Onderwijsachterstanden

Een kwart van de Nederlandse leerlingen verlaat het basisonderwijs met een taalachterstand van twee jaar. Deze kinderen hebben geen beperking in de aanleg, hun achterstand komt door de omgeving waarin ze opgroeien. Dat is een probleem, want wanneer een kind eenmaal een achterstand heeft, haalt het deze amper meer in. En dat heeft gevolgen voor de latere kansen op een zelfstandig leven met betaald werk en een goede gezondheid.

De PO-Raad vindt dat ieder kind recht heeft op maximale ontwikkelingskansen, ongeacht waar je wieg staat. Kinderen die thuis onvoldoende gestimuleerd worden in hun ontwikkeling, verdienen daarom extra aandacht. Niet alleen op school, maar ook in de voorschoolse periode.

Onderwijsachterstandenbeleid

Om te zorgen dat scholen (via vroegschoolse educatie) en gemeenten (via voorschoolse voorzieningen) die extra aandacht kunnen geven, kunnen zij hiervoor financieel gecompenseerd worden. Scholen vanuit de gewichtenregeling en gemeenten vanuit het gemeentefonds. Het beleid voor het voorkomen en terugdringen van onderwijsachterstanden is sinds de invoering in de jaren zeventig diverse keren gewijzigd.

Voor de voor- en vroegschoolse educatie geldt dat gemeenten voor een deel zelf bepalen welke kinderen hiervoor in aanmerking komen. Dat maakt dat de verschillen per gemeente groot zijn.

Of een kind op school gezien wordt als achterstandsleerling, wordt sinds 2006 volledig bepaald door het opleidingsniveau van ouders. Hoe lager het niveau, hoe hoger het zogenoemde leerlinggewicht en hoe hoger de bijdrage die de school ontvangt.

Verouderde definitie

Leden van de PO-Raad ervaren dat de werkelijke onderwijsachterstanden van hun leerlingen niet afnemen, maar het aantal leerlingen dat volgens de criteria een gewichtenleerling is, neemt wél af. Dat het opleidingsniveau van ouders stijgt, komt door de invoering van de startkwalificatie, maar ook door migratie uit Oost-Europa en de komst van relatief hoogopgeleide vluchtelingen. Tussen 2006 en 2013 daalde het percentage leerlingen met een leerlinggewicht volgens de Algemene Rekenkamer van twintig naar elf procent. Het budget van scholen daalde vanzelfsprekend mee, waarbij scholen bovendien pas geld uitgekeerd krijgen als ze minimaal zes procent gewichtenleerlingen hebben.

Wat doet de PO-Raad?

De PO-Raad voert gesprekken met de VNG en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap om tot een eerlijkere verdeling van de achterstandsmiddelen te komen. Samen willen de partijen nieuwe criteria formuleren, die meer recht doen aan de werkelijke achterstanden van leerlingen. Zo kunnen inkomen van ouders, maatschappelijke problemen of een vluchtelingenverleden bijvoorbeeld ook mee gaan wegen, wanneer uit onderzoek blijkt dat deze factoren een goede voorspeller zijn van achterstanden. Bekijk ook deze infographic

Daarnaast zet de PO-Raad zich in voor het voorkomen van achterstanden op jonge leeftijd. Dat doet zij door er bij de politiek op aan te dringen dat iedere peuter in Nederland twee dagen in de week toegang krijgt tot een voorschoolse voorziening. De PO-Raad wil, net als de Sociaal Economische Raad, dat er een einde komt aan de versnippering in het aanbod aan voorschoolse voorzieningen. Kinderen die een risico lopen op een achterstand zouden samen met andere kinderen naar dezelfde reguliere, maar kwalitatief goede kinderopvang moeten kunnen. Zo wordt het beter mogelijk om een doorgaande lijn met school te creëren.

Meer weten?

Wilt u meer weten over onderwijsachterstanden? Neem dan contact op met onze Helpdesk of met onze beleidsadviseur Steven de Vries

Bestanden bij dit onderwerp

Laatste nieuws

  • Diverse ambities voor onderwijs staan haaks op de werkelijkheid. Nu blijkt dat er de komende jaren nog minder geld voor onderwijs is dan gedacht, komt het behalen van die ambities meer dan ooit aan op politieke keuzes die partijen maken aan de onderhandelingstafel voor een nieuw kabinet. De PO-Raad zette op een rij hoe zij het tij kunnen keren.

  • De verouderde bekostigingssystematiek voor het onderwijsachterstandenbeleid zal nog zeker tot schooljaar 2018-2019 blijven gelden. De reden: de PO-Raad en Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) vinden het onverantwoord om het huidige, grotendeels verdampte budget te gaan herverdelen. Dus besluit demissionair staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs) maar helemáál niet in te grijpen. Stuitend, vindt de PO-Raad. Hiermee nemen de kansen van kinderen in achterstandssituaties nog verder af.

  • Begin vroeg met preventie van achterstanden, investeren is vooral op jonge leeftijd effectief. Dat schrijft het Ministerie van Financiën in het rapport ‘Onderwijsachterstandenbeleid: Een duwtje in de rug?’ dat vorige week verscheen. Het onderwijsachterstandenbudget is de afgelopen jaren afgenomen, zonder dat het aantal kinderen met achterstanden op school kleiner lijkt te worden, schrijven de onderzoekers. De PO-Raad herkent zich in deze conclusie van het rapport.

Agenda

Net aangekondigd

Komende bijeenkomsten

Meer agenda-items