Oud-minister Van Bijsterveldt overhandigde begin 2012 het wetsvoorstel Toetsing in het primair onderwijs aan de Tweede Kamer . Dit voorstel regelt onder meer de invoering van een centrale eindtoets voor rekenen en taal en het verplicht gebruik van een leerling- en onderwijsvolgsysteem (lovs) in het primair onderwijs. Op dit moment (najaar 2013) ligt het wetsvoorstel ter behandeling in de Eerste Kamer. 

Standpunt PO-Raad over centrale eindtoets 

In het najaar van 2010 heeft de PO-Raad op basis van een aantal discussiebijeenkomsten met haar leden aangegeven dat zij het invoeren van een centrale eindtoets in de kern onderschrijft, met name met het oog op de koppeling van de referentieniveaus aan de toets. Voordeel van centrale toetsing is dat het de vergelijkbaarheid tussen leerlingen bevordert. Ook zorgt het voor een eenduidige interpretatie van de leerlingresultaten, wat de doorlopende leerlijn naar het VO mede ten goede komt.

Kanttekening bij wetsvoorstel

Toch heeft de PO-Raad nog een aantal kanttekeningen bij het wetsvoorstel van januari 2012. Deze gaan met name over het tempo van de invoering, de toegevoegde waarde/leerwinst, het meten van tussentijdse vorderingen in relatie tot de referentieniveaus, de koppeling van de eindtoetsresultaten aan leerlinggegevens en de minimum opbrengsteis voor het speciaal (basis)onderwijs.

Leerling- en onderwijsvolgsysteem

De PO-Raad is voorstander van het gebruik van een leerling- en onderwijsvolgsysteem om de vorderingen van leerlingen in beeld te brengen. Daarbij moet echter wel voldoende ruimte zijn voor de professionele autonomie en inrichtingsvrijheid van scholen. Op aandringen van de PO-Raad stelt het voorleggende wetsvoorstel – in tegenstelling tot het ontwerpvoorstel uit 2010 - niet langer inhoudelijke eisen aan het lovs. Scholen mogen zelf bepalen welke toetsen ze gebruiken en hoe vaak ze het niveau meten, zolang de gebruikte toetsen valide, betrouwbaar en methodeonafhankelijk genormeerd zijn.

Toetsing op maat

De PO-Raad heeft in het kader van het wetsvoorstel ook continu benadrukt dat het belangrijk is dat er voor specifieke doelgroepen in het regulier en speciaal (basis)onderwijs aangepaste versies van de eindtoets beschikbaar zijn. Alleen als deze leerlingen een toets kunnen maken op hun eigen niveau, kan er een betrouwbare schatting worden gemaakt van hun vaardigheden en mogelijkheden. Daarbij moet uiteraard wel de vergelijkbaarheid van de prestatie met die van leerlingen die de reguliere eindtoets maken, worden gewaarborgd. Bovendien kunnen leerlingen dan met meer zelfvertrouwen de toets maken. Dit standpunt is nog eens bevestigd door de uitkomsten van een vragenlijst die de PO-Raad onder haar leden over dit onderwerp heeft uitgezet : 56% van de respondenten gaf aan toetsing op maat wenselijk te vinden.

Trefwoorden