Strategisch HRM

HRM (Human Recource Management) richt zich op het verwerven en behouden van voldoende, bekwaam, betaalbaar, gezond, gemotiveerd en duurzaam inzetbaar personeel om het onderwijs te verzorgen, te verbeteren en te innoveren. HRM is een onderdeel van het strategisch beleid van de organisatie, ondersteunend aan de visie en strategie van de instelling. De verschillende beleidsonderdelen/instrumenten worden integraal op elkaar afgestemd.

Lees meer over:

Samen slimmer po

Verbeteren, vernieuwen en innoveren. Besturen en scholen in het primair onderwijs zijn er dagelijks mee bezig. Om in te kunnen spelen op maatschappelijke ontwikkelingen, omdat de leerlingaantallen fluctueren of omdat ICT nieuwe dingen mogelijk maakt. Om haar leden hierbij te ondersteunen, heeft de PO-Raad de site Samen slimmer po ontwikkeld. Om samen slimmer te worden en te leren van elkaar!

Kijk hier voor praktijkvoorbeelden en -ervaringen in het dossier Strategische HR op Samen slimmer po.

Project: Strategisch HR-beleid!

De PO-Raad gaat verder met het versterken van het strategisch HR-beleid. Schoolbesturen krijgen hulp bij de volgende stap naar eigentijds personeels- of HR-beleid (HR = human resources). Met elkaar gaan we op zoek naar hulpmiddelen om HR-beleid te versterken in de schoolorganisatie als ondersteuning van de kwaliteit van het onderwijs. De activiteiten lopen uiteen van kennisontwikkeling tot praktische instrumentele hulpmiddelen.

Voor meer informatie kijk op de projectpagina.

Goed werkgeverschap

In de Code Goed Bestuur staat dat een schoolbestuur verantwoordelijk is voor het best mogelijke onderwijs met adequate opbrengsten. Daar hoort bij dat medewerkers zich optimaal kunnen ontwikkelen en onder optimale omstandigheden bijdragen aan deze processen kunnen leveren. De beschikbare middelen moeten op een effectieve en verantwoorde wijze worden ingezet ter realisatie van deze opdracht. Goed werkgeverschap krijgt vorm in het personeelsbeleid en staat in dienst van de onderwijskwaliteit. Financieel management is hierbij een belangrijke voorwaarde. Het is de taak van het bestuur om de voortdurende ontwikkeling van de organisatie richting te geven.

In een organisatie speelt HRM op verschillende niveaus een rol. Binnen de visie van het schoolbestuur (wat willen we bereiken), de strategie (hoe gaan we dat bereiken), de structuur (hoe richten we onze organisatie in) en de organisatiecultuur (hoe gaan we met elkaar om). De schoolbestuurder geeft dit vorm in grote lijnen, vervolgens wordt deze visie concreet gemaakt en in samenspraak met schoolleiders toegepast binnen de organisatie. De inspanning van alle partijen in de organisatie, schoolbestuurder, schoolleider en leraren, is belangrijk om te komen tot een goede inrichting en uitvoering van HRM.

Professionalisering

De ontwikkeling van leraren en van het schoolteam staat ten dienste en draagt bij aan de ontwikkeling van de schoolorganisatie. Andersom kan de ontwikkeling van de school ook nieuwe kansen en impulsen geven aan professionalisering van de werknemers. In de cao voor het primair onderwijs wordt gesproken over een aantal stadia van bekwaamheid van leraren. Wanneer een leraar van de Pabo afkomt, is hij startbekwaam, vervolgens ontwikkelt hij zich tot een basisbekwame en vakbekwame leraar. De begrippen basisbekwaam en vakbekwaam zijn in een bijlage bij de cao uitgewerkt (Zie pagina Start-, basis- en vakbekwaam). En lees hier meer over het opleiden en ontwikkelen leraren.

Functiereeks leraar primair onderwijs

In de CAO PO 2018-2019 zijn de lerarenfuncties voor het primair onderwijs opnieuw beschreven.

