De heffing van belasting is altijd afhankelijk van de feiten en omstandigheden bij een individueel schoolbestuur. Hieronder wordt een beknopte samenvatting gegeven van diverse fiscale regels waar de PO-Raad regelmatig vragen over krijgt. Deze informatie is verre van volledig, maar is bedoeld om aan te geven in welke situaties het verstandig is om fiscaal advies in te winnen. Daarnaast is het aan de belastinginspecteur, rekening te houden met de feiten en omstandigheden en de relevante regelgeving toe te passen. Schoolbesturen doen er verstandig aan om bij twijfel een situatie voor te leggen aan de inspecteur. Dat voorkomt discussie en onverwachte (extra) kosten achteraf.

Btw

Wanneer het schoolbestuur een dienst of product levert aan een andere (rechts)persoon en hiervoor een wederdienst of betaling ontvangt, dan moet het schoolbestuur in beginsel omzetbelasting (btw) in rekening brengen. Er zijn twee belangrijke vrijstellingen:

  • Onderwijsvrijstelling: onder meer detachering van onderwijsgevend personeel is onder voorwaarden vrijgesteld van btw
  • Passend Onderwijs: bepaalde activiteiten die voortvloeien uit het ondersteuningsplan van het samenwerkingsband passend onderwijs zijn onder voorwaarden vrijgesteld van btw

Activiteiten die ook in de ‘vrije markt’ kunnen worden ingekocht zijn doorgaans met btw belast. Te denken valt aan schoonmaakkosten en administratieve dienstverlening.

Vennootschapsbelasting

Vennootschapsbelasting is een belasting over de winst. De meeste rechtsvormen, zoals een besloten vennootschap of coöperatie op coöperatieve grondslag zijn in beginsel vennootschapsbelastingplichtig. Deze moeten altijd belastingaangifte doen, ook als er geen winst is. Verenigingen en stichtingen die geen onderneming drijven zijn niet belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. De gekozen rechtsvorm kan dus direct invloed hebben op het wel of niet onderwerpen zijn aan vennootschapsbelasting. Van het drijven van een onderneming is sprake als er sprake is van een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid, waarbij wordt deelgenomen aan het economische verkeer en waarbij er sprake is van winststreven. Winststreven is ook aanwezig als meerdere jaren achter elkaar een overschot is.

Bij een onderwijsinstelling kan op basis van deze definitie voor de vennootschapsbelasting worden aangemerkt als een onderneming. Om dit te beperken is in de vennootschapsbelasting een onderwijsvrijstelling opgenomen. Dit betekent dat onderwijsinstellingen onder voorwaarden zijn vrijgesteld van vennootschapsbelasting. Als aan de voorwaarden wordt voldaan hoeft de onderwijsinstelling ook geen aangifte te doen. De voorwaarden zijn:

1. De activiteiten van de onderwijsinstelling uitsluitend of nagenoeg uitsluitend (90% of meer) bestaan uit onderwijsactiviteiten (activiteiteneis)

2. De onderwijsactiviteiten hoofdzakelijk (70% of meer) worden bekostigd met publieke middelen (bekostigingseis).

Het kan voorkomen dat een onderwijsinstelling door nevenactiviteiten niet voldoet aan de activiteiteneis. In dat geval is het mogelijk dat de onderwijsinstelling de vrijstelling niet volledig kwijtraakt. Het is dan van belang dat tijdig een adviseur wordt ingeschakeld en contact wordt opgenomen met de Belastingdienst.

Loon- en inkomstenbelasting (vrijwilligersvergoeding)

Over vergoedingen ontvangen voor het verrichten arbeid is in beginsel belasting verschuldigd. Dat geldt onder voorwaarden niet voor de vrijwilligersvergoeding. Vrijwilligersvergoeding is een vergoeding die niet in verhouding staat tot de omvang en het tijdsbeslag van het werk. Daarnaast gelden de volgende voorwaarden:

  • De vergoeding mag de grens van maximaal € 4,5 per uur(of voor personen jonger dan 22 jaar € 2,50 per uur), € 150,- per maand en € 1.500,- per jaar niet overschrijden
  • De werkzaamheden worden niet beroepsmatig verricht voor een organisatie die niet is onderworpen aan de vennootschapsbelasting of daarvan is vrijgesteld.

De maximumbedragen gelden voor het totaal van de vergoedingen (inclusief reiskosten vergoeding). Ook vergoedingen in natura worden meegenomen zoals deel laten nemen van eigen kind aan het overblijven en het verstrekken van een kerstpakket. Als niet wordt voldaan aan de hiervoor genoemde voorwaarden dan is over de vergoeding belast voor de loon- en inkomstenbelasting. Zowel de onderwijsinstelling als de vrijwilliger de vergoeding op te geven aan de Belastingdienst. Let hierop bij de uitbetaling van bijvoorbeeld overblijfouders.

Meer weten?

Leden van de PO-Raad kunnen voor meer informatie terecht bij de Helpdesk.

Trefwoorden

Tools Praktische geldzaken

Achtergrond afbeelding toolbox bestaande uit radarwielen