Lesobservatie-instrument gebaseerd op bekwaamheidsdossier en competenties.

Afbeeldingsresultaat voor “Uw academie”

Doel

Het ontwikkelassessment sluit aan op competenties bij functies in de volle breedte van het onderwijs. Het doel van dit assessment is dat de onderwijsprofessionals hun eigen sterke punten en hun ontwikkelpunten in beeld krijgen. Van daaruit kunnen zij vervolgens initiatief nemen tot verbredende of verdiepende professionalisering (formeel of informeel leren, intern leren of leren via extern professionaliseringsaanbod).

Wat wordt gemeten?

Het ontwikkelassessment is opgebouwd uit vier groepen van competenties die bij elkaar horen. De huidige set bestaat uit:

  1. ONDERWIJZEN: vakinhoudelijk handelen, vakdidactisch handelen, pedagogisch handelen, groepsorganisatorisch handelen, uitgaan van verschillen, opbrengstgericht werken, ICT-bekwaam onderwijzen, Begeleiden van morele ontwikkeling.
  2. PERSOONLIJKE EFFECTIVITEIT: persoonlijk leiderschap, proactief handelen, zelfreflecterend werken, creatief denken, hogere orde denken, conceptueel denken, integriteit, besluitvaardigheid.
  3. WERKEN VANUIT EEN PROFESSIONELE ONDERWIJSGEMEENSCHAP: samenwerken, effectief overleggen, planmatig werken, voortgangsbewaking, visie gestuurd werken, onderwijskundig leiderschap, leidinggeven aan werkprocessen, professionele ontwikkeling begeleiden, gedeeld leiderschap, coachen, gericht zijn op innovatie,  beleidsontwikkeling.
  4. SAMENWERKEN MET DE OMGEVING: samenwerken met ouders, ondernemerschap, synergie creëren, netwerken, onderhandelen, participeren in digitale sociale netwerken.

De competenties in elk van de subsets kunnen desgewenst los van de competenties in de andere subsets worden ingevuld. Sommige competenties zijn niet voor iedere functie van belang. Deze hoeven dan niet ingevuld te worden.  Elke competenties is opgebouwd uit de naam van de competentie, de omschrijving en vijf tot acht gedragsindicatoren. De omschrijving geeft informatie of de competentie bijvoorbeeld belangrijk is voor een leraar of een directeur en of deze gaat over het werk met leerlingen of het samenwerken met collega’s of met medewerkers. De gedragsindicatoren lopen op in moeilijkheidsgraad. De eerste indicatoren gaan over minder complex gedrag en dit loopt op in complexiteit.

Elke organisatie kan er zelf voor kiezen de aangeleverde meetlat te hanteren (het idealiter te bereiken niveau van gedrag) of deze meetlat te verhogen of te verlagen. Er wordt een profiel aangeleverd voor de functies leraar LA, leraar LB, intern begeleider, directeur DB en directeur DC. Elke organisatie kan hier zelf functies aan toevoegen. Ook kan men zelf kiezen welke competenties gebruikt gaan worden en welke niet. De keuze kan gemaakt worden vanuit de wet BIO of bijvoorbeeld vanuit de organisatiekernwaarden of strategische doelen van de organisatie. Voor scholen in het speciaal onderwijs kunnen de specifieke WOSO competenties worden toegevoegd.

De indicatoren voor basisbekwaamheid en vakbekwaamheid die vanaf juli 2016 in een bijlage van de nieuwe cao staan, zijn opgenomen in de competenties pedagogisch handelen, vakdidactisch handelen, groepsorganisatorisch handelen, uitgaan van verschillen en opbrengstgericht werken.

Naast dit assessment bevat “uw academie” ook een assessment voor het bepalen van het ontwikkelingsniveau op de 21e eeuwse vaardigheden en mediawijsheid.

Proces

De school of het schoolbestuur dat gaat werken met “uw academie” krijgt een vaste contactpersoon van OinO-advies. Samen met deze contactpersoon wordt de inhoud van de academie wordt ‘op maat’ samengesteld. Dit gebeurt op basis van het strategisch beleidsplan op bestuursniveau en/of het schoolplan op schoolniveau. Hierbij wordt ook gekeken welke assessmentonderdelen op dat moment belangrijk zijn voor de (school)organisatieontwikkeling. Deze worden geactiveerd.

Alle assessmentonderdelen blijven ter beschikking. Het bestuur kan op elk moment overige gewenste competenties activeren en gebruiken.

Nadat de diverse instrumenten naar wens zijn ingericht, kan men zowel op bestuursniveau als op schoolniveau zelfstandig met alle onderdelen van de academie aan het werk.

Elke onderwijsprofessional vult zelf het assessment in en kan zijn competenties vervolgens matchen met de meetlat voor de competenties bij alle door het bestuur opgenomen functieprofielen. Door deze flexibiliteit in matching is het mogelijk te kijken naar groeipotentieel.

