Lesobservatie-instrument gebaseerd op het versterken van vakgerichte instructie (reken- en wiskundeonderwijs, spelling en lezen)

Afbeeldingsresultaat voor Hogeschool Utrecht

Doel

Voor leraren in het primair onderwijs is vanuit het lectoraat Geletterdheid van de Hogeschool Utrecht (T. Houtveen) een aantal observatie-instrumenten ontwikkeld en ingezet. Deze instrumenten zijn gericht op het versterken van leraargedrag bij vakgericht onderwijs.

Het doel van de verschillende observatie instrumenten is om de instructiekwaliteit van leraren te vergroten. Zij zijn derhalve ontwikkelingsgericht niet bedoeld ter beoordeling van de leraar.

Wat wordt gemeten?

De observatie instrumenten zijn gebaseerd op het IGDI-model (Interactieve Gedifferentieerde Directe Instructie) en uitgewerkt naar respectievelijk rekenen en wiskunde, spelling en lezen. Het IGDI model voegt de elementen ‘interactie’ en ‘differentiatie’ toe in de dagelijkse instructie, zodat het aansluit bij de verschillende leervermogens van kinderen. Kenmerkend is de duidelijke structuur die wordt aangebracht in de les. Deze wordt opgebouwd in verschillende fases:

  • Gezamenlijke start (warming-up)
  • Interactieve instructie en begeleid inoefenen
  • Zelfstandige verwerking
  • Verlengde instructie of extra hulp op een ander moment
  • Nabespreking en afsluiting

De volgende observatie instrumenten worden ingezet:

  • Observatie-instrument om de kwaliteit van de instructie bij spellingonderwijs te meten [1]
  • Observatie-instrument Versterking van het Reken- en Wiskundeonderwijs [2]
  • Observatie-instrument Kwaliteitsverbetering begrijpend lezen [3]
  • Observatie-instrument risicoleerlingen bij technisch lezen [4]
  • Diverse observatie-instrumenten voor lezen in het kader van het Lees Interventie-project voor Scholen met een Totaalaanpak (LIST) voor verschillende groepen: kleuters, aanvankelijk lezen, hardop ondersteund makkelijk lezen, stillezen, Ralfi en betrouwbaarheden en uitleg [5].

Proces

De observatie instrumenten zijn allen ontwikkeld in het kader van onderzoeksprojecten van de Universiteit Utrecht of de Hogeschool Utrecht en staan beschreven in rapporten. Scholen kunnen de instrumenten zelf inzetten op een wijze die zij verkiezen.

Relatie met andere instrumenten

De meest recente observatie instrumenten gericht op lezen zijn ontwikkeld in het kader van het Leesinterventie-project voor scholen met een totaalaanpak (LIST). Dit is een project van drie schooljaren, gericht op:

  1. Vergroting van de professionaliteit van de leraren;
  2. Een convergente wijze van differentiëren voor alle leerlingen in verschillende onderwijstypen;
  3. Structurele schoolverbetering door gebruik van data, door het leren omgaan met en analyseren van verschillende gegevens (toetsgegevens, observatiegegevens en gegevens over de aansturing en de bewaking van het project) om op basis daarvan passende maatregelen te nemen;
  4. Schoolspecifieke begeleiding. In het project is sprake van een totaalbenadering waarin scholen begeleiding krijgen bij het verbeteren van het aanbod bij lezen en de leesinstructie binnen de groepen, het implementeren van goede voorwaarden op schoolniveau die het werk binnen de groepen mogelijk maken en bij het vergroten van het veranderingsvermogen van de school als een blijvend proces;
  5. Integrale schoolverbetering.

Op verzoek kan ook een maatwerktraject worden afgesproken.

Externe validering

Alle observatie instrumenten zijn gebaseerd op wetenschappelijke inzichten en zijn gevalideerd door middel van onderzoek.

Er is geen informatie ontvangen over de relatie van dit instrumentarium met het toetsingskader zoals dat door de PO-Raad is ontwikkeld.

Tijdsbeslag en kosten

Aan het gebruik van de instrumenten zijn geen (externe) kosten verbonden. Het tijdsbeslag is afhankelijk van de keuzes van de school over de inzet van de instrumenten. Scholen die participeren in het LIST project moeten de schoolspecifieke (externe) begeleiding betalen.

 Meer informatie          

www.list.onderzoek.hu.nl

 

[1] Uit: Houtveen, A. A. M., de Graaf-Haalboom, A. G.., & Grift, W. J. C. M. van de (1999). Instructie bij Spelling: Constructie van instrumenten voor het vaststellen van de kwaliteit en de kwantiteit van instructie bij spelling. ISOR/Onderwijsonderzoek, Universiteit Utrecht.

[2] Uit: Houtveen, A. A. M., Booij, N., & Overmars, A. (1996). Versterking van het reken-en wiskunde onderwijs: de start van het project Kwaliteitsversterking Rekenen en Wiskunde. ISOR/Onderwijsonderzoek, Universiteit Utrecht

[3] Uit: Booij, N., Houtveen, A. A. M., & Overmars, A. (1996). Evaluatie project Kwaliteitsverbetering begrijpend lezen: het eerste projectjaar. ISOR/Afdeling Onderwijsonderzoek, Universiteit Utrecht.

[4] Uit: Houtveen, A. A. M., Mijs, T. J. E., Vernooy, C. G. T., Grift, W. J. C. M. van de, & Koekebacker, E. (2003). Risicoleerlingen bij technisch lezen: Beschrijving en evaluatie van het project ‘Beginnend lezen en Omgaan met Verschillen. ICO-ISOR Onderwijsresearch, Universiteit Utrecht

[5] Uit: Houtveen, A.A.M., Brokamp, S.K. & Smits, A.E.H. (2012). Lezen, Lezen, Lezen! Achtergrond en evaluatie van het LeesInterventie-project voor Scholen met een Totaalaanpak (LIST). Utrecht: Hogeschool Utrecht.