Schoolbesturen in het primair onderwijs moeten jaarlijks voor 1 juli een jaarverslag indienen bij het ministerie van OCW/DUO. De voorschriften voor de (financiële) verantwoording zijn opgenomen in de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving (RvJ). Specifieke richtlijnen voor onderwijsinstellingen staan in hoofdstuk 660 van de RJ. Daarin staat onder meer vermeld dat een jaarverslag bestaat uit de jaarrekening aangevuld met een bestuursverslag. Klik hieronder op de links om direct naar specifieke informatie over het jaarverslag te gaan.

  1. Algemeen
  2. Continuiteitsparagraaf
  3. Treasuryverslag
  4. Code Goed Bestuur
  5. Raad voor de Jaarverslaggeving
  6. Meer weten?

1. Algemeen

In dat bestuursverslag (dat vaak jaarverslag wordt genoemd) moeten volgens de regels alle belangrijke aspecten rond de bedrijfsvoering en het beheer staan. Ook moet het ingaan op de personele situatie, de leerlingenontwikkeling en het investeringenbeleid. Een analyse van de financiële positie (de balans), inclusief een analyse van het exploitatieresultaat moet er ook in zijn opgenomen. Daarbij moet worden vermeld wat de schoolbestuurders en de intern toezichthouders verdienen.

Daarnaast moet een schoolbestuur een toekomstperspectief in het verslag opnemen in een zogenoemde continuiteitsparagraaf en in een treasuryverslag [LINK] aangeven hoe het is omgegaan met beleggen en belenen.

2. Continuïteitsparagraaf

Schoolbesturen zijn verplicht om hun toekomstperspectief op te nemen in een zogeheten continuïteitsparagraaf in het jaarverslag (bestuursverslag).

In de continuïteitsparagraaf staat vermeld wat de financiële gevolgen zijn van toekomstige ontwikkelingen voor de drie jaren volgend op het verslagjaar. Ten tweede bevat de paragraaf een inhoudelijke en procesmatige beschrijving van het risicomanagement. Tot slot vermeldt het schoolbestuur in de paragraaf hoe hij omgaat met de Code Goed Bestuur, de governancecode van het primair onderwijs.

De accountant toetst de continuïteitsparagraaf nu slechts marginaal.

3. Treasuryverslag

In het jaarverslag moet ook staan hoe het schoolbestuur invulling geeft aan de regeling die bepaalt hoe de organisatie moet omgaan met beleggen en belenen, de Regeling beleggen, lenen en derivaten, ofwel het treasurystatuut. De overheid heeft deze regels opgelegd om de risico’s van het beleggen en belenen door onderwijsorganisaties binnen de perken te houden. Een schoolbestuur schrijft hierover een zogenoemd treasuryverslag. 

Schoolbesturen mogen hun geld onder strikte voorwaarden beleggen of belenen:

  1. Beleggingen moeten risicomijdend zijn.
  2. De tegenpartij moet kredietwaardig zijn.

Treasurystatuut

Ook als een bevoegd gezag overtollige liquiditeiten niet belegt of beleent, zal het volgens de Regeling beleggen, lenen en derivaten zijn treasurybeleid toch moeten vastleggen in een treasurystatuut. Daarin moet in ieder geval staan aangegeven hoe men invulling wil geven aan de regeling beleggen en belenen. Dit voorkomt dat beleggingsovereenkomsten worden afgesloten die buiten de kaders van het treasurystatuut vallen.
Banken mogen geen medewerking verlenen aan door de onderwijsorganisatie voorgestelde beleggingen en beleningen die niet in overeenstemming zijn met het treasurystatuut. Onderwijsorganisaties dienen dit statuut dan ook aan de bank ter beschikking te stellen. De accountant zal bij de uitvoering van de accountantscontrole toezien op de uitvoering van de regeling beleggen en belenen zoals vastgelegd in het treasurystatuut.

Treasuryverslag

Het treasuryverslag is het rapport over het beleggingsbeleid van de organisatie en de resultaten ervan. Dit verslag is een verplicht onderdeel van het jaarverslag/bestuursverslag en moet de volgende onderdelen bevatten:

  • een korte schets van het treasurybeleid en de uitvoering hiervan (samenvatting treasurystatuut);
  • een overzicht van de soorten en omvang van de beleggingen en beleningen, inclusief de looptijden.

Publieke en private middelen

De Regeling beleggen, lenen en derivaten gaat over het beleggen en belenen van publieke middelen. Het kan zijn dat de organisatie over private middelen beschikt. In principe kan het bestuur zelf bepalen hoe ze hiermee omgaat.

4. Code Goed Bestuur

Om transparant te zijn en dus goed te kunnen verantwoorden wat zij met hun geld doen, hebben schoolbesturen in 2014 afgesproken dat zij hun jaarverslagen actief openbaar zullen maken. Dit is opgenomen in de Code Goed Bestuur.

5. Raad voor de Jaarverslaggeving

Aanpassingen in wet- en regelgeving die mogelijk effecten hebben voor de financiële verantwoording voor onderwijsinstellingen, worden besproken in de Raad voor de Jaarverslaggeving, de werkgroep RJ660. Die bestaat uit diverse financieel onderwijsdeskundigen. De PO-Raad benoemt één persoon die in deze werkgroep zitting neemt.

Meer weten?

Meer informatie is te vinden op de website van de Raad voor de Jaarverslaggeving. Leden van de PO-Raad kunnen ook contact opnemen met de Helpdesk of met beleidsadviseur Reinier Goedhart.