Lesobservatie-instrument met als aangrijpingspunt de leraar-leerling-interacties

Afbeeldingsresultaat voor teachstone class

Doel

De Classroom Assessment Scoring System Upper elementary (CLASS; Pianta et al., 2012)[1] is een instrument voor het observeren van leraar vaardigheden en leraar-leerling interacties. De CLASS is een observatie-instrument gebaseerd op 20 jaar onderzoek naar de interactie tussen leerlingen en leraren en brengt leraar functioneren in kaart.

Hoewel de CLASS in de Verenigde Staten veelvuldig in het onderwijs wordt ingezet, wordt in Nederland de CLASS uitsluitend binnen onderzoek gebruikt. De CLASS kan ingezet worden om leraarprofielen te beschrijven/meten, een niveau van bekwaamheid te toetsen, maar biedt ook handvatten in professionaliseringstrajecten. Op basis van de CLASS blijken deze trajecten ook op de leerprestaties van leerlingen effect te hebben (Allen et al., 2011).

Wat wordt gemeten?

De CLASS brengt een aantal vaardigheden van leraren in kaart die van belang zijn om het academische ontwikkelingsniveau van leerlingen op lange termijn te bevorderen. Het instrument is onderverdeeld in drie domeinen: ‘Emotional Support’, ‘Classroom Organization’ en ‘Instructional Support’. Aanvullend wordt ook gekeken naar ‘Student Engagement’. Elk domein bestaat uit een aantal dimensies.

Onder ‘Emotional support’ vallen de volgende dimensies:

  • Positive climate: de sfeer in de klas en de sociale gesprekken tussen leraar en leerling worden.
  • Teacher sensitivity: de responsiviteit van de leraar op de behoeften van de leerling.
  • Regard for student perspectives: in hoeverre volgt leraar de leerlingen tijdens de les en krijgen de leerlingen eigen verantwoordelijkheden in het leerproces

Onder ‘Classroom Organization’ vallen de volgende dimensies:

  • Behavior management, o.a. de omgang met probleemgedrag van de leerlingen door de leraar, het proactief aanpakken van mogelijke problemen
  • Productivity, de lesvoorbereiding van de leraar, zodat er geen lestijd verloren gaat.
  • Negative climate, het gaat hierbij om agressief gedrag, sarcasme of straffen en het niet respectvol met elkaar omgaan.

Onder ‘Instructional Support’ vallen de volgende dimensies:

  • Instructional Learning Formats, het gaat om de opbouw van een les (is er een duidelijk lesdoel) en het gebruik van materialen om de les interessant te maken.
  • Content Understanding, de inhoud van de les en het gebruik van begrippen, ideeën en procedures die de leraar gebruikt bij uitleg.
  • Analysis and Inquiry, in hoeverre de leraar de metacognitie van leerlingen stimuleert en verwoorden van denkprocessen bij de leerlingen
  • Quality of feedback, hierbij gaat het om de mate van feedback waardoor de leerling wordt aangemoedigd in het leren.
  • Instructional Dialogue, hierbij gaat het erom in welke mate er sprake is van een gesprek tussen leraren en leerlingen over de inhoud van de lesstof.

Bij ‘Student Engagement’ wordt gekeken naar de betrokkenheid van de leerlingen: doen zij actief mee, delen ze ideeën, zijn zij aan het werk en laten ze taakgericht gedrag zien.

Alle dimensies zijn uitgewerkt naar waarneembare gedragsindicatoren.

Proces

Er kan alleen met het CLASS instrument gewerkt worden door hiertoe gecertificeerde observator. Voor de aanvang van de les wordt besproken welke lessen de leraar gaat geven. In de klas kijkt de observator minimaal vier keer een kwartier mee. Na ieder kwartier neemt de observator tien minuten de tijd om te scoren.

