Bekostiging en huisvesting

Logischerwijs daalt de bekostiging van een school waarvan het aantal leerlingen daalt. Immers, het leerlingafhankelijke deel van de inkomsten van de school gaat dan naar beneden. Hoewel je zou denken dat op een krimpende school minder leraren nodig zijn, is er geen sprake van een simpele rekensom. Want voor een driekwart groep kun je geen driekwart leraar neerzetten.

Om kleine scholen tegemoet te komen, ontvangen scholen met minder dan 140 leerlingen een kleine scholentoeslag. Dit biedt echter onvoldoende oplossing voor de problemen rondom krimp, in de eerste plaats omdat niet elke krimpende school ook een kleine school is. Daarnaast is deze maatregel geen prikkel voor regionale samenwerking, omdat samenwerking verlies van de kleinescholentoeslag tot gevolg kan hebben.

Wat doet de PO-Raad?

De PO-Raad wil dat regionale samenwerking tussen schoolbesturen zoveel mogelijk gestimuleerd wordt. Een herschikking van het scholenbestand in een bepaalde regio zal soms de oplossing moeten bieden voor de krimpproblematiek. Een kleinescholentoeslag mag de samenwerking die hiervoor nodig is niet in de weg staan.

Een ander punt van aandacht in de bekostiging waar de PO-Raad aandacht voor vraagt, is de leerlingtelling. De bekostiging is gebaseerd op de leerlingentelling van het jaar daarvoor en die kan jaarlijks sterk afwijken, zeker als de krimp snel verloopt. Het eerste jaar ontvangt de school weliswaar meer omdat er uitgegaan wordt van het leerlingaantal van het jaar ervoor. Echter, omdat het personeel nog minimaal een jaar in dienst gehouden moet worden en kosten als huisvesting gelijk blijven, stijgen de kosten per leerling. De PO-Raad maakt zich er daarom hard voor dat schoolbesturen in de transitiefase meer financiële armslag moeten krijgen.

Meer weten?

Voor meer informatie over dit thema kunt u terecht bij de Helpdesk of bij onze beleidsadviseur Gertjan van Midden.

Laatste nieuws

  • De PO-Raad heeft de tool voor het berekenen van de uitkering die gemeenten ontvangen voor onderwijshuisvesting geactualiseerd. Deze gegevens geven geen absolute zekerheid maar zijn vooral bedoeld om, wanneer nodig, het gesprek aan te gaan met de gemeente. In het op overeenstemming gerichte overleg (OOGO) kunnen de besturen nadere informatie krijgen omtrent de besteding van deze middelen.

  • Diverse ambities voor onderwijs staan haaks op de werkelijkheid. Nu blijkt dat er de komende jaren nog minder geld voor onderwijs is dan gedacht, komt het behalen van die ambities meer dan ooit aan op politieke keuzes die partijen maken aan de onderhandelingstafel voor een nieuw kabinet. De PO-Raad zette op een rij hoe zij het tij kunnen keren.

  • De Tweede Kamer voelt er vooralsnog niets voor om een parlementair onderzoek te doen naar de bekostiging van het primair onderwijs, zoals de PO-Raad voorstelt. Voor de discussie over investeringen in de sector en over lerarensalarissen verwijst de Kamer naar de formatietafel, zo bleek woensdag in een debat.

Agenda

Komende bijeenkomsten

Meer agenda-items

Veelgestelde vragen

  • Onze school heeft een huisvestingsreserve gevormd uit de Rijksbekostiging (alleen batige saldi t/m 1-7-2006) en de huisvestingsvergoeding gemeente (bedrag dat de normvergoeding te boven ging bij de bouw). Mogen we dit bedrag investeren in lokalen?

    Dit is wat ons betreft op het randje. Voor de invoering van de lumpsum gold er een minder strenge regel ten aanzien van de investering in huisvesting. Dus als aangetoond kan worden dat deze reserves zijn opgebouwd vóór 1 augustus 2006, geldt er meer vrijheid voor huisvestingsinvesteringen. Het betreft hier echter investeringen voor het realiseren van voorzieningen voor Kinderopvang. De vraag is of dit nog wel onder de ruimere interpretatie van artikel 148 van de WPO valt. De WPO heeft immers alleen betrekking op het PO. Uiteindelijk zal de accountant hier een oordeel over moeten vormen. Ons advies is om de casus daarom met uw accountant bespreken.

  • Mag een school die op de laatste teldatum onder de bekostigingsnorm van 23 leerlingen is gezakt nog fuseren en gebruik maken van de fusiefaciliteitenregeling?

    Van een school met minder dan 23 leerlingen die op de teldatum - die vanaf dat moment 3 jaar (of langer door bijv. instandhouding d.m.v. gem. schoolgrootte) onder de opheffingsnorm zit - wordt de bekostiging aan het eind van dat schooljaar beëindigd. In dit geval eindigt de bekostiging dus m.i.v. 1 augustus 2017. Dit betekent echter niet dat de desbetreffende school niet mag fuseren. Er kan dus, als aan de voorwaarden uit de regeling wordt voldaan, gebruik worden gemaakt van de fusiefaciliteitenregeling.

  • Heeft de PO-Raad beschikking over een lijst van activa met de daarbij behorende afschrijvingstermijnen?

    De afschrijvingstermijnen stelt u vast in overleg met uw accountant. U hebt hierin een zekere vrijheid, zolang de termijnen maar realistisch zijn. Voor richtlijnen kunt u de lijsten van gemeenten bekijken. De gemeente Groningen plaatst de lijst bijvoorbeeld op haar website.