Samenwerken en fuseren

Kwaliteit van onderwijs in krimpende regio's is een belangrijk thema. Een krimpende school is een complexe omgeving. Leerkrachten geven les aan combinatieklassen met leerlingen van verschillende niveaus. De werkdruk wordt hierdoor hoger en de kwaliteit van het onderwijs komt zo onder druk te staan. Om deze ontwikkeling het hoofd te kunnen bieden, moet het mogelijk zijn voor scholen om samen te werken.

Wat doet de PO-Raad?

De PO-Raad vindt dat de kwaliteit van het onderwijs op de school bij de aanpak van krimp het uitgangspunt moet zijn en niet welk leerlingenaantal het juiste is. Belangrijkste vraag daarbij is of de school in staat is om kwalitatief onderwijs te realiseren binnen de beschikbare middelen en formatie.

Om de problemen rond krimp het hoofd te bieden, kunnen schoolbesturen in de regio met elkaar samenwerken. Zij lopen daarbij echter tegen allerlei regels op, zoals de fusietoets. Deze wet die toetst of scholen mogen fuseren, brengt veel onzekerheid, aanzienlijke vertraging, kosten en administratieve lasten met zich mee. Dit blijkt niet alleen uit de negatieve uitspraak van de Raad van State, maar ook uit het zeer kritische rapport dat de evaluatiecommissie fusietoets uitbracht. 

De PO-Raad vindt het van groot belang dat op korte termijn ruimte wordt geboden aan scholen om in hun situatie adequaat te antiperen op krimp. De PO-Raad dringt er in Den Haag en in de media daarom op alle mogelijke manier op aan om de belemmerende wet- en regelgeving rondom fusies en de oprichting van samenwerkingsscholen weg te nemen.

Meer weten?

Voor meer informatie over dit thema kunt u terecht bij de Helpdesk of bij onze beleidsadviseur Gertjan van Midden.

Laatste nieuws

  • In navolging van de Tweede Kamer heeft de Eerste Kamer op 6 juni het wetsvoorstel toekomstbestendig onderwijsaanbod aangenomen. Dit wetsvoorstel vereenvoudigt het om scholen om te zetten, uit te breiden met een richting of te verplaatsen. Schoolbesturen worden met deze maatregelen in staat gesteld om beter te kunnen anticiperen op leerlingendaling.

  • Met ingang van het schooljaar 2017-2018 is een nieuwe fusiecompensatieregeling van kracht. De PO-Raad ziet dat de nieuwe regeling duidelijker is, maar het is er niet eenvoudiger op geworden. Een zwaar minpunt is ook dat schoolbesturen met de nieuwe regeling nog steeds vooraf geen volledige duidelijkheid krijgen over de vraag of de vergoeding daadwerkelijk wordt ontvangen.

  • Het wetsvoorstel dat het vormen van een samenwerkingsschool, met daarin zowel openbaar als bijzonder onderwijs, moet vereenvoudigen, is in strijd met de Grondwet. Dat stelt de Raad van State in zijn voorlichting aan de Eerste Kamer.

Agenda

Net aangekondigd

Komende bijeenkomsten

Meer agenda-items

Veelgestelde vragen

  • Mag een school die op de laatste teldatum onder de bekostigingsnorm van 23 leerlingen is gezakt nog fuseren en gebruik maken van de fusiefaciliteitenregeling?

    Van een school met minder dan 23 leerlingen die op de teldatum - die vanaf dat moment 3 jaar (of langer door bijv. instandhouding d.m.v. gem. schoolgrootte) onder de opheffingsnorm zit - wordt de bekostiging aan het eind van dat schooljaar beëindigd. In dit geval eindigt de bekostiging dus m.i.v. 1 augustus 2017. Dit betekent echter niet dat de desbetreffende school niet mag fuseren. Er kan dus, als aan de voorwaarden uit de regeling wordt voldaan, gebruik worden gemaakt van de fusiefaciliteitenregeling.

  • Een school die voor schooljaar 2017-2018 nog een jaar recht heeft op fusiegelden uit een eerdere fusie, gaat mogelijk per 1 augustus 2017 opnieuw fuseren. Blijft het oude recht (jaar 6) bestaan bij de nieuwe fusie of vervalt dit dan?

    Het recht op de fusiegelden vervalt als er opnieuw gefuseerd wordt. Zie artikel 3 lid 4 van de Regeling bijzondere bekostiging bij samenvoeging van scholen in het primair onderwijs. “Een eerdere aanspraak op bijzondere bekostiging op grond van dit artikel vervalt indien een basisschool, die is ontstaan uit een samenvoeging als bedoeld in het eerste lid, binnen 6 jaar na de samenvoeging weer betrokken is bij een samenvoeging, waarvoor op grond van dit artikel bijzondere bekostiging voor de personeelskosten wordt toegekend”.