Rollen en verantwoordelijkheden

De financiering van de huisvesting loopt deels rechtstreeks via de schoolbesturen als onderdeel van de lumpsum en deels via de gemeenten (het Gemeentefonds). Beide partijen hebben een eigen verantwoordelijkheid als het gaat om de bekostiging, het beheer en de exploitatie van huisvesting.  

Gemeente

Via een stelsel van criteria ontvangen de gemeenten een algemene uitkering, het zogenoemde Gemeentefonds. Dit is een algemene uitkering, waarmee gemeenten eigen beleidsprioriteiten kan stellen. De gemeente heeft op grond van de wet de zorgplicht voor de huisvesting van scholen. In essentie betekent dat, dat er voldoende middelen beschikbaar moeten worden gemaakt waarmee nieuwe schoolgebouwen kunnen worden gerealiseerd en oude schoolgebouwen kunnen worden vervangen. De verantwoordelijkheden van gemeenten voor wat betreft onderwijshuisvesting kunnen worden samengevat in:

  • vervanging
  • nieuwbouw
  • uitbreiding en tijdelijke huisvesting
  • eerste inrichting
  • constructiefouten
  • vergoeding van schade als gevolg van bijzondere omstandigheden
  • OZB

Schoolbestuur

Als onderdeel van de lumpsum ontvangt het bestuur onder ander een genormeerde vergoeding voor onderhoud, energieverbruik en schoonmaak. De schoolbesturen dienen het onderhoud te bekostigen voor het terrein en gebouw als het gaat om:

  • het onderhoud van de binnenkant
  • het buitenonderhoud en aanpassingen 
  • het herstelonderhoud
  • vervanging van leer- en hulpmiddelen

Geen van beide partijen is in financiële of juridische zin verantwoordelijk voor de renovatie van schoolgebouwen.   

Wat doet de PO-Raad?

De PO-Raad behartigt de belangen van haar leden als het gaat om onderwijshuisvesting op landelijk niveau in Den Haag. Dit doet ze door met de politiek en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) in gesprek te gaan. Ook voert ze veelvuldig overleg met partijen als de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en Bouwend Nederland. In deze gesprekken streeft de PO-Raad naar een gelijke positie van gemeenten en schoolbesturen in wet- en regelgeving en zoveel mogelijk beleidsvrijheid voor schoolbesturen zelf. 

Meer weten?

Wilt u meer weten over dit onderwerp, neem dan contact op met onze Helpdesk, of met onze beleidsadviseur Gertjan van Midden.

Laatste nieuws

  • Door een aantal tekortkomingen in het huidige huisvestingsstelsel wordt publiek geld op dit moment inefficiënt ingezet voor onderwijshuisvesting. De PO-Raad, VO-raad en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) hebben daarom de handen ineengeslagen en presenteren een gezamenlijk plan waarmee ze deze knelpunten willen wegwerken.

  • In de Noord-Hollandse gemeente Haarlemmermeer verloopt de samenwerking tussen schoolbesturen en gemeenten van een leien dakje. Zo zijn er op het gebied van huisvesting, renovatie en scholenonderhoud goede afspraken gemaakt. Opvallend, want elders in het land verloopt die samenwerking soms wat stroef. Rob van Ooijen en Paul Bronstring vertellen hoe ze dit voor elkaar kregen.

  • Meepraten over belangrijke onderwerpen zoals huisvesting en onderwijsinnovatie en ICT? En wilt u met uw collega’s kennis uitwisselen en een belangrijke rol spelen bij het bepalen van de standpunten van de PO-Raad? Voor diverse netwerken en kennisgroepen zoekt de PO-Raad nieuwe leden. Daarnaast gaat er een nieuwe kennisgroep van start: De Kennisgroep Communicatie.

Agenda

Komende bijeenkomsten

Meer agenda-items

Veelgestelde vragen

  • Is voor schoolbesturen mogelijk om te investeren in het eigen schoolgebouw of geldt hiervoor een Investeringsverbod?

