Krimp en arbeidsmarkt

Krimp heeft grote invloed op de arbeidsmarkt. Doordat de bevolking afneemt en het leerlingenaantal daalt, zijn er minder leraren nodig. Tegelijkertijd verloopt de bevolkingsdaling niet overal hetzelfde en zijn er ook nog groeigebieden die mogelijk te kampen krijgen met een lerarentekort. Het gaat dan vooral om grote steden. De PO-Raad zet zich daarom in voor een voor een effectief mobiliteitsbeleid, zowel op bestuursniveau als op regionaal niveau.

Een effectief mobiliteitsbeleid is in eerste instantie van belang om afvloeiing van overtollig personeel zoveel mogelijk te voorkomen. Regionale samenwerking is daarbij een voorwaarde. Bovendien kan mobiliteitsbeleid ook een belangrijk instrument zijn voor loopbaanontwikkeling, verdere professionalisering en duurzame inzetbaarheid. Dat draagt weer bij aan het aantrekkelijk houden van de sector.

Wat doet de PO-Raad?

Voor een effectief mobiliteitsbeleid moeten er geen belemmeringen in de wetgeving of beleid zitten. Daarom onderzoekt de PO-Raad waar de CAO PO belemmerend werkt als het gaat om personele knelpunten als gevolg van krimp. Ook op bestuursniveau moeten belemmeringen worden weggenomen. Daarbij stelt de PO-Raad voor om te bekijken wanneer en onder welke voorwaarden verplichte mobiliteit als instrument kan worden ingezet.

Door middel van het organiseren van bijeenkomsten voor leden probeert de PO-Raad in kaart te brengen welke knelpunten in de wet- en regelgeving schoolbesturen ervaren als het gaat om samenwerking om de problemen van krimp op te vangen. De sectororganisatie voor het primair onderwijs brengt deze vervolgens onder de aandacht in Den Haag.

Meer weten?

Voor meer informatie over dit thema kunt u terecht bij de Helpdesk of bij onze beleidsadviseur Gertjan van Midden.

Laatste nieuws

  • Basisschoolkinderen worden straks vaker naar huis gestuurd bij ziekte van hun juf of meester, zo citeerde regionaal dagblad De Stentor de PO-Raad afgelopen zaterdag. ,,Scholen kunnen niet voldoen aan de wettelijke verplichtingen die ze hebben tegenover vervangers. Het gevolg is dat kinderen verdeeld worden over andere klassen waardoor er nog meer druk ontstaat. Of in het ergste geval komen kinderen thuis te zitten.''

  • Een meerderheid in de Tweede Kamer hecht, net als de PO-Raad, groot belang aan flexibele routes voor instromende leraren, met daarbij ook aandacht voor academische verdieping en loopbaanperspectief. De Tweede Kamer debatteerde op 18 november over leraren en lerarenbeleid. Staatssecretaris Dekker heeft toegezegd onderzoek te doen naar het loongebouw in het primair onderwijs.

Agenda

Net aangekondigd

Komende bijeenkomsten

Meer agenda-items

Veelgestelde vragen

  • Kan een ziek directielid vervangen worden op basis van detachering en vergoeding ontvangen via het Vervangingsfonds?

    Ja, artikel 22A van het Reglement Vervangingingsfonds maakt het mogelijk dat directietaken kunnen worden vervangen ten laste van het VF. Let er wel op dat de vervanger een personeelslid is van een ander bevoegd gezag dat is aangesloten bij het Vervangingsfonds. Een declaratie van een van onze leden werd niet gehonoreerd, omdat degene die het zieke directielid verving werknemer was van een schoolbestuur dat eigen risicodrager (ERD) was en dus niet was aangesloten bij het Vervangingsfonds.

  • Wanneer het bevallingsverlof wordt opgedeeld, mag het verlof in een periode van 30 weken worden opgenomen. Is dit de periode van 30 weken aansluitend op het bevallingsverlof of mag iemand het na 4 jaar nog eens over een periode van 30 weken opnemen?

    Uit de betreffende wettelijke bepaling (artikel 3.1 lid 6 Wet arbeid en zorg) blijkt dat de gespreide opname ingaat direct nadat het bevallingsverlof is opgedeeld. Dit betekent dat het resterend verlof binnen 30 weken kan worden opgenomen, aansluitend op het bevallingsverlof. De werknemer doet het verzoek aan de werkgever en geeft daarbij aan hoe en wanneer het resterend verlof wordt opgenomen.

  • Is het toegestaan dat een leerkracht alleen met de groep naar de gymlocatie wandelt en alleen de gymles verzorgt?

    Er is geen bepaling in de wet- en regelgeving die aangeeft hoeveel personeelsleden een groep leerlingen dienen te begeleiden. De werkgever dient zelf de risico’s in te schatten en op grond daarvan te bepalen hoeveel begeleiders men inzet, hetgeen vaak ook al blijkt uit schooleigen beleid. Zaken hieromtrent gaan pas spelen als er onverhoopt een ongeval plaatsvindt en de vraag rondom de aansprakelijkheid van het schoolbestuur wordt gesteld. De verzekeringsmaatschappij zal toetsen of aan het schooleigen beleid is voldaan. In de meeste gevallen dekt de bestuursaansprakelijkheidsverzekering risico’s in dit kader af, tenzij sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid van werknemers. De PO-Raad adviseert u deze situatie ook voor te leggen aan de verzekeringsmaatschappij waar u de bestuursaansprakelijkheidsverzekering heeft afgesloten.