Krimp

Bekertje dat overvol met kleurpotloden zit

In verschillende regio’s in Nederland daalt het aantal inwoners, en daarmee het aantal leerlingen. In 2019 zitten er bijvoorbeeld 150.000 leerlingen minder op de basisschool dan in 2012. Dat betekent voor het primair onderwijs een verlies van 12.000 arbeidsplaatsen en van €500 miljoen aan middelen. Daardoor wordt het moeilijker scholen in stand te houden en komt de kwaliteit onder druk te staan. Het aantal basisscholen dat de deuren moet sluiten, ligt al enkele jaren boven de 100 per jaar.

In verschillende regio’s in Nederland daalt het aantal inwoners, en daarmee het aantal leerlingen. In 2019 zitten er bijvoorbeeld 150.000 leerlingen minder op de basisschool dan in 2012. Dat betekent voor het primair onderwijs een verlies van 12.000 arbeidsplaatsen en van €500 miljoen aan middelen. Daardoor wordt het moeilijker scholen in stand te houden en komt de kwaliteit onder druk te staan. Het aantal basisscholen dat de deuren moet sluiten, ligt al enkele jaren boven de 100 per jaar.

Wat doet de PO-Raad?

De PO-Raad vindt dat ook in krimpregio’s kwalitatief hoogwaardig, betaalbaar, bereikbaar en toegankelijk onderwijs moet zijn. Krimp is een autonome ontwikkeling die niet kan worden tegengegaan. Wel is goede begeleiding van de krimp mogelijk. Omdat krimp zich regionaal manifesteert is goede regionale samenwerking daarbij de sleutel tot succes. De PO-Raad voert al jaren een felle lobby om de fusietoets en andere belemmerende regelgeving die deze samenwerking in de weg staan, af te schaffen. 

Daarnaast zit de PO-Raad met het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten om tafel om de noodzaak van het probleem kenbaar te maken en maatregelen te bespreken. Ook zit zij bijvoorbeeld in de redactieraad van www.leerlingendaling.nl om krimp en de mogelijke ondersteuning hierbij in kaart te brengen.

Gelukkig zijn er ook al veel goede voorbeelden over hoe schoolbesturen kunnen omgaan met krimp in hun regio. Die kennis en ervaring deelt de PO-Raad met schoolbesturen, bijvoorbeeld via instrumenten in de toolbox en het organiseren van krimpconferenties en ledenbijeenkomsten.

Ambities

De ambitie van de PO-Raad op het gebied van krimp is in eerste plaats het wegnemen van wet- en regelgeving die samenwerking tussen scholen in de weg staan. Ook vindt de PO-Raad dat de bekostigingssystematiek voor huisvesting aangepast moet worden, zodat het voor schoolbesturen makkelijker wordt om oplossingen te zoeken voor krimpgerelateerde problematiek. De kleine scholentoeslag is geen prikkel voor samenwerking tussen scholen en vormt daarmee een belemmering voor het oplossen van problemen in krimpgebieden.

Voor wat betreft de gevolgen van krimp op de arbeidsmarkt zet de PO-Raad in op het bevorderen van mobiliteit van het personeel, zowel op bestuurs- als regionaal niveau. Hierbij zijn de regionale samenwerkingsverbanden belangrijk. Daarnaast blijft het ook bij krimp van belang om de onderwijssector aantrekkelijk te houden voor jonge leerkrachten en voor zij-instromers van buiten de sector. Het behoud van middelen tijdens de transitieperiode is hiervoor een voorwaarde.

Meer weten?

Voor meer informatie over het thema krimp kunt u terecht bij de Helpdesk of bij onze beleidsadviseur Gertjan van Midden.

Laatste nieuws

  • Vanaf 1 augustus aanstaande doorlopen alleen grote fusies van scholen en besturen nog een inhoudelijke fusietoets met advies van een onafhankelijke commissie. Voor kleinere fusies gaat een snellere en lichte toets gelden; voor scholenfusies met minder dan 500 leerlingen en bestuurlijke fusies met minder dan tien scholen helemaal geen toets. De PO-Raad hoopt dat hiermee op korte termijn meer ruimte ontstaat voor noodzakelijke fusies, maar is nog steeds van mening dat de toets afgeschaft moet worden voor het primair onderwijs.

  • Het vormen van een samenwerkingsschool, met daarin zowel openbaar als bijzonder onderwijs, wordt eenvoudiger. Het wetsvoorstel van staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs) dat dit regelt, werd op dinsdag 11 juli aangenomen door de Eerste Kamer. ,,Eindelijk’’, reageert Anko van Hoepen, vicevoorzitter van de PO-Raad, ,,Hier hebben we ons lang hard voor gemaakt.''

  • In navolging van de Tweede Kamer heeft de Eerste Kamer op 6 juni het wetsvoorstel toekomstbestendig onderwijsaanbod aangenomen. Dit wetsvoorstel vereenvoudigt het om scholen om te zetten, uit te breiden met een richting of te verplaatsen. Schoolbesturen worden met deze maatregelen in staat gesteld om beter te kunnen anticiperen op leerlingendaling.

Netwerk Krimp

Publicaties over Krimp

Hier vindt u handreikingen en brochures over het thema Krimp.

Veelgestelde vragen

  • Mag een school die op de laatste teldatum onder de bekostigingsnorm van 23 leerlingen is gezakt nog fuseren en gebruik maken van de fusiefaciliteitenregeling?

    Van een school met minder dan 23 leerlingen die op de teldatum - die vanaf dat moment 3 jaar (of langer door bijv. instandhouding d.m.v. gem. schoolgrootte) onder de opheffingsnorm zit - wordt de bekostiging aan het eind van dat schooljaar beëindigd. In dit geval eindigt de bekostiging dus m.i.v. 1 augustus 2017. Dit betekent echter niet dat de desbetreffende school niet mag fuseren. Er kan dus, als aan de voorwaarden uit de regeling wordt voldaan, gebruik worden gemaakt van de fusiefaciliteitenregeling.

  • Mag ik fusiemiddelen bovenschools verdelen of zijn die middelen expliciet voor de fusieschool?

    Deze middelen behoren tot het lumpsumbudget van het schoolbestuur en kunnen vrij besteed worden. Er wordt door het ministerie alleen getoetst of de middelen zijn besteed aan de activiteiten waarvoor de school bekostigd wordt.

  • Wat is de definitie van 'alle betrokken gemeenten' met betrekking tot de fusie-effectrapportage?

    In de WPO is opgenomen dat er bij een institutionele fusie een fusie-effectrapportage moet plaatsvinden (FER). Op basis van de FER moet advies aan alle betrokken gemeenten worden gevraagd. De vraag is wat de definitie is van 'alle betrokken gemeenten', bijvoorbeeld in het geval dat een bestuur meerdere sbo-scholen in meerdere gemeenten heeft, waarbij er twee mogelijk gaan fuseren. Zijn de betrokken gemeenten dan de gemeenten waarin de 2 fuserende scholen zijn gevestigd, alle gemeenten waarin het bevoegd gezag scholen heeft, of ook de gemeenten van het samenwerkingsverband waarin de sbo-scholen participeren?

    Het gaat in dit geval om de gemeenten waar de fusiescholen zijn gevestigd. Dit blijkt uit de Memorie van toelichting bij het wetsvoorstel en het destijds ingediende amendement. Het gaat immers om huisvestingsvraagstukken en daar moeten gemeenten van op de hoogte zijn.