    In de wet op het primair onderwijs is een bepaling opgenomen die het moeilijk maakt voor schoolbesturen om te investeren in het eigen schoolgebouw.

    Staatssecretaris Sharon Dijksma heeft destijds scholen ook formeel verboden te investeren. Achterliggende reden is dat het rijk van mening is dat de middelen die zij aan de scholen via de Lumpsum beschikbaar stellen worden besteed aan het onderwijs zelf. Daarmee werd voorbij gegaan aan het feit dat een investering in het gebouw direct (bijv. beter binnenklimaat) of indirect (bijv. energiebesparing) ook een daadwerkelijke bijdrage kan leveren aan de kwaliteit van het onderwijs. Formeel geldt dit investeringsverbod nog steeds. Wel voert het ministerie een terughoudend sanctiebeleid. 

    Bij de overheveling van het onderhoud aan de buitenkant verandert er op dit punt wel het een en ander. De overheveling betekent dat een bestuur na 1-1-2015 ook mag investeren in energiebesparende maatregelen en een kwalitatieve verbetering van de gebouwen. Immers het bestuur mag voor alles dat tot de verantwoordelijkheid hoort van het bestuur investeren. Bij de overheveling van het onderhoud is die verantwoordelijkheid voor het beheer en onderhoud uitgebreid tot het gehele gebouw. Dat maakt het dus ook logisch dat  

    het bestuur ook geld mag besteden dat leidt tot kwalitatieve verbeteringen in bijvoorbeeld onderhoud, binnenklimaat en energieverbruik.

    Omdat er veel onduidelijkheid bestaat bij schoolbesturen en gemeenten heeft de PO-Raad heeft bij de behandeling van het wetsvoorstel erop aangedrongen duidelijkheid te geven wat wel en niet mag. Bij de kamerbehandeling heeft staatssecretaris Dekker enige duidelijkheid gegeven.

    Hieronder vindt u de spelregels zoals die tot nu toe bekend zijn:

    1) Onderhoud

    Bij onderhoud mag een bestuur investeren in kwalitatieve verbeteringen van het gebouw. Randvoorwaarde is dat de investering zich in een redelijke termijn laat terugverdienen en zich beperkt tot een redelijk bedrag. Een definitie van de 2 begrippen is er niet. Het is aan het bestuur om in redelijkheid hiermee om te gaan.

    2) Nieuwbouw

    Bij nieuwbouw is het niet toegestaan dat een bestuur een bijdrage levert aan de nieuwbouw van een school voor dat deel waarvoor de gemeente verantwoordelijk is. Dus het kan niet zo zijn dat de gemeente maar een deel van de vergoeding betaalt en het bestuur de rest laat betalen. De gemeente moet minimaal de normvergoeding zoals die in de eigen huisvestingsverordening is vastgelegd vergoeden. Het bedrag moet ook zodanig zijn dat kan worden voldoen aan de eisen van het bouwbesluit. Het schoolbestuur mag wel boven deze normen investeren in het gebouw om bijvoorbeeld een lager energieverbruik of beter binnenklimaat te realiseren. Ook hier onder de voorwaarde dat het gaat om een redelijk bedrag en een redelijke termijn.

    3) Renovatie

    Bij renovatie wordt het iets ingewikkelder. Zoals bekend is renovatie een begrip dat in de wet niet is geregeld. Formeel is de gemeente nog slechts verantwoordelijk voor (vervangende) nieuwbouw. Renovatie van een gebouw (i.p.v. nieuwbouw) kan echter in het belang zijn van beide partijen. Voor het gemeentebestuur omdat het gaat om een levensduurverlengende activiteit, dat leidt tot lagere lasten dan wanneer nieuwbouw moet worden gerealiseerd. Voor het schoolbestuur omdat renovatie leidt tot een beter gebouw (functioneel en onderhoudstechnisch), minder energiekosten en daarmee dus tot lagere exploitatiekosten. Ook omvat renovatie onderhoudsactiviteiten waarvoor het bestuur per 1-1-2015 verantwoordelijk is. Bij renovatie is het dus ook niet onlogisch dat een schoolbestuur een bijdrage betaalt mits dat binnen redelijke grenzen blijft en zich in een redelijke termijn terugverdient.

