Vakgebieden en kerndoelen

Taal en rekenen zijn twee belangrijke fundamenten in het primair onderwijs. Dat leerlingen beschikken over deze basisvaardigheden, is onverminderd van belang. Maar onderwijs is meer dan dat. Aan de maatschappij en haar mensen worden andere eisen gesteld dan vroeger. Op de arbeidsmarkt worden tekorten voorzien aan technici. In het dagelijks leven wordt het steeds belangrijker dat mensen over digitale vaardigheden beschikken. En niet langer staat alleen kennis centraal, maar wordt verwacht dat men die kennis kan toepassen, kritisch nadenkt en creatief is. We noemen dit ook wel 21e-eeuwse vaardigheden.

Deze en toekomstige veranderingen in de samenleving, maakt dat ook aan onderwijs andere eisen wordt gesteld. Zo zijn ook wetenschap en techniek, cultuur- en muziekonderwijs niet meer weg te denken uit het onderwijsprogramma en raakt het primair onderwijs steeds meer internationaal georiënteerd. Het aantal basisscholen dat vroeg vreemde talenonderwijs aanbiedt, groeit. Daarnaast wordt ook een steeds meer beroep gedaan op het primair onderwijs om leerlingen te stimuleren te bewegen, bijvoorbeeld door bewegingsonderwijs.
Wat leerlingen aan het einde van de basisschool per leergebied moet zijn aangeboden, is vastgelegd in de kerndoelen. De overheid stelt deze kerndoelen vast. Omdat de maatschappij verandert, worden deze kerndoelen eens in de zoveel tijd vernieuwd. Voor taal en rekenen zijn referentieniveaus vastgelegd: wat moeten kinderen ten minste beheersen? 

Wat doet de PO-Raad?

De PO-Raad vindt de basisvaardigheden van leerlingen essentieel voor hun ontwikkeling, maar het primair onderwijs is duidelijk meer dan taal en rekenen. De PO-Raad stimuleert scholen en schoolbesturen in hun opdracht om alle talenten van leerlingen optimaal te ontwikkelen. Dat doet ze door scholen en hun besturen op sectorniveau te informeren over maatschappelijke ontwikkelingen en hen te ondersteunen bij het vormgeven van nieuwe kerndoelen. Ze praat daarnaast op landelijk niveau mee over een nieuw curriculum en bewaakt de grenzen hiervan.
Zodra er een maatschappelijk probleem is of dreigt, wordt al snel naar de school gewezen die er een oplossing voor moet vinden. Maar de school kan niet alles en zal een goed gebalanceerd onderwijsaanbod moeten bieden, vindt de PO-Raad. Uitgangspunt in haar werkzaamheden is dan ook dat niet voor alles een nieuw vak moet worden opgezet. Techniek- en cultuuronderwijs, maar ook vaardigheden als creativiteit zijn belangrijk maar kunnen worden geïntegreerd in andere vakken.

Meer weten?

Wilt u meer weten over dit thema, neem dan contact op met onze beleidsadviseurs Selma Janssen (toekomstgericht onderwijs), Mark Weekenborg (internationalisering); Bernard Teunis (taal en rekenen), Isadora Huber (wetenschap en technologie, cultuureducatie en burgerschapsonderwijs), Anneke Risselada (bewegingsonderwijs).

Laatste nieuws

  • De kennis van basisschoolleerlingen op het gebied van biologie, natuurkunde en techniek is ten opzichte van 2010 gelijk gebleven. Dit blijkt uit Peil.Natuur en Techniek, het peilingsonderzoek dat in schooljaar 2015/2016 onder verantwoordelijkheid van de inspectie is uitgevoerd naar de kerndoelen op dit terrein. De inspectie heeft het onderzoek op 31 mei gepresenteerd.

  • Kan uw school een extra stimulans gebruiken voor internationaliseringsactiviteiten? Bekijk dan eens de subsidiemogelijkheden van de nieuwe Regeling Internationalisering PO en VO (IPV-regeling). 

Standpunten

  • Curriculumontwikkeling

    Om kinderen goed op hun toekomst voor te bereiden, is het van belang dat het onderwijs inspeelt op veranderingen in de maatschappij. De kerndoelen, die voorschrijven wat een leerling aan het eind van zijn basisschoolcarrière per vak moet kennen en kunnen, zullen daarom op gezette tijden tegen het licht moeten worden gehouden.

     

  • Vroeg vreemde talenonderwijs

    Uit onderzoek weten we dat kinderen die op jonge leeftijd spelenderwijs les krijgen in vreemde talen, die talen veel beter spreken dan kinderen die pas in groep 7 of 8 ermee kennismaken. Aangezien grenzen vervagen en de leerlingen van nu wereldburgers worden, vindt de PO-Raad het belangrijk dat kinderen al op jonge leeftijd een basis leggen voor andere talen. Daar profiteren zij de rest van hun leven van.
     

  • Wetenschap en technologie

    De PO-Raad hecht belang aan wetenschap en technologie in het primair onderwijs. Kinderen kunnen hiermee ontdekkend leren en leren creatief problemen oplossen, belangrijke 21e-eeuwse vaardigheden. Technologie moet weliswaar worden ingebed in het onderwijs, maar het moet geen apart vak worden, vindt de PO-Raad.

     

Agenda

Komende bijeenkomsten

Meer agenda-items

Op weg naar nieuwe kerndoelen

Begin 2018 starten negen ontwikkelteams van leraren en schoolleiders uit het po en vo onderwijs met het ontwikkelen van een nieuw curriculum.

tekst curriculum.nu in diverse kleuren

Veelgestelde vragen

  • Wat zijn de referentienieveaus voor taal en rekenen?

    Een meer opbrengstgerichte manier van werken, kan een belangrijke bijdrage leveren aan het verbeteren van de taal- en rekenprestaties. Daarom zijn sinds het schooljaar 2010/2011 referentieniveaus voor taal en rekenen ingevoerd, zowel in het primair, voortgezet als middelbaar beroepsonderwijs. Met behulp van de referentieniveaus voor taal en rekenen kunnen scholen invulling geven aan deze manier van werken. De referentieniveaus beschrijven wat een leerling op een bepaald moment in zijn schoolloopbaan op het gebied van taal en rekenen moet beheersen. Hierdoor kunnen scholen individuele prestaties van leerlingen in kaart brengen. Doordat het niveau van de leerling in elke fase van de opleiding gevolgd wordt, bevorderen de referentieniveaus bovendien een soepelere aansluiting tussen primair en voortgezet onderwijs en verder.
    De Referentieniveaus zijn sinds  1 augustus 2010 vastgelegd in de Wet Referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen.

    Voor het primair onderwijs worden twee beheersingsniveaus onderscheiden:

    • niveau 1F: fundamenteel niveau, geeft aan waar leerlingen op een bepaald niveau aan moeten voldoen
    • niveau 1S: hoger streefniveau, geeft aan wat een leerling die meer kan, naar toe kan werken.

    De niveaus zijn van toepassing op het (speciaal) basisonderwijs en alle vormen van speciaal onderwijs, met uitzondering van zeer moeilijk lerende en meervoudig gehandicapte leerlingen (ZML en MG). 

    Meer weten?

    Meer informatie over de referentieniveaus Taal en Rekenen is te vinden op speciale website taalenrekenen.nl van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Daar staan onder meer verschillende uitwerkingen van de verschillende referentieniveaus.