Beheer en exploitatie

Het bouwen, beheren en exploiteren van scholen is een ingewikkeld proces. Volgens de wet zijn schoolbesturen bouwheer en eigenaar van het schoolgebouw. Dit eigendom wordt ook wel eens als het juridisch eigendom genoemd. Schoolbesturen zijn echter niet volledig verantwoordelijk voor de gebouwen. In de praktijk is het mogelijk ook te kiezen voor een andere eigendomsrelatie, als die beter past bij de lokale situatie en de doelstellingen die met het gebouw en de samenwerking worden nagestreefd.

Beperkingen van eigendomsrechten

De wet op het PO en de wet op de expertisecentra (WEC) kent een aantal beperkingen van de rechten die eigenaars van gebouwen in de "reguliere" markt wel hebben. Zo mogen scholen niet:

  • worden verkocht
  • een hypotheek vestigen
  • zonder toestemming van de gemeente verhuren of in gebruik geven van (een deel van de) huisvesting. 

Wat doet de PO-Raad?

De gescheiden geldstromen via gemeenten en Rijk zorgen voor het ontbreken van de juiste prikkel voor adequate huisvesting: gemeenten zijn verantwoordelijk voor de nieuwbouw, scholen voor het onderhoud. De PO-Raad pleit er daarom voor dat schoolbesturen en gemeenten heldere afspraken maken over wat een eerlijke verdeling is. Om dit te bereiken probeert zij alle betrokken partijen bewust te maken van hun eigen rollen en posities. Dit doet zij in samenwerking en overleg met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Daarnaast maakt de PO-Raad zich er hard voor om de verantwoordelijkheden voor wat betreft renovatie van schoolgebouwen in de wet vast te leggen.

Meer weten?

Voor meer informatie over beheer en exploitatie kunt u terecht bij de Helpdesk of bij onze beleidsadviseur Gertjan van Midden.

Alle inhoud binnen dit onderwerp

Laatste nieuws

  • Via de Leegstandsmonitor van het CBS kunnen schoolbestuurders per provincie en gemeente een beeld krijgen van de leegstand van schoolgebouwen en ander vastgoed. Vorige week vrijdag werd de monitor gepresenteerd op basis van de beschikbare cijfers van 2015 en 2016.

  • Als schoolbesturen worden uitgesloten van de wet die de positie van opdrachtgevers tot aannemers moet verbeteren, dan zal dit uiteindelijk ten koste gaan van de kwaliteit van schoolgebouwen. De PO-Raad stuurde samen met onder andere de VO-Raad en brancheorganisaties uit de zorg en de woningbouw een brief aan de Tweede Kamer met de oproep om dit voorstel van het CDA niet te steunen. 

  • De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft een aanpassing van de Model Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gepubliceerd. Deze aanpassingen moeten een antwoord geven op een aantal onduidelijkheden in de verordening. Op de site van de VNG is naast de nieuwe tekst ook een handige 'was > wordt'-tabel te vinden.

Agenda

Net aangekondigd

Komende bijeenkomsten

Meer agenda-items

Veelgestelde vragen

  • Wij willen een ruimte in ons schoolgebouw verhuren aan een commerciële organisatie. Bevoegd gezag en gemeente zijn akkoord. Op welke wijze kan een redelijke vergoeding ter compensatie van de exploitatiekosten worden berekend?

    Er is geen standaardvergoeding meer opgenomen in de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs. Bij de laatste wijziging van de Verordening is de 7e groepsvergoeding MI komen te vervallen.

    Tussen schoolbesturen of tussen schoolbestuur en gemeente dienen nu afspraken te worden gemaakt over de hoogte van de vergoeding. De berekeningswijze is als volgt: allereerst worden de totale exploitatiekosten gedeeld door het aantal vierkante meters van de school. Eventueel kunnen de kosten van schoonmaak hierin worden meegenomen, wanneer de huurder hier gebruik van maakt. Daarna wordt het aantal gehuurde vierkante meters bepaald. Een lokaal is bijvoorbeeld 56 m2, maar er wordt vaak van meer dan alleen het lokaal gebruik gemaakt. Er kan bijvoorbeeld gekozen worden voor 115m2, zoals opgenomen in de Verordening. Het exploitatiebedrag per m2 wordt vervolgens vermenigvuldigd met het aantal gehuurde m2. De uitkomst hiervan is de vergoeding die de huurder dient te betalen.

  • Kan de gemeente ons bestuur laten opdraaien voor achterstallig onderhoud aan een pand dat wij een half jaar geleden hebben afgestoten?

    Wanneer u een gebouw aan de gemeente teruggeeft, kan het zijn dat er sprake is van “achterstallig onderhoud”. Als dat het geval is, staat in artikel 28 van de gemeentelijke verordening wat er moet gebeuren. Het college had voor de overdracht moeten vaststellen of er sprake was van achterstallig onderhoud. Als dat zo is, dan wordt vóór de overdracht een staat van onderhoud opgemaakt. Daarover moet overleg met het bestuur plaatsvinden. 

    Wanneer de gemeente het gebouw aan een ander bestuur wil geven, is het aan de gemeente om te zorgen dat het gebouw in een redelijke staat is, waardoor de nieuwe school erin kan trekken. Het is dan ook een taak van de gemeente om – in overleg met de nieuwe gebruiker – het gebouw aan te passen, te schilderen of bijvoorbeeld nieuwe bekabeling aan te brengen. 

  • Mag een schoolbestuur meebetalen aan de bouw van een nieuwe school?

    Een bestuur mag niet bijdragen in de bouw van een nieuwe school, tenzij de gemeente doet wat ze moet doen. Dat wil zeggen dat de gemeente ten minste de normbedragen beschikbaar moet stellen die in de huisvestingsverordening zijn opgenomen. Met andere woorden wanneer de norm bijvoorbeeld zou uitkomen op een bedrag van 1.5 miljoen euro en de gemeente vraagt daar een bijdrage in, dan is dat niet conform de regelgeving. Dat zou immers betekenen dat het bestuur uit onderwijsmiddelen iets betaalt waarvoor een ander (i.c. de gemeente) verantwoordelijk is. Wat ook niet mag is extra vierkante meters bekostigen. Wat wel weer mogelijk is, is een bijdrage leveren indien het gaat om iets waarbij de kwaliteit van het gebouw wordt verhoogd, of de energiekosten worden verlaagd. Dat is toegestaan, mits het gaat om een redelijk bedrag dat zich in redelijke termijn terugverdient. Wat redelijk is, is niet exact aan te geven. Het advies is in ieder geval dit vooraf kort te sluiten met de accountant en een en ander in een helder contract met de gemeente vast te leggen, waarin in ieder geval wordt aangegeven waar het om gaat, om hoeveel geld het gaat en wat er gebeurt indien het gebouw weer terugvalt aan de gemeente.