Ieder jaar worden in ons land 119.000 kinderen mishandeld of verwaarloosd. Gemiddeld heeft in iedere schoolklas één kind te maken met een vorm van kindermishandeling. Ondanks de inspanningen van alle betrokken instanties blijkt het een lastige opgave om dit aantal terug te dringen. Daarom heeft de PO-Raad samen met enkele partners uit het onderwijs, de kinderopvang en ouderorganisaties de Beweging tegen Kindermishandeling opgericht. Deze beweging heeft als doel om de signalering en aanpak van kindermishandeling en seksueel misbruik te verbeteren. Namens het onderwijs neemt dhr. Niko Persoon deel aan deze beweging. 

Meldcode

Kindermishandeling wordt helaas nog vaak gemist. Maar professionals die met een meldcode werken grijpen drie maal zo vaak in dan collega's die hier niet mee werken. En voor kindermishandeling geldt: beter een keer te vaak gemeld, dan een keer te vaak gemist. Gebruik van een meldcode zorgt voor de noodzakelijke objectiviteit en zorgvuldigheid.

Wat betekent de Meldcode voor het primair onderwijs?

Scholen zijn verplicht een eigen meldcode ‘Huiselijk geweld en Kindermishandeling’ te hebben, die zij dienen te gebruiken bij vermoedens van mishandeling. In de meldcode beschrijft een school wie binnen de organisatie wanneer wat op welke wijze doet, een protocol en stappenplan ineen dus. Het document bevat een signalenlijst en een gesprekshandleiding. Ook registratie- en dossiervorming, de rollen en verantwoordelijkheden, een sociale kaart en scholingsplan maken deel uit van de meldcode van de school.

De Wet Meldcode verplicht iedere beroepskracht om deskundigheid op te bouwen en op peil te houden. Het is van belang dat scholen structureel scholing aanbieden op dit thema, zodat men signalen tijdig kan opvangen en weet hoe te handelen. De Inspectie van het Onderwijs ziet erop toe of scholen beschikken over een meldcode en deze op de juiste wijze gebruiken.

Meer weten?

Veiligheid NL heeft een hulppakket ontwikkeld voor de implementatie van de meldcode in het primair onderwijs, deze is te vinden via de website van het NJi (Nederlands Jeugd instituut).