Arbeidsrecht actueel

Voor sociale zekerheid en pensioenen volgt de PO-Raad de totstandkoming van landelijke wet- en regelgeving, informeert zij haar leden over veranderingen en oefent daar waar nodig invloed uit in het belang van haar leden. Voor speciale groepen op de arbeidsmarkt voert de PO-Raad overleg met onder andere UWV Werkbedrijf en Loyalis Maarwerk Administraties. Daarnaast neemt de PO-Raad deel aan de landelijke overleggen: Verbond van Sectorwerkgevers Overheid (VSO) en de stuurgroep sluitende aanpak Wia.

Op deze pagina vind u informatie over:

Normalisering rechtspositie ambtenaren

Medewerkers op openbare en bijzondere scholen krijgen dezelfde rechtspositie. Leraren en andere medewerkers van openbare scholen vallen daardoor straks niet langer onder het ambtenarenrecht maar eveneens onder het arbeidsrecht op grond van het Burgerlijk Wetboek. De verwachting is dat het nog zeker tot 2020 duurt voordat dit daadwerkelijk van kracht is.

Op dit moment gelden voor medewerkers in het openbaar en bijzonder onderwijs verschillende regelingen. Zo hebben zij te maken met andere ontslagregels en een andere rechtsgang. De Eerste en Tweede Kamer hebben in 2016 ingestemd met het wetsvoorstel Normalisering rechtspositie ambtenaren. Daarmee verdwijnen op termijn de verschillen. De Wet werk en zekerheid (Wwz), inclusief ketenregeling en transitievergoeding, gaat dan ook gelden voor het openbaar onderwijs. Ook de CAO PO moet aangepast worden. In de cao zijn nu afzonderlijke bepalingen opgenomen voor het openbaar onderwijs ten aanzien van aanstelling, ontslag en vervangingsbeleid.

Voor de normalisering van de rechtspositie van ambtenaren moeten diverse wetten en regelingen worden gewijzigd. De verwachting is dat het nog zeker tot 2020 duurt voordat alle regels van kracht zijn.

Hier vindt u een aantal vragen en antwoorden over de normalisering van de rechtspositie van ambtenaren. Voor meer informatie over de normalisering kunt u contact opnemen met de Helpdesk (alleen voor leden van de PO-Raad).

Ketenregeling

In de CAO PO 2018-2019 is de ketenregeling voor het bijzonder onderwijs aangepast en verruimd. De gronden voor een tijdelijke arbeidsovereenkomst zijn uit de cao gehaald en er is een uitzondering op de ketenregeling in de cao opgenomen voor vervanging bij ziekte van een leraar. In dit factsheet staat hoe de nieuwe ketenregeling precies werkt.

Transitievergoeding

Als een dienstverband op of na 1 juli 2015 op initiatief van de werkgever wordt beëindigd of niet wordt voortgezet en twee jaar of langer heeft geduurd, dient in principe een vergoeding te worden betaald. De hoogte van die vergoeding is afhankelijk van de duur van de arbeidsovereenkomst en het salaris van de medewerker. De vuistregel is dat de transitievergoeding 1/3e maandsalaris per dienstjaar bij het schoolbestuur bedraagt.

Lees hier meer over de transitievergoeding en het overgangsrecht.

Extra banen voor mensen met arbeidsbeperking

Een beter perspectief op een reguliere baan voor mensen met een arbeidsbeperking en zoveel mogelijk mensen die meedoen in de samenleving. Dat is het doel van de Participatiewet die in januari 2015 in werking trad. De PO-Raad verbindt zich graag aan dit doel. Dit betekent namelijk dat meer leerlingen die van het voortgezet speciaal onderwijs komen een plek op de arbeidsmarkt kunnen krijgen. Daarnaast voldoet het primair onderwijs daarmee aan haar maatschappelijke plicht. Het vraagt echter wel veel van schoolbesturen in de sector.

Het wettelijk quotum voor de banenafspraak voor het jaar 2018 is vastgesteld op 1,93%. Dit betekent dat 1,93% van de verloonde uren van de organisatie in 2018 moet bestaan uit banen voor mensen uit met een arbeidsbeperking, de doelgroep voor de banenafspraak. Het aantal extra banen voor mensen met een arbeidsbeperking (gemeten in verloonde uren) wordt vanaf 2018 per individuele werkgever gemeten. In 2019 krijgt de werkgever het resultaat van deze eerste meting. Daarbij wordt nog geen heffing opgelegd als het vereiste aantal banen niet is gehaald. Een jaar later gebeurt dat wel (2020). Er wordt dan ook gekeken naar de voorgaande jaren, dus het aantal banen dat tot en met 2019 gerealiseerd zou moeten zijn. De heffing bedraagt € 5.000 per niet ingevulde arbeidsplaats van 25,5 uur. 