Binnen het assessment zit de mogelijkheid van 360 graden feedback. De leidinggevende kan het profiel invullen n.a.v. observaties in de werksituatie. De onderwijsprofessional kan ook aan collega’s vragen om het profiel in te vullen.  Ingevulde profielen worden opgeslagen in het digitale bekwaamheidsdossier van “uw academie”. Om professionalisering te bevorderen kunnen per competentie opleidingssuggesties worden aangegeven.

Relatie met andere instrumenten

Het assessment kan worden gekoppeld aan het HRD-beleid (benut worden bij het schrijven van individuele ontwikkelplannen, koppeling aan bekwaamheidsdossier en te gebruiken bij dialoog in de gesprekken van de gesprekkencyclus).  Daarnaast is koppeling mogelijk met het strategisch beleid (vierjarenplannen en jaarplannen). Voor al deze verbindingen zijn in het platform “uw academie” aanvullende instrumenten beschikbaar.

Externe validering

Het assessment is ontwikkeld door EduTalent, specialist op het gebied van HRD in het onderwijs. De inhouden zijn gebaseerd op gevalideerde en op veel gehanteerde bronnen, zoals het bekwaamheidsdossier, het assessment van het schoolleidersregister , het competentieprofiel dat is ontwikkeld door de beroepsgroep van intern begeleiders (lbib), het  toezichtkader van de inspectie en de cao PO. In documentatie die bij OinO kan worden opgevraagd wordt hierop nadere toelichting gegeven. In deze documentatie staat ook de toelichting op de achterliggende visie, de flexibele gebruiksmogelijkheden en achterliggende gebruikte theorie over HRD. De aspecten rond inhoudelijke onderbouwing zoals vermeld in het toetsingskader van de PO-raad zijn daarmee afgedekt.

De competenties in het assessment zijn voorgelegd aan professionals in het onderwijs en aan HRD vakdeskundigen in het onderwijs en op basis van hun opmerkingen zijn deze verder aangescherpt. Het assessment is bij diverse organisaties getest op bruikbaarheid. Binnen het instrument wordt per functie gedifferentieerd naar niveaus van beheersing. Het assessment is een ontwikkelinstrument en geen beoordelingsinstrument. Zoals eerder vermeld is het assessment breder te gebruiken dan alleen door leerkrachten LA en AB op de drie competenties die in de cao worden genoemd als bekwaamheidseisen (= ondergrens van te tonen bekwaamheid). Derhalve worden de termen startbekwaam, basisbekwaam en vakbekwaam niet gebruikt.

De schoolorganisatie wordt eigenaar van de dataset en kan zoals eerder aangegeven aanpassingen doen in de competentieteksten. Deze keuzevrijheid maakt dat  er geen standaard dataset is op basis waarvan OinO statistische analyses uitvoert. Hiervoor is onder meer gekozen vanwege het behoud van privacy van de gebruikers. OinO heeft geen toegang tot de data van individuele gebruikers van het assessment. In het kader van de AVG werkt OinO met een Model Bewerkersovereenkomst (Privacy) over hoe zij omgaat met gegevens van gebruikers van de digitale academie (aansluitend op het onderdeel ‘algemene randvoorwaarden’ in het toetsingskader van de PO-raad).

Het toetsingskader van de PO-raad maakt melding van diverse aspecten rond de afnamecondities. In het assessment gebruiken we de term feedback als het gaat om het bekijken van het gedrag van een professional. OinO biedt schoolorganisaties de vrijheid om te kiezen of men getraind wil worden in het geven van feedback op basis van gerichte observatie. Er zijn dus mogelijkheden voor aankoop van een dergelijke training, maar deze is niet verplicht. Als men gebruik gaat maken van de digitale academie van OinO kan men direct ook gebruik maken van het ontwikkelassessment.

Hetzelfde geldt voor het assessment in relatie tot het aspect Inbedding in HR-beleid, zoals aangegeven in het toetsingskader van de PO-raad. OinO werkt zoals hierboven vermeld samen met EduTalent. De mensen van EduTalent zijn zeer deskundig is als het gaat om het begeleiden van organisaties op het gebied van inbedding van het assessment in het HR-beleid. Of de schoolorganisatie voor deze aanvullende begeleiding kiest als zij van het assessment gebruik gaat maken, bepaalt zij zelf.

Tijdsbeslag en kosten

Het ontwikkelassessment bestaat uit een aantal subsets. Elke subset kan los van de andere doorlopen worden. Het tijdbeslag is afhankelijk van de keuze die de school maakt voor de wijze van doorlopen (bijvoorbeeld individueel of in gemeenschappelijke dialoog).

Het assessment kan worden gebruikt door alle scholen die een licentie hebben voor het online professionaliseringsplatform “Uw academie” van OiO-advies. De licentiekosten voor de gehele Academie bedragen €24,95 per gebruiker per jaar (excl. Btw). Voor het gebruik van het assessment worden naast deze licentiekosten geen specifieke extra kosten in rekening gebracht.

Meer informatie:

www.mijneigenacademie.nl

 

Wijzer in Zien en Kijken: Inventarisatie lesobservatie-instrumenten