaliteit en dat van zijn scholen via onder meer jaarverslagen en Scholen op de kaart. Daarmee draagt het ook bij aan verantwoording van de sector als geheel.

    Daarnaast zet de PO-Raad actief in op horizontale verantwoording door het voeren van de horizontale dialoog met schoolteams, ouders, collega-besturen, partijen rondom de school zoals kinderopvangorganisaties en jeugdzorg. Daarbij hebben ze oog voor de lokale situatie en gaan ze steeds het gesprek aan met hun omgeving. Waar het nodig is om de onderwijskwaliteit op peil te houden, of te verbeteren, werken besturen samen.

  • Hoe verantwoorden schoolbesturen zich over hun uitgaven?

    Schoolbesturen leveren hierover jaarlijks honderden cijfers en gegevens aan bij DUO. Dat is bij wet verplicht. Al niet privacygevoelige gegevens staan als open data op de website van Dienst Uitvoering Onderwijs van het ministerie van OCW. Daarnaast is een schoolbestuur verplicht om zich in het jaarverslag (bestuursverslag en jaarrekening) op hoofdlijnen te verantwoorden over wat het van plan was (doelen), wat daarvan terecht is gekomen (resultaten) en wat het effect van dit alles is geweest op de (toekomstige) financiële positie. Van iedere euro verantwoorden waar deze aan is uitgegeven, is onbegonnen bureaucratisch werk.

    Overigens gelden voor alle besturen dezelfde regels. Eénpitters, scholen met een vrijwillig ouderbestuur en grote besturen moeten allemaal dezelfde verantwoording afleggen. Voor éénpitters is dit een flinke en ingewikkelde klus omdat zij in tegenstelling tot de iets grotere besturen hierbij veelal geen professionele hulp hebben.

  • Waarom krijgen schoolbesturen lumpsum en is het geld niet geoormerkt?

    Diverse onderzoeken hebben uitgewezen dat de lumpsum bovendien heeft geleid tot beter en doelmatiger onderwijs en past bij de manier waarop wij het onderwijs in Nederland hebben ingericht (McKinsey-analyse ‘How the world’s most improved school systems keep getting better‘, een studie van de OECD, een reviewstudie van het CPB). Ook voormalig minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs) stelden in mei 2016 dat de lumpsumsystematiek van waarde is voor de kwaliteit van het onderwijs. De alternatieven die de bewindslieden hebben laten onderzoeken, leverden geen betere uitkomsten.

    Ook de Onderwijsraad verkiest in zijn rapport ‘Inzicht in en verantwoording van onderwijsgelden’ van juli 2018 de lumpsum boven alternatieve bekostigingsmethoden. ‘De lumpsum doet het meest recht aan de autonomie van onderwijsinstellingen en waarborgt de stabiliteit en continuïteit van bekostiging en onderwijsbeleid’, aldus de Onderwijsraad.