Lees hier meer informatie over de banenafspraak en de quotumregeling. Kijk ook naar de inspirerende voorbeelden.

Laatste nieuws

Agenda

Net aangekondigd

Komende evenementen

Meer agenda-items

Veelgestelde vragen

  • Is de werkgever verplicht om een mei-brief te versturen? Voldoet hij hiermee aan de aanzegplicht en opzegtermijn?

    Nee, een mei-brief is niet verplicht. Hieronder leggen wij uit wat het verschil is tussen opzeggen en aanzeggen.

    Bijzonder onderwijs

    • Aanzegplicht

    Het bijzonder onderwijs valt onder het Burgerlijk Wetboek. In art. 7:668 lid 1 BW staat dat een werkgever de werknemer schriftelijk uiterlijk een maand voordat een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van rechtswege eindigt, moet laten weten of hij de arbeidsovereenkomst voortzet en, bij voortzetting, onder welke voorwaarden hij de arbeidsovereenkomst wil voortzetten. Dit is de wettelijke aanzegplicht. Verzuimt de werkgever dit te doen of doet hij het te laat, dan is hij een boete verschuldigd. Als een werkgever te laat is, loopt de arbeidsovereenkomst nog steeds van rechtswege af. De aanzegplicht geldt niet bij arbeidsovereenkomsten die zijn aangegaan voor een periode korter dan zes maanden.

    Let op: indien er sprake is van een tijdelijk contract met uitzicht op vast, art. 3.3 cao PO, dan geldt dat er op grond van de cao PO een aanzegplicht geldt van twee maanden in plaats van één maand, zie art. 3.8 lid 3 cao PO. Ook heeft het niet voldoen aan deze cao-aanzegplicht wél arbeidsrechtelijke gevolgen. Deze staan vermeld in art. 3.8 lid 4 cao PO. Voor de overige contracten geldt een aanzegplicht van één maand, ook indien het vervangingscontracten zijn en deze zes maanden of langer hebben geduurd.

    • Opzegtermijn

    Een opzegtermijn is iets anders dan de wettelijke aanzegplicht. Een opzegtermijn geldt alleen indien een contract voor bepaalde tijd tussentijds wordt beëindigd of indien een contract voor onbepaalde tijd wordt beëindigd. In de art. 3.10 t/m 3.13 cao PO staan de gronden voor opzegging. In art. 3.14 staat de opzegtermijn.

    Openbaar onderwijs

    • Aanzegplicht

    In het openbaar onderwijs geldt geen wettelijke aanzegplicht. Tijdelijke contracten lopen van rechtswege af, werkgever hoeft van te voren niet te melden of hij het contract gaat verlengen of niet. Uiteraard is het wel netjes om dit te doen, maar er staat geen sanctie op indien het niet wordt gedaan.

    Let op: indien er een aanstelling is aangegaan bij wijze van proef met uitzicht op vast, dan dient een werkgever ten minste twee maanden voor afloop van de aanstelling te laten weten wat hij met de aanstelling doet. Dit moet op grond van art. 4.7 lid 2 cao PO. Voor andere tijdelijke aanstellingen geldt dat zij van rechtswege aflopen.

    • Opzegtermijn

    In het openbaar onderwijs gelden geen specifieke opzegtermijnen. Wel zijn er in art. 4.11 cao PO termijnen genoemd die aangehouden dienen te worden. De werkgever en werknemer moeten naar de grond van ontslag kijken (art. 4.8 cao PO) en afhankelijk van die grond geldt er een termijn voor ontslag.

  • Wat moet elk schoolbestuur doen met betrekking tot de vervallen compensatie nabestaandenpensioen?

    Per 1 mei 2018 vervalt het recht op compensatie voor de uitkering op basis van de Algemene nabestaandenwet (ANW) in de pensioenregeling bij het ABP. Schoolbesturen kunnen afspraken maken met een verzekeraar over alternatieven, maar zijn dat niet verplicht. 

    Leden van de PO-Raad met een account voor mijn.poraad.nl kunnen meer informatie voor hun werknemers (zie bericht) en voor hun eigen mogelijkheden (zie bericht) vinden op mijn.poraad.nl. Meer informatie is ook te vinden op de website van ABP.

  • Heeft de verlaging van het inkomen als gevolg van de staking invloed op de ABP premies?

    Verlaging van het inkomen als gevolg van de staking heeft geen effect op de pensioenopbouw. Deze is gebaseerd op het inkomen op 1 januari. Bij het bepalen van dat inkomen is geen rekening gehouden met eventuele kortingen in verband met staking(en).