Bij het verantwoorden van de financiële positie in het bestuursverslag, stelt de PO-Raad voor om in ieder geval de onderstaande set van kengetallen en signaleringswaarden te hanteren.

In het voorjaar 2020 zal OCW komen met een signalerings(boven)waarde voor de reservepositie. Zodra deze bekend is, zal dit overzicht hierop worden aangepast.

Schoolbesturen in het primair onderwijs kunnen gebruik maken van een format dat helpt bij het schrijven van een kort en bondig bestuursverslag, met een duidelijke lijn en weinig herhalingen.

Kengetallen

Kengetal

 

Bestaat uit

Omschrijving

Signaleringswaarde

Solvabiliteit 2

(Eigen vermogen + voorzieningen) / Balanstotaal

Dit kengetal geeft de verhouding aan tussen eigen en vreemd vermogen en verschaft daarmee inzicht in:

  • de mate waarin de bezittingen (op de activazijde van de balans) zijn gefinancierd met eigen vermogen (incl. voorzieningen).
  • de mate waarin een schoolbestuur in staat is om op langere termijn aan haar financiële verplichtingen te kunnen voldoen.

Ondergrens 0,30

Liquiditeit

Vlottende activa / Kortlopende schulden

Dit kengetal geeft aan in hoeverre een schoolbestuur in staat is om op korte termijn aan zijn verplichtingen te kunnen voldoen (betaling van alle kortlopende schulden).

Ondergrens 0,75

 

* Bij een liquiditeit van lager dan 1,0 wordt een schoolbestuur geadviseerd een liquiditeitsbegroting op te stellen en te bewaken.

 

Rentabiliteit

Resultaat / totale baten (incl. financiële baten)  *  100%

Dit kengetal geeft aan wat het resultaat is in vergelijking met de totale baten (incl. financiële baten).

  • Als het nodig is om de financiële positie  te versterken (bijvoorbeeld bij een te lage solvabiliteit 2 en/ of liquiditeit), dan is een (meerjarige) rentabiliteit van > 0% wenselijk.
  • Als alle reserves op peil zijn gebracht, volstaat een (meerjarige) rentabiliteit van 0% meer in de lijn der verwachting liggen. De bekostiging moet immers zoveel mogelijk worden ingezet voor het geven van onderwijs.
  • Een negatieve rentabiliteit is gewenst wanneer de reservepositie als te hoog kan worden gekwalificeerd. 

Afhankelijk van de financiële positie reservepositie van het schoolbestuur

Indicator reservepositie

In ontwikkeling (IvhO)

 

In het voorjaar van 2020 wordt door OCW/ IvhO een nieuwe indicator/ signaleringswaarde gepresenteerd voor een bovenmatige reservepositie.

 

Bovengrens: bestuursafhankelijk

Op basis van bovenstaande kengetallen evalueer je de financiële positie. En je geeft aan of en hoe je hierop gaat acteren. Op basis van de kengetallen zijn er drie mogelijke scenario’s denkbaar, waarbij je de volgende vragen kunt beantwoorden:

Scenario 1. Financiële en/of reservepositie is op niveau

  • Het resultaat/de rentabiliteit blijft de komende jaren rond de 0 :
    • Hoe verhoudt dit zich tot het financieel beleid van uw schoolbestuur?
    • Is dit een gewenste ontwikkeling?
       
  • Het resultaat/de rentabiliteit ontwikkelt zich de komende jaren positief, dan wel negatief:
    • Hoe verhoudt dit zich tot het financieel beleid van het schoolbestuur?
    • Ga je hierop acteren? Hoe?


Scenario 2. Financiële en/of reservepositie is boven niveau

De indicator reservepositie overschrijdt een bovengrens.

  • Het resultaat/de rentabiliteit blijft de komende jaren rond de 0 of neemt toe:
    • Hoe verhoudt dit zich tot het financieel beleid van uw schoolbestuur?
    • Waarom wordt de financiële ruimte (nog) niet ingezet?
       
  • Het resultaat/de rentabiliteit ontwikkelt zich de komende jaren negatief:
    • Hoe verhoudt dit zich tot het financieel beleid van uw schoolbestuur?
    • Welke keuzes heeft het schoolbestuur gemaakt om de financiële ruimte in te zetten?  

Scenario 3. Financiële en/of reservepositie is onder niveau

  • Het resultaat/de rentabiliteit blijft de komende jaren rond de 0 of neemt af:
    • Hoe verhoudt dit zich tot het financieel beleid van uw schoolbestuur?
    • Waarom wordt de  financiële positie niet op een aanvaardbaar niveau gebracht?
       
  • Het resultaat/de rentabiliteit ontwikkelt zich de komende jaren positief:
    • Hoe verhoudt dit feit zich tot het financieel beleid van het schoolbestuur?
    • Welke keuzes heeft het schoolbestuur gemaakt om de financiële positie of de reservepositie op een aanvaardbaar niveau te brengen?