Kwaliteitsmonitoring en –ontwikkeling door (zelf)evaluatie

Korte informatie over de inhoud van het project
Het project had tot doel te komen tot een gezamenlijke werkwijze die bijdraagt aan de versterking van de kwaliteit van professionals en daarmee het primaire proces. Op basis van dit project is de Kwaliteitswijzer ontwikkeld. Dit instrument brengt de kwaliteit van het primaire proces op basisscholen in beeld. Het doel van dit instrument is dat leden van de teams met behulp van de zelfevaluatie met elkaar in gesprek gaan over de kwaliteit van het primaire proces, dat verbeteracties worden geformuleerd en dat deze verbeteracties worden uitgevoerd. Op die manier kan worden nagegaan of de verbeteracties het gewenste resultaat opleveren. Op deze manier doorlopen teams een plan-do-check-act cyclus.

Kern van het project is het creëren van een gezamenlijke taal, een gezamenlijk referentiekader waarmee leerkrachten onderling het gesprek aan kunnen gaan over de kwaliteit van onderwijs en het verbeteren van die kwaliteit.

Wat is er onderzocht?
De onderzoeksvragen zijn:

  • Gaan teams die werken met het kader voor zelfevaluatie (a) met elkaar in gesprek over de kwaliteit van het primair proces, (b) met elkaar verbeterpunten/acties voor het primair proces benoemen, (c) deze verbeteracties uitvoeren, (d) nagaan wat het resultaat van hun acties is?
  • Hoe ervaren de teams deze manier van werken en draagt het bij aan hun zelfverantwoordelijkheid als team?
  • Welke factoren ervaren de teams als bevorderend en belemmerend voor het werken met zelfevaluatie?
     

De resultaten
Het project heeft middels de Kijkwijzer een positieve bijdrage geleverd aan het primaire proces. Daarnaast heeft het ook een bijdrage geleverd aan het verbeteren van het zorgsysteem en het onderwijsaanbod. De Kijkwijzer vormt een onderdeel van het proces Ontwikkeling INOS-kwaliteitskader. Het percentage leerkrachten en teams dat zich bezighoudt met de Kwaliteitswijzer is toegenomen. Daarnaast zijn teams getraind in het werken met de Kwaliteitswijzer en het kader voor zelfevaluatie. Schoolleiders leggen nu meer verantwoording af aan het bestuur over de resultaten van het kwaliteitsbeleid.

Concrete handreikingen die het project heeft opgeleverd
Het project heeft Kwaliteitswijzers opgeleverd voor het basisonderwijs (Kwaliteitswijzer basisonderwijs), het speciaal onderwijs (Kwaliteitswijzer speciaal onderwijs) en het voortgezet speciaal onderwijs (Kwaliteitswijzer voortgezet speciaal onderwijs) met een bijbehorende handleiding (Hanleiding). Met deze Kwaliteitswijzers kan de kwaliteit van het primaire proces in beeld wordt gebracht. De Kwaliteitswijzer wordt tijdens klassenbezoeken ingevuld door een lid van het auditteam. De gegevens die door het invullen van de Kwaliteitswijzer worden verzameld, geven een beeld van de kwaliteit binnen het schoolteam. Aan de hand hiervan kan het schoolteam gezamenlijke verbeterpunten opstellen.

De negen indicatoren waarop de Kwaliteitswijzer is gebaseerd, zijn:

  • pedagogisch handelen
  • effectief benutten van onderwijstijd
  • klassenmanagement
  • activerende en directe instructie
  • leer- en denkstrategieën
  • systematisch monitoren en analyseren van vorderingen
  • afstemmen op leerbehoeften van leerlingen
  • actieve betrokkenheid van leerlingen
  • zelfstandig werken en samenwerken
     

Deze indicatoren zijn aangevuld metgood practicesvan concreet waarneembaar gedrag van leerkrachten. De auditor noteert per indicator het waargenomen gedrag en verbindt hier een score aan. Enkele onderdelen van de Kwaliteitswijzer vereisen meer informatie over de groepsadministratie van de betreffende klas. De gegevens worden na de audit verwerkt in een team- en schoolrapport; deze rapportages zijn het uitgangspunt voor gesprekken op team- en schoolniveau.

Bestanden bij deze pagina