Lees hier:

Deze geactualiseerde functiebeschrijvingen zijn tot stand gekomen na een intensieve raadpleging waar leraren, schoolleiders en schoolbesturen bij betrokken zijn geweest. De functies zijn vervolgens gewaardeerd met het functiewaarderingsysteem voor primair onderwijs. Dit systeem is net als die voor andere onderwijssectoren gebaseerd op het functiewaarderingssysteem van de Rijksoverheid, Fuwasys.

Lees ook: Lerarenfuncties primair onderwijs gelijkwaardig aan voortgezet onderwijs

Lesobservatie-instrumenten

Met een beproefd lesobservatie-instrument kunnen schoolbesturen en scholen objectief en transparant vaststellen wat de vorderingen van (startende) leraren zijn. De (startende) leraren kunnen zich daardoor verder professionaliseren. De PO-Raad heeft de beschikbare lesobservatie-instrumenten in een toolbox op een rij gezet.

Wilt u meer weten over het gebruik van lesobservatie-instrumenten, lees dan ook de Handleiding Wijzer over zien en kijken  en het Toetsingskader lesobservatie-instrumenten voor schoolbesturen en scholen.

Diversiteit in het team

Een loopbaan binnen het primair onderwijs biedt meer mogelijkheden dan vaak wordt gedacht. Groeimogelijkheden gaan niet alleen over een hogere functie, maar ook om afwisseling, verbreding en verdieping in het werk. Dit kan door specialistische functies of juist door brede leraarfuncties met meer verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van de school. Een sterk team omvat een mix aan kwaliteiten, stimuleert en draagt zo bij aan het enthousiasme en het werk van individuele collega’s. Diversiteit in een team geeft de mogelijkheid om taken te verdelen op basis van competenties, talenten en de diversiteit van de leden vn het team. 

Functiedifferentiatie is een onderdeel van het HR-beleid van schoolbesturen. Om de functies te realiseren, wordt de onderwijsvisie vertaald in een visie op de schoolorganisatie.  De schoolleider vertaalt met het team de visie naar gevraagde specialismen voor de schoolorganisatie en samen ondersteunen zij elkaar hierbij. De vraag die aan de orde komt is: welke functies zijn er nodig om het onderwijs binnen onze organisatie goed te kunnen verzorgen, nu en in de toekomst?

Functiewaardering

Het primair onderwijs werkt met het functiewaarderingssysteem FUWASYS om functies aan de hand van afgesproken criteria naar zwaarte in te delen. Voor het primair onderwijs heet dit systeem FUWA-PO. FUWA-PO voldoet net als alle andere functiewaarderingssystemen aan een aantal basiseisen. Om te komen tot functiewaardering is het aan te bevelen een vijftal stappen te doorlopen:

  1. Draagvlak creëren voor het traject door middel van voorlichting
  2. Functie-inventarisatie
  3. Functies beschrijven
  4. Functieanalyse en -waardering
  5. Bezwarenprocedure

Kijk hier voor meer informatie over functiewaardering in het primair onderwijs.

Overzicht verlofregelingen

Klik hier voor een korte uitleg van de verschillende verlofregelingen voor medewerkers. Kijk voor de volledige regels in de geldende cao en in de Wet arbeid en zorg, waarin een groot deel van de regelingen is vastgelegd. 

Verklaring Omtrent het Gedrag

Iedereen die in het onderwijs werkt, moet bij indiensttreding een actuele VOG (geen kopie en niet ouder dan zes maanden) overleggen. Om te zorgen dat er personeel op school werkt met een ‘schone lei’, moet het schoolbestuur zelf verantwoordelijkheid nemen. Op deze pagina (alleen voor leden die zijn ingelogd op mijn.poraad.nl) vindt u meer informatie en verwijzingen naar andere websites over de Verklaring Omtrent het Gedrag en de verantwoordelijkheid van schoolbesturen.

