Medezeggenschap organiseren

Goede medezeggenschap is er niet zomaar. Het vergt dat scholen, besturen en samenwerkingsverbanden de wettelijke regels hiervoor naleven en dat zij personeelsleden en ouders als vanzelfsprekend betrekken bij de school. Van de medezeggenschapsraden zelf vraagt het dat zij zich inzetten en kundig zijn om met de school en haar bestuur mee te praten en deze van advies en voorstellen te kunnen voorzien.

Ontwikkelen en versterken

Schoolbesturen zijn verplicht jaarlijks geld ter beschikking te stellen voor de raden zodat zij hun taken kunnen uitoefenen. Zij kunnen daarvan bijvoorbeeld scholing betalen. De hoogte van het bedrag, wordt vastgesteld in de CAO PO. Een professionele medezeggenschapsraad blijft zichzelf ontwikkelen.

Wat doet de PO-Raad?

De PO-Raad helpt op diverse manieren goede medezeggenschap te organiseren. Ze staat klaar om haar leden daarbij te helpen en geeft haar leden daarover gevraagd en ongevraagd advies.
De PO-Raad werkt daarnaast samen met de VO-raad, de Algemene Vereniging Schoolleiders, CNV Onderwijs, Algemene Onderwijsbond, Federatie van Onderwijsvakorganisaties en ouderorganisaties om medezeggenschap in het onderwijs te versterken. De partijen brachten samen een advies met daarin 21 concrete voorwaarden – ‘gedragsankers’- voor alle betrokkenen bij medezeggenschap. Samen ontwikkelen ze ook handreikingen, verspreiden ze goede voorbeelden en bieden ze trainingen voor medezeggenschapsraden. Zie ook het Ondersteuning bij medezeggenschap.
De PO-Raad besteedt ook aandacht aan medezeggenschap tijdens verschillende conferenties en bijeenkomsten.

Meer weten?

Meer informatie over wat scholen en hun besturen zelf kunnen doen om medezeggenschap te organiseren, is te lezen in diverse handreikingen op de website infowms.nl.

Leden van de PO-Raad met concrete vragen kunnen ook contact opnemen met de Helpdesk of met juridisch adviseur arbeidsrecht Ellen Bonke.

Trefwoorden

Laatste nieuws

  • Op het jaarlijkse WMS Congres in november 2016 is aan de aanwezigen gevraagd om tips te geven voor (G)MR-leden. Dat heeft een aantal goede en praktische suggesties voor zowel leden van de medezeggenschapsraad als directeuren en bestuurders opgeleverd.

  • Op 1 januari 2017 is de Wet versterking bestuurskracht onderwijsinstellingen inwerking getreden. Door deze wet zijn enkele bepalingen ten aanzien van medezeggenschap in het primair onderwijs gewijzigd. De PO-Raad heeft voor u de belangrijkste veranderingen op een rij gezet.

  • Medezeggenschapsraden in het onderwijs krijgen definitief meer inspraak. De Eerste Kamer stemde deze week in met het wetsvoorstel Versterking bestuurskracht dat dit regelt. Het versterken van medezeggenschap is belangrijk voor goed bestuur, vindt de PO-Raad. Wel verzet ze zich tegen een aparte wetswijziging die de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad (GMR) het recht geeft mee te beslissen over de begroting van de schoolbesturen.

Agenda

Net aangekondigd

Meer agenda-items

Veelgestelde vragen

  • Is het wettelijk verplicht een leerkracht zitting te laten nemen in de medezeggenschapsraad?

    Ja, in artikel 3 van de Wet medezeggenschap scholen is vastgelegd dat in de medezeggenschapsraad ouders en personeel zitting hebben (paritaire samenstelling). Met dit uitgangspunt – een medezeggenschapsraad waarin personeel en ouders (in het VO ook leerlingen) zitting hebben – wordt tot uitdrukking gebracht dat medezeggenschap in het primair en voortgezet onderwijs een zaak is van ouders en personeel (en leerlingen) gezamenlijk.

  • Het reglement voor de medezeggenschapsraden van onze scholen laten we vaststellen door de GMR zodat we een uniform MR-reglement hebben voor al die scholen. Is dit de juiste manier om dat te regelen?

    Het vaststellen van het reglement van de Medezeggenschapsraad (MR) is omschreven in artikel 23 van de WMS. Dit artikel gaat ervan uit dat voor iedere school afzonderlijk een reglement wordt vastgesteld en dat iedere MR van een school over zijn eigen medezeggenschapsreglement moet kunnen oordelen.

    Een en ander laat onverlet dat het bevoegd gezag de vrijheid heeft om voor iedere school een zelfde medezeggenschapsreglement vast te stellen. Het streven naar uniformiteit is legitiem en ook in beginsel redelijk.

    Stel een MR wil van het voorgestelde reglement afwijken. Het bevoegd gezag weigert dat met een beroep op de gewenste uniformiteit (ik wil als bevoegd gezag iedere MR gelijk behandelen, gelijke rechten en plichten geven etc.). Dat kan dan tot een reglementsgeschil leiden. De Landelijke Commissie Geschillen (LGC) zal dan moeten afwegen of met betrekking tot het gewraakte punt het streven van het bevoegd gezag naar uniformiteit al dan niet onredelijk is.

    Wanneer de GMR het reglement van de scholen vaststelt, is de gedachte kennelijk dat de vaststelling van een (uniform) medezeggenschapsreglement een aangelegenheid van gemeenschappelijk belang is, waardoor de GMR in de bevoegdheid treedt van de afzonderlijke MR’en (artikel 16, eerste lid WMS).

    Deze redenering gaat niet op, omdat:

    • De bevoegdheid van een MR om over zijn eigen medezeggenschapsreglement een oordeel te geven expliciet in artikel 23, lid 2 WMS is geformuleerd en in het eerste lid van dat artikel is bepaald dat het bevoegd gezag voor iedere MR een reglement vaststelt.
    • Er elders in de WMS geen bepaling is, die stelt dat artikel 23 buiten toepassing blijft in het geval er een GMR is.

    Het is dus niet de bedoeling dat de GMR het reglement voor de afzonderlijke MR’en vaststelt.