De jaarcijfers van een schoolbestuur worden gecontroleerd door de accountant. Een accountant is niet geheel vrij in het kiezen van wat hem goeddunkt en waaraan hij wel of geen aandacht wil besteden. Wat hij moet controleren, wordt voor een groot deel bepaald door de ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) en Economische Zaken en wordt jaarlijks vastgesteld in het onderwijscontroleprotocol. De Inspectie van het Onderwijs ziet erop toe of deze regels worden nageleefd.

Accountantsverklaring

Wanneer er geen ernstige onjuistheden of onzekerheden in de jaarrekening zijn aangetroffen, zal de accountant een goedkeurende verklaring afgeven: Die zegt daarmee dat de jaarrekening een ‘getrouw beeld geeft van de financiële situatie’. De accountant kan ook een oordeelsonthouding, een verklaring met een beperking of zelfs een afkeurende verklaring afgeven. In deze negatieve gevallen zal het ministerie van OCW per situatie het probleem onderzoeken.

Controlewerkzaamheden

Naast de controle of de jaarrekening een getrouwe weergave geeft van de financiële situatie (de zgn. Getrouw Beeldverklaring), voert de accountant nog enkele controlewerkzaamheden uit.

  1. Controle van de juistheid en volledigheid van de gegevens die de hoogte van de bekostiging bepalen. Denk aan de samenstelling van het lerarenbestand in op basis waarvan de Gewogen Gemiddelde Leeftijd (GGL) wordt berekend.
  2. Controle op de rechtmatigheid van de bestedingen. Vastgesteld wordt of de van het Rijk ontvangen bedragen zijn gebruikt voor het doel waarvoor ze zijn bestemd.
  3. Het controleprotocol vermeldt nog een aantal punten waaraan de accountant expliciet aandacht moet schenken:
  • zijn de regels voor (Europese) aanbestedingen gevolgd
  • zijn de regels rondom de Wet normering topinkomens gevolgd
  • zijn de bestedingen in het kader van geoormerkte bedragen met bestedingsverplichting ook daadwerkelijk verricht in overeenstemming met de specifieke subsidievoorwaarden
  • zijn de regels omtrent de Regeling beleggen en belenen nagevolgd