HRM

HRM staat ten dienste van de ontwikkeling van de schoolorganisatie. Iedere organisatie is voortdurend in ontwikkeling, door interne en externe invloeden. Interne invloeden die een rol spelen zijn bijvoorbeeld de cultuur die op een school heerst, leeftijdsopbouw van het personeel, de administratieve systemen die ingezet worden en organisatiestructuur. Voorbeelden van externe invloeden zijn dalende leerlingenaantallen of aanpassingen in wet- en regelgeving.

Laatste nieuws

Agenda

Net aangekondigd

Komende evenementen

Meer agenda-items

Functiereeks leraar primair onderwijs

In de CAO PO 2018-2019 zijn de lerarenfuncties voor het primair onderwijs opnieuw beschreven.

Aanpak werkdruk

Schoolteams bepalen zelf met hun schoolbestuur welke aanpak van werkdruk op hun school het meeste effect heeft.

Overzicht verlofregelingen

Overzicht van verschillende verlofregelingen voor medewerkers

Veelgestelde vragen

  • Als de werknemer ziek wordt tijdens de proeftijd geldt dan het ontslagverbod uit artikel 7:670 BW?

    Op grond van artikel 3.1. lid 6 uit de cao voor primair onderwijs mag, indien de eerste arbeidsovereenkomst bij de werkgever een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is, een proeftijd van maximaal twee maanden worden overeengekomen.

    Omdat de proeftijd bedoeld is om beide partijen de mogelijkheid te geven om elkaar gedurende een beperkte periode vrijblijvend uit te proberen, geldt het ontslagverbod niet tijdens proeftijd.

    De werknemer mag in de proeftijd ontslagen worden zonder dat de werkgever een opzegtermijn hoeft te hanteren, ook als de medewerker ziek, arbeidsongeschikt of zwanger is, maar dit mag niet de reden van het ontslag zijn. Er worden dus grenzen gesteld aan ontslag tijdens de proeftijd. Een ontslag tijdens de proeftijd kan onder andere in strijd zijn met de beginselen van goed werkgeverschap, bijvoorbeeld als de werkgever onzorgvuldig heeft gehandeld, in geval van ontslag voor aanvang van de proeftijd of bij misbruik van de proeftijd,   

    Bij misbruik van de proeftijd gaat het om een situatie waarbij de werkgever het dienstverband in de proeftijd beëindigt vanwege een reden die een rechter onredelijk vindt. Uit rechterlijke uitspraken blijkt bijvoorbeeld dat er onder meer sprake kan zijn van misbruik van de proeftijd als de medewerker in feite ontslagen wordt wegens ziekte of zwangerschap.   

    Als een rechter tot de conclusie komt dat er sprake is geweest van misbruik van de proeftijd, leidt dat niet tot nietigheid van het ontslag. Het ontslag op zich blijft in stand, maar de werknemer heeft recht op een schadevergoeding. 

  • Als een zij-instromer in het primair onderwijs het bekwaamheidsonderzoek niet binnen twee jaar aflegt, zijn er dan mogelijkheden voor verlenging van het (tijdelijke) contract?

    Als uitgangspunt geldt dat een zij-instromer in het primair  onderwijs binnen twee jaar de scholing dient af te ronden en met goed gevolg het bekwaamheidsonderzoek dient af te leggen. Het schoolbestuur waar de zij-instromer werkt, kan het traject echter verlengen met maximaal twee jaar op grond van de WPO (artikel 32 lid 10 WPO). In totaal kan het zij-instroomtraject dus maximaal 4 jaar duren.

