De samenwerkingsverbanden

Alle scholen voor regulier en speciaal onderwijs (met uitzondering van cluster 1 en 2 voor visueel en auditief/communicatief beperkten) maken deel uit van een regionaal samenwerkingsverband. In totaal zijn er bij de invoering van passend onderwijs 152 samenwerkingsverbanden opgericht: 77 in het primair onderwijs (po) en 75 in het voortgezet onderwijs (vo). Het samenwerkingsverband ontvangt vrijwel al het geld voor de lichte en zware ondersteuning in het onderwijs in die regio. In hun ondersteuningsplan hebben de samenwerkingsverbanden vastgelegd hoe ze het geld voor extra ondersteuning inzetten.

In het primair onderwijs bestaat een samenwerkingsverband passend onderwijs uit de reguliere basisscholen, scholen voor speciaal basisonderwijs (sbo) en de scholen voor speciaal onderwijs (so) van de clusters 3 (zeer moeilijk lerend en/of langdurig ziek) en 4 (gedragsproblemen en/of psychiatrie).

In de samenwerkingsverbanden maken besturen voor het regulier en speciaal onderwijs onder andere afspraken over:

  • de basisondersteuning die reguliere scholen kunnen bieden;
  • welke leerlingen geplaatst kunnen worden in het speciaal (basis) onderwijs;
  • de verdeling van de ondersteuningsmiddelen.   

Voor de leerling is het belangrijk dat samenwerkingsverbanden een dekkend voorzieningenaanbod in de regio realiseren, zodat elk kind in de vertrouwde omgeving passend onderwijs kan volgen.

Wat doet de PO-Raad?

Het implementatieplan passend onderwijs van de PO-Raad biedt veel ondersteuningsmogelijkheden aan de besturen van de samenwerkingsverbanden om passend onderwijs optimaal vorm te geven. Ook ondersteunt de PO-Raad verdere netwerkvorming van de samenwerkingsverbanden om kennis te delen en te leren van elkaar.

Meer weten?

Wilt u meer informatie over de samenwerkingsverbanden binnen passend onderwijs? Kijk dan op de website van het informatiepunt passend onderwijs. Ook kunt u contact opnemen met de Helpdesk van de PO-Raad of met projectleider Dick Rasenberg.

Aanmelden voor de nieuwsbrief passend onderwijs kan hier. 

Laatste nieuws

  • Staatssecretaris Dekker (Onderwijs) ziet geen aanleiding om in te grijpen in de landelijke verevening. Ook al ziet hij dat het aantal leerlingen op het speciaal onderwijs stijgt in regio’s met een positief saldo, en dat er in gebieden met een krimpend budget problemen ontstaan. Dat is één van de voorbeelden in de elfde voortgangsrapportage van Dekker aan de Kamer, waarin papier en werkelijkheid nog ver uit elkaar liggen.

  • Op 19 mei vond de bijeenkomst ‘Samen leren leven, samen werken aan een inclusieve maatschappij’ plaats. Centraal stond de leefwereld van anderen en het veranderen mét betrokkenen in plaats van vóór betrokkenen. Sprekers Annick de Witt en Hans Schuman namen de aanwezigen mee langs verschillende perspectieven op werken aan een inclusieve maatschappij. Ook jongeren zelf praatten mee over hun toekomst. Bekijk de vlog van leerlinge Syl van der Priem.

  • Een stapeling aan financiële problemen maakt dat het voor diverse samenwerkingsverbanden en individuele schoolbesturen moeilijk is om passend onderwijs goed vorm te geven. Dat concludeert de Algemene Rekenkamer na onderzoek naar de bedrijfsvoering van het ministerie van Onderwijs. Ook vindt ze dat samenwerkingsverbanden inzichtelijker moeten maken waaraan zij hun geld besteden.

Agenda

Net aangekondigd

Komende bijeenkomsten

Meer agenda-items

Trend in TLV's

Bekijk de landelijke trend in de afgegeven toelaatbaarheidsverklaringen.

Veelgestelde vragen

  • Klopt het dat samenwerkingsverbanden passend onderwijs geen burgerservicenummers mogen opslaan?

    Het is helaas juist dat samenwerkingsverbanden geen Persoons Gebonden Nummer (BSN/Onderwijsnummer) van leerlingen mag opslaan. Dit is in de wet passend onderwijs niet geregeld. Voor het gebruik van het PGN is een expliciete wettelijke grondslag nodig. In de memorie van toelichting van de wet “Integratie lwoo en pro in passend onderwijs” wordt aangegeven dat het gebruik van het BSN door een swv niet is toegestaan:

    “Alleen de school mag gebruik maken van het Burger Service Nummer (BSN), daarom is bij passend onderwijs besloten om samenwerkingsverbanden geen gebruik te laten maken van het BSN. [...] Net als bij het beoordelen van de zware ondersteuning in passend onderwijs zullen samenwerkingsverbanden geen gebruik maken van het BSN bij het beoordelen of een leerling is aangewezen op het lwoo of toelaatbaar is tot het pro.” (TK 33106 p. 25)

    De PO-Raad is met OCW in overleg om het gebruik van het PGN in de contacten tussen scholen en swvn alsnog te regelen. Dat vraagt een wetswijziging en dat neemt de nodige tijd in beslag.