De observator kijkt naar het gedrag van de leraar en wijst een score toe op basis van de kwantiteit en kwaliteit van leraargedrag op de verschillende dimensies. De observator wijst scores toe op basis van de beschrijving in de handleiding. Op basis van de scores laag, midden of hoog per gedragsindicator wordt een totaalscore (1-7) per dimensie gegeven.

De scores van de vier observatierondes worden op een apart scoreformulier samengevoegd op basis van een aantal rekenregels. Terugkoppeling aan de leraar kan op verschillende manieren plaatsvinden. Hierbij kan de score van de leraar worden afgezet tegen het gewenste gedrag op een dimensie. Dan kan de leraar ook direct zien wat hij/zij kan verbeteren om meer effectieve leraar-leerling interacties in de klas te krijgen.

Relatie met andere instrumenten

Het instrument kan worden ingezet in de verschillende groepen van het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs. De dimensies in de instrumenten zijn per leeftijdscategorie aangepast, zodat het goed aansluit op de verschillende leeftijdscategorieën. Het beschreven instrument is geschikt voor groepen 5 tot en met 8.

De andere versies van de CLASS zijn:

  • Infant, observeren van begeleiders van kinderen van geboorte tot 18 maanden,
  • Toddler, voor kinderen van 15 tot 36 maanden,
  • Pre-K, voor kinderen drie tot vijf jaar,
  • K-3, voor kinderen van vijf tot acht jaar,
  • Upper Elementary, voor kinderen van acht tot twaalf jaar en tenslotte
  • Secondary, voor kinderen van twaalf tot vijftien jaar.

Externe validering

De CLASS is een gerenommeerd observatie-instrument gebaseerd op 20 jaar onderzoek naar de interactie tussen leerlingen en leraren (Pianta & Hamre, 2009). Amerikaans onderzoek wijst uit dat het CLASS observatie instrument als betrouwbaar en valide wordt beoordeeld.

CLASS in relatie tot het toetsingskader

De CLASS is gebaseerd op 20 jaar onderzoek naar effectieve leerkracht-leerling relaties en leerkracht gedrag door Pianta en anderen. Per dimensie is afgebakend om welk gedrag het wel of niet gaat en wanneer gedrag als hoog, midden of laag wordt beoordeeld. In de handleiding wordt de toetstechnische criteria beschreven en een onderbouwing gegeven in definities van begrippen. De CLASS onderscheid 12 dimensies die teruggebracht worden tot 3 domeinen, of te onderscheiden aspecten van lerarengedrag. Het instrument is in Amerika veelvuldig getest op bruikbaarheid en inmiddels is er ook een eerste validatie artikel over Nederlands gebruik verschenen (Slot, Pauline L., Boom, Jan, Verhagen, Josje & Leseman, Paul P M (01-01-2017). Measurement properties of the CLASS Toddler in ECEC in The Netherlands. Journal of Applied Developmental Psychology, 48, (pp. 79-91) (13 p.).

De afname condities worden uitgebreid behandeld en ingetraind in de training. Inbedding in het Nederlandse HR beleid zal moeten worden uitgewerkt, in Amerika wordt het veelvuldig gebruikt in het overheidsprogramma Head Start om kwaliteit te meten.

Tijdsbeslag en kosten

Een lesobservatie kost gemiddeld twee uur aanwezigheid in de klas.

Om een gecertificeerde observator te worden volg je een tweedaagse cursus die je voorbereidt op een examen. Na de cursus ben je zo’n 24 uur kwijt aan zelfstudie en het afleggen van het examen.

Kosten tweedaagse training: Een offerte voor de training kun je opvragen bij Teachstone. De kosten liggen rond de 10.000 euro en aan een training mogen vijftien mensen meedoen.

Ter informatie kan een losse handleiding besteld worden, voordat de hele training wordt besteld.

Meer informatie

www.teachstone.com

Voor informatie kan contact opgenomen worden met Kirsten Hoogendijk, promovenda Key2Teach. (http://www.yuliusacademie.nl/node/261)

Wijzer in Zien en Kijken: Inventarisatie lesobservatie-instrumenten