Rollen en verantwoordelijkheden

Het is voor alle scholen, schoolbesturen en samenwerkingsverbanden van belang dat medezeggenschap goed functioneert. Die medezeggenschap in het primair onderwijs krijgt op meerdere manieren vorm. Er zijn verschillende soorten medezeggenschapsorganen te onderscheiden: de Medezeggenschapsraad (MR) bestaat altijd uit een personeelsgeleding (PMR) en een oudergeleding (OMR). Heeft een schoolbestuur meerdere scholen, dan is er ook een Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad (GMR). Deze raden hebben ieder hun eigen taken. De belangrijkste rechten en plichten van de raden, zoals ze in de wet staan, worden per raad uitgelegd. Navigeer daarvoor het menu.

Het schoolbestuur versus de MR

Het schoolbestuur is volgens de wet het bevoegd gezag, dat wil zeggen dat het bestuur degene is die de uiteindelijke besluiten neemt. Voor sommige besluiten kan het zelfstandig beslissen maar moet de mening van de MR of een van haar geledingen worden gehoord. De MR heeft dan adviesrecht. Voor andere beslissingen moet het bestuur akkoord hebben van de MR of een van haar geledingen - De MR heeft dan instemmingsrecht - of kan het juist alleen een besluit nemen. Wanneer de MR advies- en wanneer instemmingsrecht heeft, wordt bij wet bepaald.

Alle raden mogen te allen tijde advies geven aan het bestuur en voorstellen doen. Het bestuur is dan verplicht binnen drie maanden daarop schriftelijk te reageren. Het moet de raden daarnaast de kans geven met hem over het advies of voorstel te overleggen. De MR komt gemiddeld zes keer per jaar bijeen. Of het schoolbestuur daarbij aanwezig is, hangt af van de agenda. Het bestuurl hoeft het de besprekingen niet zelf te doen. Het mag bijvoorbeeld ook een schoolleider deze gesprekken laten voeren.

Het bestuur is ook verplicht om de MR voor een MR-vergadering de stukken te sturen waarover zal worden gesproken. In het reglement van de (G)MR is doorgaans vastgelegd hoe lang van te voren dit moet gebeuren.

Wat doet de PO-Raad?

Goede medezeggenschap bestaat niet alleen door het naleven van alle regels. Pas wanneer het betrekken van personeelsleden, ouders en leerlingen bij de school vanzelfsprekend is, kan medezeggenschap optimaal werken en het onderwijs versterken.

De PO-Raad ondersteunt scholen bij het organiseren van goede medezeggenschap.

Meer weten?

Meer informatie over de diverse medezeggenschapsorganen, hun rechten en bevoegdheden en hun verhouding tot schoolbesturen, is te vinden op de website infowms.nl en in (Artikel 6 en 8 van) de WMS. Leden van de PO-Raad kunnen ook contact opnemen met de Helpdesk.

Laatste nieuws

Veelgestelde vragen

  • In onze stad mag een school gesticht worden onder de noemer van algemeen bijzonder onderwijs, omdat dit type onderwijs niet meer in onze stad aanwezig is. Wanneer is een school ‘algemeen bijzonder’? (Jenaplan, Montessori, Dalton, Freinet, etc.)

    Op de website van Rijksoverheid wordt verduidelijkt wat bijzonder onderwijs (waaronder ‘algemeen bijzonder’) en wat openbaar onderwijs e.d. betekent. 

    Het is mogelijk dat ook openbare scholen hun onderwijs inrichten volgens een bepaald pedagogisch concept. De onderwijssoorten die u noemt (Jenaplan, Montessori, Dalton, Freinet, etc.) kunnen dus zowel in een “bijzondere” als in een “openbare” school worden vormgegeven.

    Het is van belang wie of wat het bevoegd gezag (de statuten zijn van belang) heeft. Voor openbaar is dat óf (een commissie uit) de gemeenteraad (komt niet veel meer voor) óf een stichting voor openbaar onderwijs (in de statuten zal nog wel een relatie met de gemeente worden vermeld). De medewerkers in het openbaar onderwijs werken op basis van een ambtelijke aanstelling (i.p.v. een arbeidsovereenkomst). Dit wijzigt als de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) van kracht wordt.

    Algemeen bijzonder valt gewoon onder bijzonder (alleen niet op godsdienstige of levensbeschouwelijke basis). Of en welk pedagogisch concept wordt gekozen is daarvoor niet van belang.

  • Is het wettelijk verplicht een leerkracht zitting te laten nemen in de medezeggenschapsraad?

    Ja, in artikel 3 van de Wet medezeggenschap scholen is vastgelegd dat in de medezeggenschapsraad ouders en personeel zitting hebben (paritaire samenstelling). Met dit uitgangspunt – een medezeggenschapsraad waarin personeel en ouders (in het VO ook leerlingen) zitting hebben – wordt tot uitdrukking gebracht dat medezeggenschap in het primair en voortgezet onderwijs een zaak is van ouders en personeel (en leerlingen) gezamenlijk.