Onderwijskwaliteit

Jongetje dat over zijn rekenboek doordringend naar je kijkt

Leerlingen verdienen goed onderwijs en schoolbesturen hebben hiervoor de volle verantwoordelijkheid. Dagelijks werken zij hier dan ook hard aan en proberen ze met hun scholen hun onderwijs steeds weer verder te verbeteren. Dat kan nergens ter wereld op zoveel manieren als in Nederland. Wij kennen ‘vrijheid van onderwijs’ waarbij scholen en hun besturen zelf mogen bepalen hoe ze hun onderwijs organiseren. Tegelijkertijd is er ook sturingsdruk van overheid en samenleving, veelal ingegeven door incidenten. Dat leidt tot allerlei normen, wetten en quota.

Scholen en hun besturen moeten al die opdrachten op de één of andere manier logisch zien te verbinden. Dat alle scholen aan een wettelijke minimum basiskwaliteit moeten voldoen, staat buiten kijf. Maar onze lat ligt hoger en onze ambitie hierbij is dat de sector zelf de regie heeft op haar kwaliteit. Dat begint met duidelijke afspraken in de eigen organisatie over wat goed is en wat niet. Besturen zorgen dat ze goed zicht hebben op die kwaliteit, gaan in gesprek over wat ze zien en werken samen met de scholen aan wat beter moet. Dat is een continu proces.

Wat doet de PO-Raad?

De PO-Raad:

  • stelt met haar leden een richtlijn op waarmee schoolbesturen hun eigen definitie van onderwijskwaliteit kunnen formuleren en hier in hun eigen organisatie invulling aan kunnen geven;
  • biedt ondersteuning aan scholen en hun besturen wiens onderwijskwaliteit onvoldoende is, zodat zij zo snel mogelijk weer goed onderwijs kunnen bieden.

Daarnaast denkt de PO-Raad actief mee over landelijke vraagstukken de rol die de Inspectie van het Onderwijs zou moeten hebben. 

Zie ook de lijn ‘Onderwijskwaliteit is verantwoordelijkheid nemen’ van onze Strategische agenda 2018-2021.

Meer weten?

Voor meer informatie over het thema Onderwijskwaliteit kunt u terecht bij de Helpdesk (juridische vragen voor leden) of bij één van onze beleidsadviseurs:

Laatste nieuws

Standpunten

  • Vrijheid van onderwijs

    Hoe scholen hun onderwijs inrichten en welke lesmethodes ze gebruiken, is aan de scholen en hun besturen zelf. Er is vrijheid van onderwijs, voor geen enkel vak is voorgeschreven hoeveel uren leerlingen er les in moeten krijgen. De PO-Raad koestert die vrijheid en vindt dat scholen en hun besturen zelf verantwoordelijk moeten blijven voor de invulling van hun onderwijs.

  • Onderwijskwaliteit is meer dan eindopbrengsten

    De PO-Raad vind het belangrijk dat breed naar onderwijskwaliteit wordt gekeken. Hoewel we in de praktijk nog vaak zien dat goed onderwijs wordt opgevat als ‘voldoende eindopbrengsten’, is niet alles wat onze leerlingen doen, in cijfers uit te drukken. Merkbare resultaten zijn minstens net zo waardevol.

  • Toezicht op onderwijskwaliteit

    Schoolbesturen zijn in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor de onderwijskwaliteit van hun scholen. Ze vindt het belangrijk dat de inspectie te allen tijde objectief oordeelt en geen waardeoordelen uitspreekt.

Agenda

Komende evenementen

Meer agenda-items

Kennisgroep kwaliteitszorg

Toolbox Onderwijskwaliteit

Praktische hulpmiddelen voor onderwijskwaliteit

Publicaties over onderwijskwaliteit

De PO-Raad heeft diverse brochures ontwikkeld over onderwijskwaliteit.

De regie pakken op onderwijskwaliteit?

Tegel model Regie op kwaliteit

Veelgestelde vragen

  • Wat zijn de referentienieveaus voor taal en rekenen?

    Een meer opbrengstgerichte manier van werken, kan een belangrijke bijdrage leveren aan het verbeteren van de taal- en rekenprestaties. Daarom zijn sinds het schooljaar 2010/2011 referentieniveaus voor taal en rekenen ingevoerd, zowel in het primair, voortgezet als middelbaar beroepsonderwijs. Met behulp van de referentieniveaus voor taal en rekenen kunnen scholen invulling geven aan deze manier van werken. De referentieniveaus beschrijven wat een leerling op een bepaald moment in zijn schoolloopbaan op het gebied van taal en rekenen moet beheersen. Hierdoor kunnen scholen individuele prestaties van leerlingen in kaart brengen. Doordat het niveau van de leerling in elke fase van de opleiding gevolgd wordt, bevorderen de referentieniveaus bovendien een soepelere aansluiting tussen primair en voortgezet onderwijs en verder.
    De Referentieniveaus zijn sinds  1 augustus 2010 vastgelegd in de Wet Referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen.

    Voor het primair onderwijs worden twee beheersingsniveaus onderscheiden:

    • niveau 1F: fundamenteel niveau, geeft aan waar leerlingen op een bepaald niveau aan moeten voldoen
    • niveau 1S: hoger streefniveau, geeft aan wat een leerling die meer kan, naar toe kan werken.

    De niveaus zijn van toepassing op het (speciaal) basisonderwijs en alle vormen van speciaal onderwijs, met uitzondering van zeer moeilijk lerende en meervoudig gehandicapte leerlingen (ZML en MG). 

    Meer weten?

    Meer informatie over de referentieniveaus Taal en Rekenen is te vinden op speciale website taalenrekenen.nl van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Daar staan onder meer verschillende uitwerkingen van de verschillende referentieniveaus.