    Met de zij-instromer wordt op grond van artikel 3.2 lid 1 cao po een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van 2 jaar aangegaan. Indien de zij-instromer zijn traject niet heeft afgerond en/of niet goed functioneert, loopt het contract van rechtswege af. Indien een schoolbestuur de medewerker in de gelegenheid wil stellen alsnog zijn bevoegdheid te behalen, zou de werkgever met de werknemer een tweede tijdelijk contract kunnen aangaan op grond van werkzaamheden van kennelijk tijdelijke aard (artikel 3.1 lid 3 cap po). Het werk is (kennelijk) tijdelijk, omdat de werkgever niet weet of de werknemer zijn traject met goed gevolg af gaat ronden. In dit geval zou logisch zijn eerst een verlenging voor 12 maanden overeen te komen, zodat je als werkgever binnen de grenzen van de ketenregeling blijft wat betreft de duur van het aangaan van tijdelijke contracten. Op grond van de ketenregeling mag een werkgever gedurende maximaal 36 maanden contracten voor bepaalde tijd sluiten.

    Eventueel is een verlenging van het contract met nogmaals 12 maanden mogelijk (dan zit je aan de maximale termijn voor zij-instromers van 4 jaar), maar dan ontstaat op basis van de ketenregeling wel een overeenkomst voor onbepaalde tijd). Echter, als een contract voor onbepaalde tijd is ontstaan, kan de ontbindende voorwaarde uit art 3.2 lid 2 cao po ‘gebruikt worden’ als de werknemer alsnog zijn bevoegdheid niet behaalt. Dan eindigt de arbeidsovereenkomst van rechtswege.

  • Mag een werkgever bij het aangaan van een tijdelijke arbeidsovereenkomst al aanzeggen als al duidelijk is dat er geen sprake zal zijn van een opvolgende arbeidsovereenkomst?

    Ja, de werkgever die bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst al weet dat er geen opvolgende arbeidsovereenkomst zal worden aangegaan, mag dan al schriftelijk aangeven (aanzeggen) dat de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet wordt voortgezet, bijvoorbeeld door dit op te nemen in de arbeidsovereenkomst.

    Mocht de werkgever besluiten de arbeidsovereenkomst toch wel te willen verlengen, dan dient hij een nieuwe – schriftelijke - aanzegging te doen, waarmee hij zijn wens aangeeft de arbeidsovereenkomst te verlengen en onder welke voorwaarden. De nieuwe aanzegging kan bijvoorbeeld plaatsvinden door op dat moment een nieuwe tijdelijke arbeidsovereenkomst aan te gaan.

    Doet de werkgever de nieuwe aanzegging niet (tijdig), dan bestaat het risico dat niet is voldaan aan de aanzegplicht en de werkgever een vergoeding moet betalen aan de werknemer wegens het niet (tijdig) aanzeggen. De werkgever is met zijn wens tot verlenging immers teruggekomen op zijn eerdere aanzegging. Over het algemeen zal dit in de praktijk geen problemen opleveren. De meeste werknemers zijn namelijk blij dat hun arbeidsovereenkomst alsnog wordt verlengd en zullen de rechter niet verzoeken om de werkgever te veroordelen tot betaling van de aanzegvergoeding.

    Er bestaat een kans dat, ondanks dat bij voorbaat een aanzegbeding is opgenomen, toch een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat bij de werknemer dat de arbeidsovereenkomst wordt voortgezet (ook als dat uiteindelijk in de praktijk niet gebeurt). Hiervan is bijvoorbeeld sprake indien werkgever en werknemer ondanks de aanzegging in de arbeidsovereenkomst binnen een maand voor einddatum uitvoerig overleggen over een voortzetting van het dienstverband, mogelijk voor andere uren of aangepaste of meer uitgebreide werkzaamheden, zonder dat de consequentie van de beëindiging van het dienstverband van rechtswege per einddatum alsnog expliciet is besproken. De enkele ‘bevestiging’ van de werkgever dat het dienstverband alsnog van rechtswege eindigt enkele dagen voor het daadwerkelijk einde is dan niet voldoende. Dergelijk handelen is in strijd met het goed werkgeverschap en de werkgever is dan alsnog een aanzegvergoeding verschuldigd. Zie ook bericht van Van Zeijl Bijl Aartsen Advocaten.