    Belangrijk is dat gemeente en schoolbestuur vroegtijdig goede afspraken maken. Met name de verdeling van de kosten is belangrijk. Daarbij kunnen verschillende verdeelsleutels worden gehanteerd, variërend van een procentuele verdeling tot een verdeling waarbij op elementniveau (gedetailleerde) afspraken worden gemaakt. 

    4) Renovatie of nieuwbouw

    Nog ingewikkelder wordt het wanneer een keus gemaakt moet worden tussen nieuwbouw of renovatie. Immers bij nieuwbouw mag een schoolbestuur niet investeren binnen de normvergoedingen die de modelverordening van de gemeente noemt (zie hiervoor onder 2). Aan de andere kant leidt nieuwbouw ook meestal tot een aanzienlijke kostenbesparing voor het schoolbestuur. De vraag doet zich dan voor of een bijdrage mag worden geleverd aan een dergelijk nieuwbouw project. Nieuwbouw zal voor de gemeente vaak leiden tot hogere lasten, terwijl het voor het schoolbestuur meestal een besparing zal opleveren. Op zich is het dan niet onredelijk dat het schoolbestuur een bijdrage levert. Boven de gemeentelijke normvergoedingen is dat mogelijk (zie punt 2).

    Indien de schoolbestuurlijke bijdrage leidt tot een lagere bijdrage (dan de normvergoeding van de gemeente is dat de vraag. Soms kan dat dus weliswaar redelijk zijn, maar is het wel in strijd met de regels. Een eenduidig antwoord is hier dus niet op te geven.

    Voor de accountantscontrole zijn regels opgenomen in het controleprotocol. Deze gaan nog uit van een algeheel inversteringsverbod. Dat betekent dat accountants verplicht zijn het jaarverslag melding te maken wanneer een bestuur investeert in het eigen gebouw. Overigens is bekend dat accountants hier verschillend mee om gaan.

  • Mag een gemeente een deel van het huurbedrag opeisen?

    Wanneer een bestuur een deel van een schoolgebouw wil verhuren moet het daarvoor toestemming vragen aan de gemeente. De gemeente toetst dan of het gebouw in de komende periode niet voor het onderwijs noodzakelijk is. Vaak koppelt de gemeente daaraan de voorwaarde dat een deel van de huurvergoeding aan de gemeente moet worden doorbetaald. Inmiddels heeft de Raad van State in een uitspraak vastgesteld dat dat alleen mag, indien aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Die voorwaarden zijn:

    • De gemeente heeft extra kosten als gevolg van de verhuur
    • De gemeente heeft minder inkomsten als gevolg van de verhuur
    • De vergoeding die aan de gemeente moet worden betaald moet ten gunste worden gebracht van de onderwijshuisvesting. 
  • Zijn er standaardtarieven voor medegebruik van huisvesting?

    Er zijn geen uniforme tarieven medegebruik te geven. Bij medegebruik wordt geen huurvergoeding in rekening gebracht, maar uitsluitend een gebruiksvergoeding (= vergoeding in de exploitatiekosten). Uitgangspunt is dat de hoofd- en medegebruiker onderling overeenstemming bereiken over het tarief dat in rekening wordt gebracht. In principe moet het medegebruik plaatsvinden tegen een kostendekkend tarief. Als over de hoogte van de gebruiksvergoeding geen overeenstemming wordt bereikt, bepaalt artikel 33 van de modelverordening huisvesting dat de vergoeding medegebruik dan wordt gebaseerd op de door het Rijk vastgestelde vergoeding materiële instandhouding die is opgenomen in het ‘Bekostigingsstelsel basisonderwijs’ (Programma’s van eisen).